Is het oudemannenpraat? Een partijtje weeklagen over Gouden Tijden die glanzender, mooier, edeler waren dan 2004?
...

Is het oudemannenpraat? Een partijtje weeklagen over Gouden Tijden die glanzender, mooier, edeler waren dan 2004? Deze opinie pretendeert niet een marktonderzoek te zijn. Het is nochtans meer dan intuïtie om vast te stellen - Davos is een mooi ogenblik voor de gelegenheidsfoto - dat België geen internationale managers meer telt. Wat zijn internationale managers? Mannen of vrouwen die naast de hoogste functie in een Belgisch bedrijf van groot gewicht - type Solvay, UCB, KBC - of een bedrijf met diepe Belgische wortels, en buitenlandse tweede violen - type Janssen Pharmaceutica - internationaal excellente bestuursmandaten en klinkende ereambtelijke taken vervullen. Er zijn drie voorbeelden van deze orde van zakelijke mandarijnen: Etienne Davignon, Daniel Janssen en André Leysen. Zowel Davignon, Janssen als Leysen stonden aan het hoofd van internationaal zichtbare ondernemingen en combineerden die functie met lidmaatschappen en voorzittershamers van werkgeversverenigingen in binnen- en buitenland, de Club van Rome, de Treuhand, de New York Stock Exchange, Business & Society, de European Round Table of Industrialists, de Karel De Grote Prijs, de Liga voor de Euro en meer van dat fraais. Behalve slimheid, gezond verstand, durf en vakmanschap hadden de drie ook sex-appeal. Zij drentelden niet schutterig in de hoek van het salon bij de ontvangsten van Lee Iacocca, Jacob Wallenberg, Umberto Agnelli, Jack Welch, Jacob Rothschild. Vergeten we Albert Frère? Neen, de goede man is beroemd in Parijs en Québec maar hield zich ver van inzet voor de gemeenschap, zijn medeondernemers, de samenleving. Baron Frère cultiveert de ikkerigheid. Hij deelt met Davignon, Janssen en Leysen de pensioenleeftijd. Wat liep er fout? Zijn onze ondernemers vandaag onbekwamer, vadsiger, provinciaalser? De eerste en de tweede kwalificatie moeten geschrapt worden. Het provinciaalse houden wij vast. De Belgische ondernemers hebben geen vehikels meer voor hun faam en zichtbaarheid. Trends stond op de eerste rij bij de overname van Generale Maatschappij van België. Zonder tranen. De inteelterige club was een Brussels-Franstalig onderonsje met kolonialistische trekken in Vlaanderen. Ze brak in honderd scherven door het stof en de stoef. Dat was en is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat diezelfde Generale Maatschappij door haar binnenlandse en buitenlandse vertakkingen een kweekbed schiep voor knappe mensen om internationaal ervaring op te doen en te gloriëren en dat kweekbed werd een onkruidperk. Een PDG van CBR als dochter van Generale Maatschappij was een andere mijnheer dan een PDG van CBR als Belgisch adres van een Duitse cementfabriek. Door de uitverkoop van de controle over alle sleutelondernemingen ( KBC, blijf bij ons), de slappe Belgische politici, de onbekwaamheid van de ambtenaren, de dubbelzinnigheid van het Verbond van Belgische Ondernemingen, het wereldvreemde van de vakbonden viel de bodem uit het Grote Bedrijfsleven der Belgen. In die ravage bloeit het provincialisme. Gewezen Vlaams minister-president Luc Van den Brande (CD&V) was meermaals in Davos met Vlaamse ondernemers. Het duwtje in de rug, de overwonnen koudwatervrees, de netwerking in de sneeuw, het hielp, deed deugd en bracht talent van bij ons in de kijker. Je mag vandaag chief executive officer zijn van Bekaert; wat levert het op? Als je niet verkast, blijf je baas van een Belgisch conglomeraat van slimme fabrieken zonder bombarie. Daar zal de volgende voorzitter van de European Round Table niet gerekruteerd worden. Frans Crols