Als zoon van een Zwitserse dominee was Jacob Bernouilli voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader een streng-protestants theoloog te worden. Jacob liet echter de godgeleerdheid links liggen en stortte zich op zijn passie, de wiskunde. Daarmee legde hij de grondslag voor een ware mathematische dynastie. Verschillende nazaten zouden verder de furor mathematicus van de zeventiende en achttiende eeuw ontwikkelen. Bernouilli maakte onder meer faam met de wiskundige ontwikkeling van de waarschijnlijkheidsleer. Tussen echte zekerheid en volkomen onzekerheid kwam een nieuwe categorie te staan, de waarschijnlijkheid.
...

Als zoon van een Zwitserse dominee was Jacob Bernouilli voorbestemd om in de voetsporen van zijn vader een streng-protestants theoloog te worden. Jacob liet echter de godgeleerdheid links liggen en stortte zich op zijn passie, de wiskunde. Daarmee legde hij de grondslag voor een ware mathematische dynastie. Verschillende nazaten zouden verder de furor mathematicus van de zeventiende en achttiende eeuw ontwikkelen. Bernouilli maakte onder meer faam met de wiskundige ontwikkeling van de waarschijnlijkheidsleer. Tussen echte zekerheid en volkomen onzekerheid kwam een nieuwe categorie te staan, de waarschijnlijkheid. Deze leer is niet alleen op wiskundig vlak interessant. Hij heeft ook gevolgen voor ons moreel denken. Het oude maxime van de moraal zoals door de dertiende-eeuwse theoloog Thomas van Aquino meesterlijk uitgewerkt werd ("doe het goede, vermijd het kwade"), werd grondig dooreengeschud. Het bewustzijn bestendig te leven met waarschijnlijkheden blaast het binaire karakter van onze morele dilemma's op en plaatst ons voor meervoudige keuzes tussen punten op een continuüm. We hebben niet louter te kiezen tussen twee alternatieven die zich - als we ervoor kiezen - met zekerheid zullen produceren. Bovendien is het onze morele opdracht de betere van de slechte te onderscheiden. De waarschijnlijkheidsleer maakt het keuzeveld ingewikkelder. KIPPEN EN LOTTO.Hoe gaat Jan Publiek meestal om met de realiteit van de probabiliteit? Allerlei empirische studies wijzen steevast in dezelfde richting: Jan Publiek heeft een hekel aan waarschijnlijkheden, hij verkiest zekerheid. De average person is risico-avers en niet risico-neutraal. Dit laatste zou betekenen dat men evenveel waarde hecht aan één kans op tien om duizend te winnen en één kans op duizend om honderdduizend te winnen. Dit is niet zo. Doe de test met kinderen, vrienden of studenten: zij zullen steevast het eerste alternatief kiezen. Deze risico-averse houding kenmerkt niet iedereen en is ook niet permanent aanwezig. Er zijn risicominnaars zoals ondernemers en zelfs de average man omarmt wel eens het risico in het casino en bij de Lotto. Wanneer de gemiddelde burger evenwel zelf moet opdraaien voor de kosten van zijn keuze, zijn er duidelijk grenzen aan zijn risico-aversie. Het zich verplaatsen met de wagen houdt relatief hoge risico's in. Toch toeren we met zijn allen bestendig op onze wegen. Onze risico-aversie vindt zijn grenzen in de zeer hoge kosten, die het opgeven van autorijden en het uitsluitend betrouwen op minder riskant openbaar vervoer betekenen. Alhoewel iedereen langzamerhand op de hoogte moet zijn van het hoge risico op longkanker bij roken, blijven vele mensen lustig verder paffen. De mijding van het kankerrisico is de kost ervan (het ontzeggen van rookgenot) blijkbaar niet waard.In het theater van de politieke democratie bestaan deze grenzen aan onze neiging tot risico-aversie echter niet. De dioxinecrisis vormt hier een verpletterende illustratie van. Of we van het eten van Belgisch rundsvlees, kippen, eieren en andere met dierlijke vetten gemaakte producten kanker krijgen, hangt af van een dubbel gelaagde waarschijnlijkheid: de waarschijnlijkheid of we een met dioxine besmet product nuttigen en de waarschijnlijkheid of we door het innemen van dioxine kanker krijgen. Indien we beide waarschijnlijkheidsgraden met elkaar vermenigvuldigen, komen we tot zeer lage risico's.Op het forum van de politieke democratie wordt de burger echter niet de vraag gesteld wat hij bereid is op te geven voor totaal risicoloze kippen en eieren. De ontdekking van het schandaal en de mediaheisa errond plaatst ons als het ware terug in het pre-Bernouilli tijdperk. Het volk wil het absolute goede en legt de lat uiterst hoog: een wereld met voedsel zonder dioxinerisico. Omwille van het missen van die lat werd de rooms-rode as, die ons land twaalf jaar lang bestuurde, electoraal uitgebeend.DIOXINE EN DEMOCRATIE.De macht rolde op de vloermat van de grootste kleine politieke firma die nu - met een bont kartel van politieke kmo's - deze dioxinevrije heilsmaatschappij zal moeten realiseren. De kans is groot dat ook dit kartel de hoge dioxinelat mist en tijdens de volgende gemeenteraadsverkiezingen, die hoe dan ook niets met dioxine te maken hebben, wordt afgestraft. Kortom, het politieke verlangen naar een risicoloze omgeving dreigt de werking van de democratie onmogelijk te maken.Ook de Europese vrije markt, de trots van een voorbije generatie van Europese politici, dreigt een prominent slachtoffer te worden van het utopia der zekerheid. De eis van risicoloos voedsel wordt een geducht neoprotectionistisch wapen. Elke lidstaat zal het uit andere lidstaten ingevoerde voedsel besnuffelen tot het wel een of andere - hoe miniem dan ook - gevaarlijke substantie zal vinden. De Denen kregen reeds lik op stuk met hun meer dan Belgisch dioxinegehalte in vismeel en nu blijkt ook dat de Franse runderen, zogezegd al dartelend opgegroeid in de wijde natuur, op grote schaal werden vetgemest met rioolslib. Who's next?Ons denken op politiek vlak moet dringend een stevige Bernouilli-kuur ondergaan. Politici moeten stoppen een risicovrije wereld te beloven en de bevolking confronteren met de kosten van de graduele vermindering van het risico. De bevolking moet duidelijker geconfronteerd worden met het feit dat het utopia der zekerheden niet bestaat en dat kiezen voor minder risico's op één vlak dikwijls de verhoging van risico's op een ander vlak inhoudt. Dat de zucht naar biologisch gekweekt vlees wel eens zou kunnen meebrengen dat zeer modale gezinnen in de wereld zich geen vlees meer kunnen veroorloven, waardoor voor kinderen een tekort aan proteïnen ontstaat. Dat de zucht naar niet besproeide groenten en fruit de productiviteit in die sector drastisch kan verlagen, de prijzen de hoogte injagen en de consumptie doen verminderen, waardoor het risico op kanker alsnog toeneemt. "Good for the liver may be bad for the spleen," merkte Thomas Fuller op. Het voer van Verkest heeft ons niet gezonder gemaakt, hopelijk wel wat wijzer. Prof. dr. Boudewijn Bouckaert is voorzitter van de vakgroep Grondslagen van het Recht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Gent.BOUDEWIJN BOUCKAERT