Het voorstel van Steven Vanackere roept herinneringen op aan de fameuze wet-Cooreman-De Clercq uit maart 1982. Die wet bestond uit twee grote onderdelen. Via het eerste deel, van de hand van de liberaal Willy De Clercq, werden particuliere beleggers fiscaal aangemoedigd te investeren in risicodragend kapitaal. Het tweede deel, waarvoor de christelijke politicus Etienne Cooreman de pen vasthield, richtte zich op starters of ondernemingen die kapitaal nodig hadden. Zij konden genieten van een vrijstelling van de vennootschapsbelasting en van de successie- en schenkingsrechten, en van een bevrijdende roerende voorheffing van 20 procent.
...

Het voorstel van Steven Vanackere roept herinneringen op aan de fameuze wet-Cooreman-De Clercq uit maart 1982. Die wet bestond uit twee grote onderdelen. Via het eerste deel, van de hand van de liberaal Willy De Clercq, werden particuliere beleggers fiscaal aangemoedigd te investeren in risicodragend kapitaal. Het tweede deel, waarvoor de christelijke politicus Etienne Cooreman de pen vasthield, richtte zich op starters of ondernemingen die kapitaal nodig hadden. Zij konden genieten van een vrijstelling van de vennootschapsbelasting en van de successie- en schenkingsrechten, en van een bevrijdende roerende voorheffing van 20 procent. Aanvankelijk was er nogal wat scepsis over de effectiviteit van deze ingrepen. In 1985 publiceerden de Leuvense hoogleraren Jef Pacolet en Hans Geeroms een studie die concludeerde dat de wet-Cooreman-De Clercq nauwelijks van enige betekenis was geweest. De opleving van de Belgische economie in die periode was vooral een gevolg van een algemeen positief klimaat. De rol van de wet-Cooreman- De Clercq was marginaal, zeker als men de kosten van de operatie mee in rekening nam. Enkele jaren later klonk het helemaal anders. Op basis van een gedetailleerde analyse van ruim 250 ondernemingen in de periode 1977-1990, kwamen Jef Vuchelen en enkele collega's aan de VUB tot veel positievere bevindingen. Volgens hen zorgde de wet-Cooreman-De Clercq tegen 1991 voor 90.000 bijkomende jobs en een cumulatieve winst voor de overheidsbegroting van 220 miljard Belgische frank (5,5 miljard euro). Jef Vuchelen, ondertussen professor emeritus, is er nog altijd van overtuigd dat de wet-Cooreman-De Clercq een goede zaak was voor de Belgische economie: "In de slipstream van de devaluatie van de Belgische frank een maand eerder zorgde ze voor belangrijke impulsen voor de investeringen en jobcreatie. Die banen kwamen er overigens zonder dat er ook maar enige verplichting of norm in de wet stond. De sleutel tot het succes was het feit dat er langs twee kanten gewerkt werd. Enerzijds werd via het deel-De Clercq spaargeld afgeleid naar meer beleggingen met iets meer risico. Anderzijds spoorde het deel-Cooreman ondernemingen aan te investeren in België. Door die dubbele insteek was de wet-Cooreman-De Clercq wellicht een van de beste stimuleringsmaatregelen die een Belgische regering ooit heeft genomen." Het voorstel van Steven Vanackere beperkt zich tot het deel-De Clercq. Is het zinvol om vandaag een herwerkte versie van de volledige wet-Cooreman- De Clercq uit te proberen? Het antwoord van Jef Vuchelen is genuanceerd: "Als je de resultaten in de jaren tachtig en negentig ziet, is het zeker zinvol zoiets te herhalen. Maar er zijn wel wat struikelblokken. Ten eerste: hoe koppel je zo'n nieuwe maatregel aan de notionele-intrestaftrek? Het heeft weinig zin die regeling, zelfs in haar afgezwakte vorm, overboord te gooien. Ten tweede: kan een nieuwe wet-Cooreman-De Clercq in de huidige tijdsgeest? De reacties vanuit sp.a-hoek spreken boekdelen. En de budgettaire ruimte die je zeker in de eerste twee à drie jaar moet hebben, is natuurlijk beperkt. Ten derde: hoe zal het bedrijfsleven deze keer reageren op zulke impulsen? Het is niet omdat er meer kapitaal ter beschikking komt, dat bedrijven automatisch beginnen te investeren en jobs te creëren. Want onze concurrentiepositie blijft kaduuk, en de onzekerheid over de begroting blijft groot. Onze ondernemingen kampen deze keer met heel wat onzekerheden, waardoor een herhaling van het succes van Cooreman-De Clercq niet vanzelfsprekend is."