Toen de Britse uitvinder James Dyson in 1993 de eerste zakloze stofzuiger op de markt bracht, oogstte hij vooral hoongelach bij de concurrentie. Tegenwoordig worden in 72 landen jaarlijks 8 miljoen van die toestellen verkocht. Dyson is nu de elfde rijkste man van het Verenigd Koninkrijk. Koningin Elisabeth verhief hem in de adelstand, eerste minister David Cameron gaf hem de opdracht een rapport over innovatie op te stellen. Volgens de 67-jarige ingenieur is wetenschappelijk onderzoek het enige middel waarmee Europa zijn tegenstanders het hoofd kan bieden. In herindustrialisatie gelooft hij niet.
...

Toen de Britse uitvinder James Dyson in 1993 de eerste zakloze stofzuiger op de markt bracht, oogstte hij vooral hoongelach bij de concurrentie. Tegenwoordig worden in 72 landen jaarlijks 8 miljoen van die toestellen verkocht. Dyson is nu de elfde rijkste man van het Verenigd Koninkrijk. Koningin Elisabeth verhief hem in de adelstand, eerste minister David Cameron gaf hem de opdracht een rapport over innovatie op te stellen. Volgens de 67-jarige ingenieur is wetenschappelijk onderzoek het enige middel waarmee Europa zijn tegenstanders het hoofd kan bieden. In herindustrialisatie gelooft hij niet. DYSON. "De overheid is zich bewust van de fiscale handicap waarmee Europese bedrijven kampen. Europa moet de opkomst van nieuwe technologieën meer ondersteunen. Bedrijven zoals het onze moeten om de twee tot drie jaar de inspanningen in O&O kunnen verdubbelen of zelfs verdrievoudigen, en daarvoor hebben we voldoende steun nodig. "In vergelijking met China, India, Zuid-Korea en Singapore leiden we veel te weinig ingenieurs op. Toch is dat de enige manier om die landen het hoofd te bieden. Innovatie wordt niet bedacht of bepaald door Brussel, maar door industriële drukkingsgroepen. Hun voorstellen worden in overweging genomen en vervolgens in wetteksten omgezet. De idee dat Europa stuurt, klopt niet. Zo wordt onze sector nog altijd beheerst door Duitse bedrijven zoals Bosch, Siemens en Miele, die er belang bij hebben stofzuigers met zakken te produceren. DYSON. "Helemaal niet. Landen als Zwitserland en Noorwegen doen het erg goed buiten de Unie. Wij zijn een netto-invoerder. Ook als we geen deel meer zouden uitmaken van Europa, komt dat handelsverkeer niet in gevaar. Ik ben geen uitgesproken voor- of tegenstander van zo'n scenario. Maar kijk eens naar wat zich in onze sector afspeelt. Naar ons wordt niet geluisterd omdat één enkele groep het debat monopoliseert. Als de Duitse wetgeving de voorkeur geeft aan verouderde technologie om een dominante positie te beschermen, waarom gaan we dan in godsnaam op dezelfde weg verder? Wat winnen we er dan bij als we in de EU blijven?" DYSON. "Het Verenigd Koninkrijk heeft al een groot stuk van zijn industrie verloren en is daar vrij goed uit gekomen. We hebben een productiefabriek in Singapore en in Maleisië. Een vestiging in Singapore kost veel geld, meer dan in ons land. Maar we maken ginder gebruik van plaatselijke leveranciers. Onze nieuwigheden worden daarentegen in eigen land ontwikkeld, waar 3000 ingenieurs voor ons werken. Alle intellectuele eigendom, de belastingen die we betalen en onze winsten worden teruggevoerd naar Engeland, dat de vruchten plukt van de nieuwe geschoolde banen en de financiële middelen die zo worden gecreëerd." DYSON. "Dat is een dom idee. De toegevoegde waarde van het productieproces is nagenoeg onbestaande. Het zijn de intellectuele eigendom en de knowhow die voor echte winst zorgen. Het heeft dus weinig belang waar de productie plaatsvindt. Het alternatieve model functioneert goed en brengt veel geschoolde banen voort, voor een bevolking die niet langer aan de lopende band wil werken." DYSON. "3D-druk is inderdaad veelbelovend, maar het werd tot nog toe vooral gebruikt om prototypes te maken. Het is nog niet echt geschikt voor massaproductie. Dat kan veranderen, maar intussen treden al andere technieken op de voorgrond, zoals het productieproces met lasers. Zulke innovaties kunnen uiteraard de huidige stand van zaken veranderen. Ik doe echter niet graag voorspellingen, omdat die vaak onjuist blijken te zijn. "Hoe dan ook, de overheid moet haar houding ten opzichte van ingenieurs, wetenschappen en technologie bijstellen. Als dat niet gebeurt, zullen we achteruitgaan. Neem bijvoorbeeld de octrooien, die geven een goede indicatie. Terwijl het aantal aanvragen in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk stabiel blijft, zien China en Zuid-Korea een enorme toename. Europa moet zich ten zeerste zorgen maken over dergelijke signalen." DYSON. "Wij ontwikkelden de bril al vanaf 2001. We maakten gebruik van een scherm ter grootte van een vingernagel, dat in het glas van de bril werd geplaatst en waarmee je bijvoorbeeld e-mails kon lezen. In die tijd bestond draadloos internet nog niet en moesten we de bril met een kleine computer in de jas- of broekzak verbinden. Daarom is het niet echt een uitvinding, maar meer een combinatie van bestaande technologieën. "Wij ontwikkelen wel vaker dingen waar we geen vervolg aan breien. Ik maak trouwens geen vaste plannen voor de toekomst. Er bestaat geen logisch verband tussen de toestellen die we hebben ontwikkeld. We doen niet aan marktonderzoek en maken geen marketingplannen. Ik geef toe dat dat niet echt een commerciële aanpak is." DYSON. "Vast en zeker. Nu hebben we nog het touchscreen van een smartphone nodig, maar in de toekomst zullen we andere middelen hanteren om te communiceren. Zo kan de verlamde astrofysicus Stephen Hawking vanuit zijn rolstoel e-mails versturen door alleen zijn gezicht te bewegen. We zitten midden in de omschakeling naar een nieuwe wereld: een wereld die heel wat complexer is. Wij werken in het roboticalaboratorium van het Imperial College London bijvoorbeeld al zes jaar aan het gezichtsvermogen van robots, zodat die zich makkelijker in de ruimte kunnen verplaatsen. In februari hebben we besloten er 5 miljoen pond in te investeren. Wij geloven dat daar de toekomst ligt." DYSON. "Dit is voor ons een geweldige tijd. De vrijheid die algoritmen, softwareprogramma's en connectiviteit ons bezorgen, samen met de nieuwe materialen die momenteel beschikbaar zijn, biedt een prachtig toekomstperspectief. Toen ik een nieuwe motor wilde afstellen voor mijn zakloze stofzuiger, moest ik daar ook software aan toevoegen en kunstmatige intelligentie op basis van algoritmen. Anders dan bij een iPhone kun je dat niet zien aan het toestel. Binnenkort zullen grafiet en nanotubes producten transformeren en een wereldwijde revolutie teweegbrengen." "Tegelijkertijd moeten we zuiniger gaan omspringen met water, energie, enzovoort. Onze ingenieurs moeten harder werken om de natuurlijke rijkdommen van onze planeet te beschermen, wat hun taak er des te interessanter op maakt. Wij hebben een oplossing voor alle problemen. Het is onze taak de problemen dan ook echt op te lossen."EMMANUEL PAQUETTE, FOTOGRAFIE JEAN-PAUL GUILLOTEAU/L'EXPRESS