Rudy Aernoudt
...

Rudy AernoudtDe laatste maanden hebben één ding duidelijk gemaakt: de splitsing van ons land is niet langer een taboeonderwerp, en maar goed ook. Bepaalde Vlamingen dromen ervan, anderen dreigen ermee, maar de meeste Vlamingen, Walen en Brusselaars wensen het niet. In deze column laat ik mij leiden door de drie kantiaanse vragen: wat kan ik weten, wat moet ik doen en wat mag ik hopen. Weten: is de splitsing mogelijk? Ja, onmogelijk bestaat niet, zegt de volkswijsheid. Er zijn natuurlijk een aantal heikele punten. De staatsschuld (300 miljard euro) en de provisies voor pensioenlasten (1050 miljard euro) splitsen, vergt een verdelingssleutel. Zoals bij de meeste scheidingen riskeert de vertrekkende partner het grootste deel van het gelag te betalen. Volgens de diverse scenario's die ik uitwerkte in mijn boek "Brussel, het kind van de rekening" (Roularta 2007), zou Vlaanderen tussen de 52 % en 80 % voor zijn rekening nemen, of tussen de 700 en 1000 miljard, of vier tot zeven keer zijn bruto binnenlands product. Puur indicatief, en louter ter illustratie, dit bedrag komt overeen met ongeveer 150 jaar transfers op basis van het huidige geschatte transferbedrag. Als we ermee rekening houden dat door de demografische veroudering, die sneller toeslaat in Vlaanderen dan in de rest van België, en door de stijging van de participatiegraad in Wallonië, de transfers aan het afnemen zijn, zou de vergelijking wel eens meer dan 200 jaar kunnen bedragen. Ander heikel punt is Brussel natuurlijk, waar nog slechts 8,5 % van de belastingaangiftes in het Nederlands gebeuren. De kans dat Brussel, in geval van splitsing aansluiting bij Vlaanderen zoekt, is dan ook wel heel klein. Doen: is de splitsing mogelijk? Voorstanders wijzen erop dat de splitsing gemakkelijk kan worden uitgevoerd en verwijzen daarbij naar Tsjecho-Slovakije. De naam van het land (met verbindingsteken) wijst er al op dat zij een korte gemeenschappelijke geschiedenis hadden vooraleer zij beide onder het juk van het communistische regime kwamen. Bovendien hadden zij elk hun hoofdstad: Praag en Bratislava, geen van beide met Europese ambities. Zij spreken, op tien procent woorden na, dezelfde Slavische taal en de splitsing van Tsjecho-Slovakije gaat dan ook niet uit van een archaïsche maatschappijopvatting dat taal, volk en natie moeten samenvallen. In België is er een grote verwevenheid, vooral naar de ene hoofdstad toe. Bekijk maar even het spoorwegennet dat kan worden beschouwd als een maquette van de connectiviteit. Dagelijks sporen, rijden en fietsen 250.000 Vlamingen en 90.000 Walen naar hun hoofdstad om er te werken. Ze betalen hun belastingen in hun slaapregio. Overigens, de Vlamingen die er werken zouden bij splitsing, tenzij een weinig waarschijnlijk bilateraal akkoord dat anders overeenkomt, hun belasting voortaan in Brussel betalen en niet langer in Vlaanderen. Er is dan sowieso geen sprake meer van transfers van Vlaanderen naar Brussel, integendeel. De verwevenheid die België kenmerkt, met Brussel als mentaal, geografisch, economisch en financieel knooppunt, maakt een scenario à la Tsjecho-Slovakije bijzonder moeilijk. Voor wie daaraan twijfelt, neem ik graag even het voorbeeld van de plantentuin van Meise. De tuin werd geregionaliseerd in het kader van de Lambermontakkoorden van 2001. Zes jaar en ettelijke crisisvergaderingen later, is het akkoord nog steeds niet uitgevoerd. De federale regering is niet langer verantwoordelijk en de regionale is het nog niet. Telkens een bericht in de krant verschijnt van op instorten staande serres wordt een tijdelijke budgettaire oplossing uitgewerkt. We kunnen nog geen plantentuin regionaliseren en we doen alsof het niets inhoudt een land te splitsen. Hopen: is de splitsing wenselijk? Om te evalueren of een operatie wenselijk is, moeten we ze vergelijken met alternatieven. Het alternatief is een verregaande samenwerking tussen de regio's waardoor meer Walen en Brusselaars in Vlaanderen werken en nog meer Vlamingen in Wallonië investeren. Hoe beter het gaat in Wallonië, hoe meer Walen aan het werk, hoe beter voor Vlaanderen. Wallonië is immers een belangrijk afzetgebied voor Vlaamse producten en bovendien, als evenveel Walen aan het werk zouden zijn als Vlamingen, dan smelten de transfers als sneeuw voor de zon. Interregionale samenwerking, toekennen van competenties aan het meest geschikte niveau (subsidiariteit heet dat) en uitbouw van een slanke, efficiënte publieke sector; dat is het alternatief voor de splitsing. Bij dit alternatief verdwijnen de transfers, vinden Vlaamse ondernemingen arbeidskrachten om hun groeipotentieel te realiseren en vinden Brusselaars en Walen werk. Vergeet niet dat, ondanks het politieke discours, Wallonië de belangrijkste handelspartner van Vlaanderen is en Vlaanderen, na Amerika, de grootste investeerder in Wallonië. Economisch wint iedereen bij dat alternatief en met een beetje goede wil is het bovendien veel gemakkelijker en goedkoper te realiseren dan een splitsing. Alleen veronderstelt het dat wij erin slagen onze clichés te overschrijden. Bij wijze van afsluiting De vraag is dus niet langer of de splitsing mogelijk is, maar of ze wenselijk is, en daarop is het antwoord volmondig: nee!