De werkplaats van Nicolas Baverez oogt oerfrans: een majestueus geometrisch gebouw in de Rue du Faubourg Saint-Honoré hartje Parijs, op wandelafstand van het Elysée. Niets doet vermoeden dat achter deze muren een Amerikaans advocatenkantoor huist. Baverez is partner bij Gibson, Dunn & Crutcher waar hij onder andere gespecialiseerd is in antitrustgeschillen. Maar het is slechts een van de vele petjes die de man draagt. Baverez is ook historicus en econoom. In die hoedanigheid wijst hij al jaren op de precaire toestand van de Franse economie. En die staat er slecht voor. Met een groei van amper 2 % en een werkloosheidsgraad van meer dan 8 % behoort het land tot de zwakkere spelers in Europa. Baverez had het in 2003 al over de neergang van Frankrijk. Hij schokte de goegemeente met zijn essay La France qui tombe waarin hij een pijnlijke diagnose stelt van de Franse economie.
...

De werkplaats van Nicolas Baverez oogt oerfrans: een majestueus geometrisch gebouw in de Rue du Faubourg Saint-Honoré hartje Parijs, op wandelafstand van het Elysée. Niets doet vermoeden dat achter deze muren een Amerikaans advocatenkantoor huist. Baverez is partner bij Gibson, Dunn & Crutcher waar hij onder andere gespecialiseerd is in antitrustgeschillen. Maar het is slechts een van de vele petjes die de man draagt. Baverez is ook historicus en econoom. In die hoedanigheid wijst hij al jaren op de precaire toestand van de Franse economie. En die staat er slecht voor. Met een groei van amper 2 % en een werkloosheidsgraad van meer dan 8 % behoort het land tot de zwakkere spelers in Europa. Baverez had het in 2003 al over de neergang van Frankrijk. Hij schokte de goegemeente met zijn essay La France qui tombe waarin hij een pijnlijke diagnose stelt van de Franse economie. Nadien bleef hij in vrije tribunes op dezelfde nagel kloppen. Frankrijk zakte naar de zesde plaats in de lijst van grootste economieën ter wereld. Tien jaar geleden stond het vierde. In 1970 bevond Frankrijk zich op basis van het inkomen per hoofd, op de elfde plaats in de ranglijst van de Oeso-landen. In 1981 stond het 12de en dit jaar staat het op 16. Een bewijs van zijn economisch verval. Baverez behoort tot wat men de déclinistes noemt die wijzen op het verval van Frankrijk op politiek en economisch vlak. Al wijkt hij in zijn jongste boek af van dit negativisme. In Que Faire. Agenda 2007 actualiseert hij de gegevens uit La France qui tombe en formuleert hij tegelijk een aantal voorstellen: een hervorming van de arbeidsmarkt, een ontvetting van de overheid, het uitwerken van een kmo-beleid, Frankrijk aantrekkelijker maken voor durfkapitaal, ... De nieuwe generatie politici die na de verkiezingen van 6 mei zullen aantreden, krijgen volgens hem een unieke kans om het roer om te gooien. Is na het déclinisme het optimisme terug? "Ik ben altijd optimistisch geweest als ik over het afglijden van Frankrijk gesproken heb," benadrukt Baverez. "Le déclin of het verval was een historische werkelijkheid. De Fransen konden zich bij de lectuur van mijn boek bewust worden van de realiteit van de situatie. Als het in een democratie slecht gaat dan moet je de zaken zeggen en tonen zoals ze zijn. Op basis van die naakte waarheid kunnen ze dan reageren. Het verval van Frankrijk is trouwens omkeerbaar. In La France qui tombe had ik al een aantal voorstellen gedaan. Ik doe het opnieuw om aan te tonen dat hervormingen mogelijk zijn, dat dit al is gebeurd en dat de ons omringende landen het doen." nicolas baverez. In de jaren 70 werden alle ontwikkelde landen geconfronteerd met einde van het keynesiaanse systeem: een vertraging van de groei, een hogere inflatie en een stijgende werkloosheid, waar we sinds de jaren '60 konden genieten van volledige werkgelegenheid. Maar in de jaren '80 ontstond een eerste breuk tussen Frankrijk en de rest van de ontwikkelde wereld. In 1979 lanceerde FED-baas Paul Volcker zijn aanval op de inflatie, wat leidde tot een daling van de rentevoeten. In de meeste moderne economieën werden liberale aanbodgerichte hervormingen doorgevoerd. Frankrijk deed net het omgekeerde. Het koos na de verkiezing van François Mitterrand in 1981 voor een nationale relancepolitiek met een centralisering van de economie en een controle aan de grenzen om de interne markt te heroveren. En de regering voerde een hele reeks nationalisaties door. Een tegenbeweging van wat elders aan de gang was. Frankrijk koos duidelijk voor een keynesiaanse vraagstimulering. Dat beleid kon de regering niet aanhouden. In 1983 waren de meeste genationaliseerde bedrijven failliet en klopte het IMF aan de deur. Het daaropvolgend herstelbeleid werd nooit volgehouden. Er trad in Frankrijk een