Steeds meer ziektes zijn rechtstreeks toe te schrijven aan onze levensstijl. Het zijn beschavingsziektes. We doen de verkeerde dingen en worden dan ziek. We roken, eten te veel, drinken niet met mate, leven als een stresskonijn en slikken de verkeerde pillen in de verkeerde hoeveelheden. Gezondheid wordt steeds meer een kwestie van gedrag en steeds minder een kwestie van virussen, microben of te weinig bouwstoffen voor het lichaam. Gezondheidspsychologie wordt belangrijker dan gezondheidsfysiologie.
...

Steeds meer ziektes zijn rechtstreeks toe te schrijven aan onze levensstijl. Het zijn beschavingsziektes. We doen de verkeerde dingen en worden dan ziek. We roken, eten te veel, drinken niet met mate, leven als een stresskonijn en slikken de verkeerde pillen in de verkeerde hoeveelheden. Gezondheid wordt steeds meer een kwestie van gedrag en steeds minder een kwestie van virussen, microben of te weinig bouwstoffen voor het lichaam. Gezondheidspsychologie wordt belangrijker dan gezondheidsfysiologie. En waarmee houdt de gezondheidspsychologie, toegepast op de werkplek, zich bezig? Houd even je hart vast: burn-out, midcareercrisis, disstress (de slechte stress) en werkverslaving. Stuk voor stuk negatieve termen, dingen waarvan je wel ziek moet worden als je er veel over nadenkt. Voor elke studie over levenstevredenheid zijn er niet minder dan twaalf over depressie. Gezond zijn wordt dan de afwezigheid van ziekte. Of is gezondheid zich goed in zijn vel voelen, energie hebben, er graag bij zijn? Gelukkig is er een tegenstroom. Meestal wordt die samengevat onder de noemer positieve psychologie, een wat ongelukkige term, want dat woord doet onmiddellijk denken aan positivo's, mensen die het onmogelijke geloven en beloven, aan opgeklopte ADHD'ers die Prozac slikken om het af te leren. Die stroming ligt bijvoorbeeld aan de basis van de inzichten op het gebied van coaching. Een hoogspringer moet zich concentreren om over de lat te springen, niet om te vermijden ze neer te halen. Moet een skiër vooral opletten niet te vallen, of moet hij vooral elegant rechtop blijven? Moet je in de Engelse les vijf keer herhalen dat je niet mag zeggen much problems of much people, of ben je beter daarover te zwijgen en laat je de klas tienmaal in allerlei variaties many problems, many people zeggen? De vraag stellen is ze beantwoorden. Het negatieve werkt niet. Het negatieve kan vage angsten oproepen of een beetje inzicht verstrekken, maar enkel het positieve helpt ons daadwerkelijk vooruit. Daarom dat zovele ondernemers fundamenteel positieve mensen zijn. Al die doodswaarschuwingen op de pakjes sigaretten helpen niet als de verslaafde roker niet echt wil stoppen. Je werkt beter via de positieve keuze voor de gezondheid, het lange leven, de verantwoordelijkheid voor partner en kinderen. Psychoblabla? Is dat nu psychoblabla of keiharde wetenschap? Gecontroleerde en gesofisticeerde studies tonen telkens weer hetzelfde aan: positieve mensen leven langer. Men schat het effect (ceteris paribus, dus gecontroleerd voor factoren als roken, lichaamsbeweging, voedingsgewoonten) op niet minder dan vijf à tien jaar. Genoeg om al even Monty Python te zingen: Always look on the bright side of life. Nemen we even als voorbeeld de gekende nonnenstudie van David Snowdon (www.nunstudy.org). In de periode 1991-1993 verzamelt men allerlei medische gegevens over 678 nonnen geboren voor 1917. Ze traden rond 1930 toe tot de School Sisters of Notre Dame. Men vindt van hen 180 autobiografieën terug, geschreven rond hun tweeëntwintigste verjaardag. Elk van deze levensverhalen wordt blind gecodeerd door experts op hun emotionele inhoud. Ze krijgen een score van emotioneel negatief (droevig, bang, verward) tot emotioneel neutraal (feiten en cijfers) en emotioneel positief (blij, hoop, dankbaar). De gemiddelde leeftijd bij het overlijden van de meest negatieve nonnen was 86,6 jaar. Bij de vrij negatieve nonnen was dat 86,8 jaar. Voor de eerder positieve nonnen was dat 90 jaar en voor de zeer positieve nonnen was het zelfs 93,5 jaar. Gelukkige, blije, optimistische nonnen leven zeven jaar langer dan pessimistische, tobberige nonnen. Al die nonnen zijn religieus, ongehuwd, hebben geen persoonlijke financiële zorgen, hebben toegang tot dezelfde sociale steun, doen dezelfde job, eten uit dezelfde keuken! Een echt onderzoek van het type 'alle overige factoren constant'. Bovendien is zo'n zelfbeschrijving in een opstelletje over zichzelf nu ook niet bepaald de meest betrouwbare maat van positieve ingesteldheid. Je kan er dus van uitgaan dat de echte verschillen nog veel groter zijn. Dat blijkt ook uit andere studies: de grote sprong ontstaat pas wanneer je echt optimistisch, blij, positief bent. Het is niet voldoende een beetje minder pessimistisch te zijn. Neen, je moet er echt in geloven. Supergeëngageerde medewerkers. De inzichten lijken wat op de inzichten in de marketing rond klantentrouw. Tevreden klanten blijven je niet trouw. Zij zappen en ze hoppen. Alleen uiterst tevreden klanten, de delighted customers blijven je trouw. Het helpt echt niet veel je klanten een beetje minder ontevreden te maken, je moet ze supertevreden maken. In de gezondheidspsychologie toegepast op het werk, geraakt de aandacht dan ook meer en meer toegespitst op de weldaden van de supergeëngageerde medewerkers, de blije, de optimisten. Hoe krijg je echt geëngageerde medewerkers? Voor een antwoord op dit soort vragen is er uiteraard slechts één bron: volgende week, exclusief in dit tijdschrift: hoe krijg ik supergeëngageerde medewerkers? Reserveer nu reeds uw nummer. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens