In de productieruimte schijnen felle lichten op de vuurrode hompen paardenvlees. Een foto- en cameraploeg is druk in de weer voor de nieuwste bedrijfsfolder van de nv Velda. Het gaat uitstekend met de grootste paardenvleesproducent van de wereld, gevestigd in het Oost-Vlaamse Zele. "De markt van het paardenvlees krimpt, zoals de vleesmarkt in het algemeen," weet algemeen directeur Luc Van Damme. "Maar Velda blijft groeien, ten koste van onze concurrenten. Vooral de internationale expansie doet ons marktaandeel vergroten."
...

In de productieruimte schijnen felle lichten op de vuurrode hompen paardenvlees. Een foto- en cameraploeg is druk in de weer voor de nieuwste bedrijfsfolder van de nv Velda. Het gaat uitstekend met de grootste paardenvleesproducent van de wereld, gevestigd in het Oost-Vlaamse Zele. "De markt van het paardenvlees krimpt, zoals de vleesmarkt in het algemeen," weet algemeen directeur Luc Van Damme. "Maar Velda blijft groeien, ten koste van onze concurrenten. Vooral de internationale expansie doet ons marktaandeel vergroten." Verre oordenPrecies 18.406.088 kilo bedroeg de productie van Velda in 1998. De 220 medewerkers wereldwijd zorgden voor een geconsolideerde omzet van 4,2 miljard frank. Allicht kon César Van de Velde zich zo'n volume nauwelijks inbeelden, toen hij in 1896 in het nabije Hamme een paardenslagerij opstartte. De eenmanszaak verkocht het vlees vooral op de markten in de buurt. Eén van Césars dochters trouwde met beenhouwer Emiel Van Damme, de vader van de huidige directeur. Wanneer het paardenbedrijf in 1951 naar Zele verhuisde, werd het herdoopt tot nv. Al in 1961 stapte Luc Van Damme in de zaak, nauwelijks zestien jaar jong. Op zijn 23ste werd hij zaakvoerder. Vandaag leidt hij het nog altijd 100% familiale bedrijf. Inmiddels is ook de vierde generatie aan de slag. "De vorige generaties beperkten zich tot de binnenlandse markt," aldus Luc Van Damme. "Ze verwerkten in hoofdzaak paardenvlees tot de vleesvariant Boulogne. Begin jaren '70 begon ik met de import van paardenvlees uit Brazilië, Rusland, Uruguay en de VS." In de jaren '80 volgde de steeds verder geïntegreerde controle van het hele productieproces. In 1988 werden twee eigen slachterijen opgericht in de Amerikaanse deelstaten Illinois en Oregon. Cavel International Inc en Cavel West Inc zijn goed voor een investering van respectievelijk 1,5 en 1,2 miljoen dollar. Begin 1998 startte Velda ook een joint venture in Australië. Zowat 200 kilometer ten noorden van Adelaide werd samen met de Chinees-Australische holding Citic, in een 50-50-verhouding, een slachthuis geopend. "We werkten al jaren samen met het dochterbedrijf van Citic Metromeat. Eind vorig jaar hebben we de slachterij voor 100% overgenomen en Metro Velda opgericht. Citic wou zich uit de vleessector terugtrekken." AUSTRALIË, NOORD- EN ZUID-AMERIKAzijn de belangrijkste aanvoerlanden voor paardenvlees voor Velda. De betaling gebeurt in dollar. Wat vandaag pijn doet. "Een ton vlees kost 5000 tot 7000 dollar. Zes maanden terug betaalden we 33, nu 38 frank. Om die muntschommelingen te vermijden, zou ik liever de euro gebruiken."Uit Europa komt evenwel nauwelijks paardenvlees, op Groot-Brittannië na. "Uit Engeland hebben we 200 paarden, van de 2500 die we wekelijks slachten. De helft van de dieren wordt in de eigen slachterijen gedood." En vervolgens naar Zele gevlogen, dat fungeert als internationaal distributiecentrum. Daar wordt het paardenvlees opgeslagen, versneden en deels omgevormd tot rookvlees. "Dagelijks hebben we paardenvlees op het vliegtuig. Dat is duur, het kost ons twee dollar per kilo vlees," rekent Luc Van Damme. "Vier dagen na de slacht ligt het in de toonbank. Daarom is de nabijheid van een luchthaven essentieel."De verzending gebeurt vanuit de depots met koelruimten in Milaan, Parijs (Charles