Denemarken, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk waren begin jaren tachtig de kneusjes van Europa. Ze haalden drie van de vier slechtste economische groeicijfers (Griekenland was de andere). Ierland haalde het tweede grootste begrotingstekort en de derde hoogste inflatie. Ruim twintig jaar later hebben ze vier van de vijf laagste werkloosheidscijfers en hebben ze de grootste vermindering in werkloosheid gerealiseerd.
...

Denemarken, Ierland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk waren begin jaren tachtig de kneusjes van Europa. Ze haalden drie van de vier slechtste economische groeicijfers (Griekenland was de andere). Ierland haalde het tweede grootste begrotingstekort en de derde hoogste inflatie. Ruim twintig jaar later hebben ze vier van de vijf laagste werkloosheidscijfers en hebben ze de grootste vermindering in werkloosheid gerealiseerd. Anthony Annett, een researcher van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), heeft in een kersverse studie onderzocht wat de oorzaak is van deze spectaculaire turnaround. Hij concludeert dat de vier landen sinds 1982 een grondig hervormingsprogramma in de steigers hebben gezet. Die succesvolle programma's bestonden uit een consistente mix van elkaar versterkende hervormingen op het vlak van arbeidsmarkt, productmarkten, begroting en fiscaliteit. De kernelementen van deze hervormingen: LoonmatigingIn de vier landen stond loonmatiging centraal. Loonmatiging kwam er in Ierland (in 1987) en Nederland (het akkoord van Wassenaar in 1982) door akkoorden tussen de sociale partners. Het Verenigd Koninkrijk focuste op de verzwakking van de vakbondsmacht. Lagere belastingdrukDe belastingdruk op arbeidsinkomens daalde gevoelig in de vier onderzochte landen (zie grafiek 1). Dit was geen algemene trend, want in de helft van de EU-landen steeg de druk. Het is net die lagere belastingdruk, die de loonmatiging mogelijk en aanvaardbaar heeft gemaakt. Minder riant werkloosheidssysteemUit onderzoek blijkt dat ruim de helft van de toename van de Europese werkloosheid tussen 1960 en 1990 te verklaren is door institutionele factoren. 40 % daarvan door te aantrekkelijke werkloosheidssystemen. De vier landen hebben dan ook het niveau van de werkloosheidsuitkeringen verminderd (behalve Denemarken) of hun duur beperkt (alleen Denemarken en Nederland) of de toegang verstrengd (behalve Ierland). Reductie overheidsuitgavenDe vermindering van overheidsuitgaven was een andere belangrijke factor. De overheid werd ingekrompen in alle landen behalve Denemarken, zowel op het vlak van inkomsten als uitgaven. Vooral het focussen op de uitgaven (snoeien in transfers en overheidslonen) was succesvol. Die begrotingspolitiek ging hand in hand met het verbeteren van het arbeidsaanbod. Liberalisering arbeidsmarkt en productmarktenZoals uit grafiek 2 blijkt, hebben de vier onderzochte landen de meest vrije productmarkten van de EU. Ook de arbeidsmarkt is erg soepel georganiseerd (met enig voorbehoud voor Nederland, dat eerder gemiddeld scoort). Annett stelt vast dat wanneer het arbeidsaanbod stijgt, er in weinig gereguleerde landen een grotere kans tot omzetting in jobs bestaat. Volgens Annett werd de hervorming in de vier landen telkens ingezet door een nieuwe regering die een breuk betekende met het verleden. De succesvolle hervormingen zorgden voor groei en dat gaf ruimte voor een voortzetting van het beleid. De bevolking begreep het signaal zeer goed. Terwijl in de voorgaande slechte periode de spaartegoeden van de gezinnen stegen, daalden ze in de betere tijden. Met andere woorden, de bevolking consumeerde omdat ze vertrouwen had in het beleid. Belangrijk is ook dat de hervormingsgezinde regeringen de oppositie de wind uit de zeilen haalde door haar te laten deelnemen aan het hervormingsproces. Het is volgens Annett een misvatting dat dit soort hervormingen moet leiden tot een minder sociale maatschappij. Integendeel. Denemarken en Nederland scoren zeer goed op het vlak van ongelijkheid en armoede in vergelijking met andere Europese landen. Dat kan niet gezegd worden van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, maar beide landen scoren toch nog beter dan zuiderse landen als Spanje, Portugal, Italië en Griekenland. De kans is groot dat de nieuwe regering een liberaal-christendemocratische coalitie zal zijn. Daarmee is al één voorwaarde uit de IMF-studie voldaan: een nieuwe regering die breekt met het verleden. Er is echter veel werk aan de winkel voor - laten we even een berekend gokje nemen - Leterme I. Overlopen we de sleutelfactoren die Anthony Annett heeft gevonden. Loonmatiging: de lonen voor de volgende twee jaar zijn net vastgelegd in een batterij sectorale cao's (zie blz. 44). Redelijk matig, maar zeker niet extreem. Door het niet verder uitbreiden van all-inakkoorden blijft een eventueel hogere inflatie via de automatische indexering als een zwaard van Damocles boven de economie hangen. Lagere belastingdruk: zowel liberalen als christendemocraten bewijzen lippendienst aan deze voorwaarde. De vraag is echter welke ruimte de volgende regering zal hebben. Volgens de vooruitzichten die de Nationale Bank vorige week bekendmaakte, moet de volgende regering in 2008 2,3 miljard euro besparen om de begrotingsdoelstellingen te halen. Minder riant werkloosheidssysteem: Open VLD pleit voor een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de duur, maar voor CD&V is het onmogelijk daarin mee te stappen zonder zich de banbliksems van het ACV op de nek te halen. Reductie overheidsuitgaven: een ontvetting van het overheidsapparaat lijkt bij niemand een prioriteit. Het VBO heeft hiervan een speerpunt gemaakt, maar het lijkt eerder prediken in de woestijn. Liberalisering arbeidsmarkt en productmarkten: ook op dit vlak laten de programma's van liberalen en christendemocraten geen ambitieuze doelstellingen zien. Een verdere versoepeling van de uitzendmarkt bijvoorbeeld kan een belangrijke vooruitgang zijn (zie kader). Conclusie: op loonmatigingsvlak ligt alles al vast, op de vier andere domeinen is er nog veel werk te doen. Anthony Annett, Lessons from Successful Labor Market Reformers in Europe. IMF Policy Discussion Paper.WWW.TRENDS.BE De volledige studie van het IMF.Guido Muelenaer