D e meeste ondernemingen publiceren rond deze tijd van het jaar hun resultaten, en dus is ook het jaarlijkse rondje voyeurisme over de lonen van topmanagers terug. De overdreven hoge lonen van enkele uitzonderingen mogen evenwel niet tot een algemene stigmatisering van grootverdieners leiden.
...

D e meeste ondernemingen publiceren rond deze tijd van het jaar hun resultaten, en dus is ook het jaarlijkse rondje voyeurisme over de lonen van topmanagers terug. De overdreven hoge lonen van enkele uitzonderingen mogen evenwel niet tot een algemene stigmatisering van grootverdieners leiden. Een econoom die vandaag de toplonen van chief executive officers verdedigt, is zoals een advocaat die de verdediging van een moordenaar op zich neemt: hij wordt vereenzelvigd met de misdadiger en krijgt de volledige publieke opinie tegen zich. De aanklacht tegen de topverdieners luidt: verregaande zelfverrijking, chronische incompetentie en asociale poenpakkerij. De twee cartoons vatten de aanklacht samen. Maar wat zegt de verdediging? Voyeurisme en meerwaarde. De openheid over toplonen van sportlui, politici en - vooral - topmanagers die enkele jaren geleden is ingevoerd, heeft geleid tot wat de tegenstanders altijd al vreesden: geen sereen debat, maar een jaarlijks festival van financieel voyeurisme en makkelijke instampertjes door opiniemakers over "het schandaal van het veel verdienen". Ik wil het in deze column niet hebben over bepaalde individuele gevallen (sommige topmanagers, vooral in het buitenland, kenden zichzelf inderdaad een stuitend hoge vergoeding toe). Waar ik het wél over wil hebben, is het principe van meer te verdienen dan het gemiddelde. Het basisprobleem is dat de meeste mensen maar moeilijk kunnen aanvaarden dat iemand anders een hoger loon krijgt dan zij. De transparantie over toplonen is nochtans de beste garantie voor een eerlijke bepaling ervan. Aandeelhouders zijn mondiger geworden, net als de medewerkers van een onderneming. Dat topverdienende sportlui "toch iets speciaals kunnen" getuigt van onwetendheid, of een gebrek aan respect voor het nodige talent voor topmanagement. Ondernemingen zijn complexer geworden, internationaler ook en het ritme is vandaag intenser dan ooit. Een bedrijfsleider moet een brede kennis combineren met creativiteit en leiderschap. Dat talent is schaars. De prijs van CEO's werd vroeger lokaal bepaald, maar door de globalisering is de topmanager mobieler geworden en wordt zijn prijs internationaal vastgelegd. Net als in de sport spelen CEO's het liefst in de Champions' League. Een economie die de internationale regels niet aanvaardt en lokale spelregels oplegt - door bijvoorbeeld de toplonen te plafonneren - veroordeelt zichzelf tot de economische tweede klasse. Uiteindelijk gaat het over de verdeling van de meerwaarde - want die moet er natuurlijk zijn - die door de beslissing van de topper werd gecreëerd. Welk deel mag naar de CEO, welk deel naar de aandeelhouder? Of mag de overheid zich dat allemaal toe-eigenen? Sommige opiniemakers beklemtonen steevast dat "1 % van de bevolking zomaar eventjes 7 % van de inkomens heeft". Dat diezelfde 1 % maar liefst 11 % van de belastingen ophoest, verzwijgen ze gemakkelijkheidshalve. Stel dat die 1 % topverdieners het niet meer ziet zitten in dit land - wegens de verstikkende belastingen, de afgunstmentaliteit en het continue collectieve misprijzen van succesvolle mensen - dan zit onze maatschappij met een enorm probleem: de overige 99 % van de bevolking moet dan een verlies van 11 % belastingen zien te compenseren. En laten we ook niet vergeten dat die 1 % de leiddinggevende functies heeft. Zonder kapiteins vaart een economie stuurloos rond. En nog een ander argument: één vijfde van de inwoners in dit land staat in voor twee derde van de belastingen. Topverdieners zijn dus dé belangrijkste pilaren van ons sociaal systeem. Streng beoordelen, niet ondoordacht veroordelen. We mogen natuurlijk streng zijn. CEO's en andere leidinggevenden moeten hun eigenbelang ondergeschikt maken aan het algemeen belang. Ze moeten duurzame projecten nastreven en voldoende op problemen anticiperen. Dat vereist een langetermijnbenadering, en sluit kortetermijnbonussen uit. Moeten we niet naar een systeem van geblokkeerde bonussen om de duurzaamheid van hun beleid te evalueren? CEO's moeten ook bereid zijn het lot van hun medewerkers te delen, in goede en slechte dagen. Als je als topman pleit voor loonmatiging, dan geef je best ook zelf het voorbeeld. Gouden parachutes bij een vertrek - meestal gedwongen na tegenvallende prestaties - zijn af te keuren. Tot besluit. Te zien aan de aanzwellende braindrain is het buitenland sterk overtuigd van de competentie van ons toptalent. Tenzij we dromen van een communistisch systeem, is een systematische verkettering van de economische elite de beste manier om op termijn collectief armer te worden. Zonder te beweren dat er geen individuele zondaars zijn, pleit ik dus de topverdieners als groep vrij van zelfverrijking en incompetentie. Tegelijk zou ik willen wijzen op hun bijdrage aan de maatschappij en de draagkracht van ons sociaal systeem. Beste jury, ik vraag u om in uw vonnis jaloersheid niet te laten doorwegen. Sta open voor bewondering en objectieve economische analyse! DE AUTEUR IS HOOFDECONOOM VAN PETERCAM VERMOGENSBEHEER. REACTIES: visienoels@trends.be Geert Noels