zekere schizofrenie op. Het land telde en telt bedrijven die zich moderniseren en internationaal actief zijn, en een publieke sector die in omvang gigantisch is toegenomen. Het aantal ambtenaren in Frankrijk is sinds 1990 gegroeid van 4 naar 5,2 miljoen. In de andere Oesolanden deed zich een omgekeerde beweging voor. baverez. Er zijn verschillende verklaringen voor de huidige situatie. Om te beginnen is het een van de kenmerken van de Vijfde Republiek dat de topambtenarij en de politieke klasse met elkaar verstrengeld zijn. De meeste politici komen uit de openbare sector en kennen de bedrijfswereld en de vrije markt amper. Een tweede verklaring is dat Frankrijk tijdens les Trente Glorieuses (de economische bloeiperiode van 1945 tot 1975) een model heeft gekend dat tamelijk succesvol was: een mengeling van de markteconomie en een sterke staatstussenkomst. Ten derde is Frankrijk een land waar de natie is opgebouwd rond een staat. Dat geldt ook voor de economie, want de Franse staat heeft de markt georganiseerd tegen de feodale belangen in. baverez. Een modernisering van het staatsapparaat dringt zich op. De meeste Oeso-landen hebben gelijkaardige aanpassingsproblemen gekend. Engeland kampte in de jaren '70 met de macht van de vakbonden. Duitsland moest het systeem van de Bankindustrie aanpassen en de eenmaking verwerken. In Frankrijk ligt de opdracht op het domein van de staat. baverez. Wie enkel spreekt over minder ambtenaren en dus minder geld voor de overheid, spreekt over de middelen die besteed moeten worden. Maar dan hebben we het niet over het echte probleem. De mondialisering maakt dat staten en openbare structuren in concurrentie staan. Er zijn bevoegdheden die zowel naar Europa als naar de kleinere gebieden verschuiven. Vandaag lopen in de landbouwsector meer ambtenaren rond dan landbouwers zelf. Er zijn tal van zulke functies die geen zin hebben. We moeten nagaan wat een moderne straat in de 21ste eeuw nog moet doen en wat de rol is van de privésector. Dat moet op zijn beurt een weerslag hebben op de overheidsuitgaven en het aantal werknemers in de publieke sector. baverez. Dit is een model dat op de klippen moet lopen. Op 100 euro die in de Franse economie circuleert, is 54 euro publiek geld. Het is inderdaad een grote herverdelingsmachine, die bovendien niet altijd even doorzichtig is. Als we de Franse economie bekijken dan zien we dat de Franse groei met 2 % ontstellend laag ligt. Het Europese gemiddelde draait rond de 2,7 %. De werkloosheidscijfers scheren hoge toppen. Een Fransman is 38 % minder rijk dan een Amerikaan, 20 % minder dan een Ier, 15 % minder dan een Brit. Vergeet ook de productiviteitsgroei niet die amper boven de 0,7 % uitkomt. Bovendien kampt ons land met een handelstekort van 30 miljard euro terwijl Duitsland een overschot heeft van 162 miljard euro. baverez. Dat leidt tot een sociaal probleem. De rijken en de talentrijke Fransen vertrekken. De voorbije tien jaar hebben een miljoen jonge Fransen dit land verlaten. Als men het Franse model wil behouden, is het een aberratie. Het is een systeem dat de competitiviteit aantast en een proletarisering van de Fransen en de staat veroorzaakt. Want het systeem wordt door een stijgende schuld gefinancierd. De staatschuld bedraagt 66 % van het bbp, maar als we allerlei andere overheidsverplichtingen daarbij betrekken, ligt het een stuk hoger. Dat zijn in totaal 42.000 euro per Fransman of twee inkomens per jaar. Ook de privéschuld neemt toe. Ze bedraagt 68 % van de inkomens van de gezinnen. De economische groei ligt niet alleen laag, het is ook een door krediet gefinancierde groei. baverez. De werkloosheid ligt in veel Europese landen hoog, maar Frankrijk kampt met een specifieke vorm van massawerkloosheid. Het is het enige land van Europa waar er gemiddeld 10 % werkloosheid is sinds 25 jaar, en dat percentage is nooit echt onder de 8 % gevallen. En de jongerenwerkloosheid ligt rond de 30 %, wat een record is binnen de Oeso. Bovendien ligt de jaarlijkse arbeidsduur hier rond de 1460 uur, terwijl het Europees gemiddelde 1650 uur is en het Amerikaanse 1850 uur. En de arbeid is geconcentreerd bij een klein deel van de bevolking. baverez. Het aantal gewerkte uren is essentieel om de groei te doen toenemen en dat kan via een liberalisering van de arbeidsmarkt. Het ontslagrecht, dat aanwervingen beperkt houdt, moet worden aangepast. Het aantal uren in de openbare sector moet toenemen en er moet meer ruimte komen voor laaggeschoolde arbeid. Zo moeten de werkloosheidsvallen worden aangepakt. En de loonkosten liggen te hoog. Als we de eenheidskosten voor arbeid bekijken, dan zijn die in Frankrijk met 30 % toegenomen sinds eind jaren '90. Ze daalden met 12 % in Duitsland. Overigens betekent werk niet alleen een inkomen. Een job is de kern van het burgerschap. Het is de sleutel van de politieke en de morele crisis in Frankrijk. baverez. Alle democratieën zijn a priori conservatieve landen. Het is nergens gemakkelijk om hervormingen door te voeren. Hervormingen vragen een mandaat van de bevolking en vereisen sterk leiderschap. baverez. Neen. Ik geef twee voorbeelden. In 1995 kwam de bevolking op straat tegen sociaaleconomische hervormingen die toenmalig premier Alain Juppé wou doorvoeren. De pensioenleeftijd voor het rijdend personeel van de SNCF zou worden verhoogd van 50 naar 52 jaar. Dat beleid was tegengesteld aan de campagne die de net gekozen president Chirac gevoerd had. Er bestond dus geen mandaat voor. Idem met het CPE. Het was geen goede maatregel en De Villepin besliste op 48 uur, zonder overleg te plegen met zijn partij, de vakbonden of de werkgevers. Laatstgenoemden waren er trouwens ook niet enthousiast over. Ik stel vast dat werk in het programma van de vier belangrijkste presidentskandidaten aanwezig is. Ik zie het zowel bij Sarkozy, Royal, Bayrou en zelfs bij Le Pen. Als ik de 35-urenweek neem, merk ik wel een mentaliteitswijziging. Men beseft dat er geen meerderheid van Fransen nog achter staat en dat werk geherwaardeerd moet worden. Ook Royal bekritiseert de uitkerings- en afhankelijkheidseconomie. Dat is toch een belangrijke evolutie. baverez. Je mag Jean-Marie Le Pen, die trouwens de enige politicus is die nog onder de Vierde Republiek ( nvdr - 1945-1958) werd gekozen, niet afschrijven. Hij zal wellicht nog veel proteststemmen binnenhalen en die zullen hoger liggen dan de peilingen. De drie andere kandidaten zijn vijftigers en dat betekent een nieuwe generatie, die het einde van het postgaullisme aankondigt. Dus, wie er ook gekozen raakt, er zullen veranderingen komen. Iedereen is vertrokken vanuit de analyse dat Frankrijk een verval kent en dat er iets moet gebeuren. baverez. Het economische weefsel is een spiegel van de situatie van het land. We halen slechte resultaten ondanks troeven als een infrastructuur en een overheid die op veel domeinen al bij al goed werk levert. Grote bedrijven functioneren goed dankzij de mondialisering, die werkt. De investeringen door Franse bedrijven in het buitenland zijn de voorbije tien jaar met meer dan 100 % toegenomen. Anderzijds zijn er de kmo's, die nationaal alle lasten van de overheid dragen en het moeilijk hebben om zich op de exportmarkten te positioneren. baverez. President Giscard heeft in de jaren '70 de financiële industrie naar Londen doen verhuizen door een belasting op de meerwaarden. Als financiële markt blijft Frankrijk onderontwikkeld in vergelijking met zijn capaciteit. De hedgefonds en investeringsfondsen hebben in de City succes dankzij de Fransen die er werken. Ze kunnen zich dus ook in Frankrijk ontwikkelen. Onze bedrijven hebben die fondsen nodig, want er zijn geen Franse pensioenfondsen. De bedrijven in de Cac40 (nvdr - de Franse Bel20) zijn voor 46 % in de handen van buitenlandse fondsen. Als er een aanval wordt gelanceerd op een Frans bedrijf kiest men uit nationalistische reflex echter voor het protectionisme. baverez. Dat is een paradox. Maar Frankrijk blijft een land waar de meerderheid van de bevolking tegenstander is van de vrije markt en het liberalisme. Frankrijk heeft nochtans in zekere zin het politieke liberalisme uitgevonden. Ik denk aan figuren als Montesquieu, Tocqueville, Constant, Concordet, Aron, Revel, ... Ook het economisch liberalisme. Say met zijn aanbodtheorie: dat is een Franse uitvinding. De liberalen blijven een minderheid in de politieke partijen. Dat heeft ook te maken met het typische karakter van de Franse Revolutie, die alle aspecten van de vrijheid heeft verkend, en de Terreur was er een van. Maar liberalen hebben altijd een cruciale rol gespeeld in de grote periodes van de Franse geschiedenis. Ik denk aan het Tweede Keizerrijk in de tweede helft van de 19de eeuw, de Belle Epoque en de Trente Glorieuses. Zelfs het jaar 1958 waar onder Jacques Rueff een economisch liberaal beleid werd gevoerd. baverez. In tegenstelling tot wat Le Pen zegt, zijn gesloten systemen voorbestemd om achteruit te gaan. Dat is al eeuwen zo. Het lijdt geen twijfel dat op economisch vlak immigratie leidt tot groei, werk en een stijging van de inkomens. Ierland is een voorbeeld. Het land kent een groei van 5,9 % en heeft zijn actieve bevolking doen toenemen van 1,2 miljoen naar 2 miljoen. Je hebt ook het probleem van de vergrijzing. Frankrijk is op dat vlak beter voorbereid dan andere lidstaten om het probleem op te vangen. Alain Mouton