Het beeldsymbool van Vallonbruk is de nyckelharpa: een handharp, die de Zweden beschouwen als 'ingevoerd vanuit Wallonië'.
...

Het beeldsymbool van Vallonbruk is de nyckelharpa: een handharp, die de Zweden beschouwen als 'ingevoerd vanuit Wallonië'. Een afstammeling van Walen, Karl Kilbon - communist, later sociaaldemocraat - werkte twintig jaar aan een boek over de Waalse geslachten in Zweden. In 1985 publiceerde hij het standaardwerk Vallonerna: Valloninvandringen, stormaktsväldel och den svenska järnhanteringen. In het Zweedse nationale geheugen is de herinnering aan de Waalse inwijking van de zeventiende eeuw sterk aanwezig. Nils Holgersson underbara resa genom Sverige (de wonderbaarlijke reis van Nils Holgersson door Zweden) van Selma Lagerlöf (1906), bezingt onder meer de ijzerprovincie, en is ook buiten Zweden populair. In het interbellum ontstaat de Sällskapet Vallonättlinger (Vereniging van Walen in Zweden) om de spirit van de hoogovens, een Waals model van sociale democratie, opnieuw op te wekken. Het Waalse model is voor de Tweede Wereldoorlog een metafoor van het moderne Zweden met zijn nieuwe sociale wetten en voorzieningen. "De herontdekking van de wallonitude in Zweden cirkelt rond Louis de Geer en zijn industriële epos", zegt professor Maths Isacson, hoogleraar economische geschiedenis van de universiteit van Uppsala. Hij studeert op Vallonbruksamen met onderzoekers van Louvain-la-Neuve en de Fondation Humblet. Virginie Delporte schreef in 1999 in Leuven de licentiaatverhandeling Raciale beeldvorming rond de valloner in Zweden: het Instituut voor Rassenbiologie te Uppsala in het begin van de 20ste eeuw. Eugenisme, met professor Herman Lundborg als pionier, en rassenstudie waren in het socialiserende Zweden van het begin van de twintigste eeuw gerespecteerde wetenschappelijke disciplines. De rassenkunde werd geïnstitutionaliseerd door de oprichting van het Rasbiologiska Institutet aan de grote en gereputeerde universiteit van Uppsala. De Walen werden door de academische rassenkundigen stapje voor stapje verheven tot de rangen van de drie belangrijke, en te respecteren niet-Germaanse rassen van Zweden: ook de Finnen en de Lappen waren oké. De Waal, volgens de rassen-biologen van het alpiene type, had een deugddoende invloed op het Zweedse bloed. De Walen wilden hun kapitaal aan technologische kennis lang voor zich houden en integreerden traag in Zweden. Aan het einde van de achttiende eeuw, honderd jaar na hun immigratie, spraken zij Waalse dialecten en huwden voor 70 % onder elkaar. De concentratie op één domein van hoogovens, werkplaatsen, arbeiderswoningen, een kerk, een ziekenhuisje, werd de standaard in een mijnbouwprovincie waar tot dan toe de versnippering de regel was. Vallonbruk werd de voorspiegeling van de welvaartsstaat van wieg tot graf. Per-Albin Hansson, socialistenleider en premier in de jaren twintig, predikte over "gelijkheid, solidariteit, samenwerking en onderlinge hulp" en bewierookte de Waalse traditie van Uppland. De hoogovencoöperatie van Surahammar noemde hij hét voorbeeld van een sociale organisatie. De Waal werd opgevoerd als de Nieuwe Mens: met verantwoordelijkheidszin, netheid, stiptheid en spaarzaam. Deze kenmerken moesten alle Zweden zich eigen maken. In het syndicale tijdschrift Metallarbeteran (van de metaalarbeidersbond) vindt men in de jaren twintig in elk nummer historische en culturele artikelen waarin de Walen zeer positief worden voorgesteld. De Walen waren de religieuze onderdrukking van de Lage landen ontvlucht, wat op zich een heroïsche daad van bevrijding was en een voorbeschikking voor rebellie toonde die de Zweden misten. De Waalse smid van de vroege industrialisering was de supermens: "De Waal heeft een sterk silhouet, met diepliggende ogen, hoge jukbenen, stapt snel en vinnig, met een aangenaam temperament en grote arbeidsvlijt." Metallarbetaren contrasteert in het nummer van 3 juni 1922 de Waal met de Vlaming: "Zij zijn sterker dan de Vlamingen, magerder, zenuwachtiger en leven langer. Hun handigheid en beroepskennis is superieur aan die van de Vlamingen." In 1927 jubelt het boek Smederna i Osterby (De smeden van Osterby): "Hoe verbazingwekkend het ook moge klinken, de oude Waalse methode bestaat nog steeds, zonder veranderingen tot vandaag, zoals zij is meegebracht uit de kleine ambachtelijke stadjes van de Ardennen; men vond nadien geen betere werkwijzen..."