de Gaulle) en Zaventem. Slechts een derde van de productie blijft in eigen land en wordt verspreid via alle distributiekanalen: van de slager, via de vleeswarenfabrikant tot de grootgrutter. Voorverpakte producten, zoals vleeswaren en gerookt vlees, worden onder de eigen merknaam Velda verkocht. Maar vooral de export stijgt in belang en was in 1998 goed voor 70% van de omzet. Het vlees gaat naar andere Europese landen, met vooraan Frankrijk, Italië, Nederland en Zwitserland. In Nesle, in het departement van de Somme, wordt ook vlees versneden en opgeslagen. De Franse activiteiten zijn gebundeld onder het 100% filiaal Distriva (zie tabel). Paardenvlees verbodenOok in Illinois is de nabijheid van een luchthaven essentieel. Via Chicago O'Hare vliegt het paardenvlees over de oceaan. Cavel International Inc ligt op 50 mijl van de internationale luchthaven, in De Kalb. De 35 werknemers behandelen er 300 dieren, goed voor 60 ton paardenvlees per week. Maar vanaf september is dat verleden tijd. Velda centraliseert zijn Amerikaanse productie in het Canadese Manitoba, in een gloednieuw slachthuis. Goed voor een investering van 1,5 tot 2 miljoen dollar. "70% van onze Noord-Amerikaanse paarden komt uit Canada. In Manitoba zijn paarden massaal aanwezig. De dieren zijn van topkwaliteit, dat heeft te maken met de voeding en het ras. Het vlees is mals, fijn van draad. Bovendien zijn de energie- en loonlasten in Canada lager dan in de VS. Ook de mentaliteit van de Canadezen is beter." Velda heeft zijn Amerikaanse productieplannen definitief opgedoekt. In augustus 1997 werd de vestiging in Oregon in de as gelegd. "Een aanslag door een lokale variant van het Animal Liberation Front," huivert Van Damme. "Drie bommen zetten de slachterij in een mum van tijd in vuur en vlam. Het FBI verrichtte degelijk speurwerk, maar moest twee verdachten uit Californië bij gebrek aan bewijzen vrijlaten. Ik mag overigens niet klagen over de samenwerking met gerecht en verzekering." De Kalb moest soelaas brengen en de verdwenen productieruimte in Oregon compenseren. Maar de plaatselijke slachterij beschikt over een te geringe capaciteit. In het nabije Big Foot vond Van Damme een andere slachterij. Tot oktober vorig jaar werden er runderen verwerkt. Maar vorige maand kon de Vlaamse entrepreneur zijn investeringsplannen nabij de windy city, toch anderhalf miljoen dollar groot, definitief begraven. De lokale overheid zegt njet tegen de paardenslachterij. Na betogingen van de bevolking en stappen van milieuactivisten. De bewoners begrepen niet dat een Europees bedrijf in Amerika paarden komt slachten, om alle vlees dan meteen te exporteren. Ook de lokale ruitersportfederatie (McHenri County is het Mekka van de paardensport in Illinois) gooide zich in de discussie. HET ETEN VAN PAARDENVLEESblijft voor een Amerikaan even absurd als de consumptie van hondenvlees (een Chinese delicatesse) voor een Europeaan. De consumptie van paardenvlees is overigens in de staat Illinois bij wet verboden. "Het heeft geen zin om met getrokken messen tegenover mekaar te blijven staan," maakt Van Damme de balans op. "We gaan weg uit de VS. Het slachthuis is zonevreemd. Plannen om naar de rechter te stappen, hebben we om financiële redenen laten varen." De ondernemer vindt de weerzin voor paardenvlees "typerend voor de bekrompen Amerikaanse mentaliteit." Pleit hij: "Waarom is het niet aanvaardbaar dat paardenvlees als restproduct van een andere economische activiteit wordt gebruikt?" Paarden kweken voor de consumptie bestaat immers niet. Het langzame groeiproces van vier tot vijf jaar maakt ze daarvoor te duur. "Wij zijn dus afhankelijk van paarden die voordien een andere rol hebben vervuld. Men vindt het dan weer wel aanvaardbaar dat runderen, varkens en kippen uitsluitend voor de slacht worden gekweekt." WOLFGANG RIEPL