Het is vreemd dat de etnische Armeen Ara Güler bij ons niet bekend is. Hij behoort tot de grootste levende fotografen, hij heeft een archief van meer dan 800.000 beelden en zijn foto's vullen maar liefst 56 boeken. Güler werd begin jaren zestig de eerste Magnum-fotograaf van Turkse origine. De groten der aarde poseerden voor zijn lens, van Orson Welles over Indira Gandhi tot Chagall, Picasso en Dalí. Sinds eind jaren vijftig stuurden internationale bladen als Paris Match, Stern en Life hem geregeld op pad. Ze lieten hem oorden als Kazachstan, Kenia, Papoea-Nieuw-Guinea en Borneo verkennen, en ze waren onder de indruk van zijn vermogen om de onderklasse van Istanbul waardig in beeld te brengen.

Güler ging ook de hort op in het binnenland van Turkije. In 1958 zond het blad Hayat hem naar de feestelijke opening van een nieuwe stuwdam in westelijk Anatolië. Hij raakte de weg kwijt en moest in een klein dorp overnachten. Dorpskinderen troonden hem mee naar de ruïnes waar ze graag speelden. Later kwam aan het licht dat hij de hellenistische stad Aphrodisias had ontdekt.

Ara Café

Vandaag brengt Güler zijn tijd door op het gelijkvloers van zijn geboortehuis aan de Istiklal, de statige winkelstraat van Istanbul. Daar is het Ara Café gevestigd, waar zijn foto's aan de muren hangen. Hij was de zoon van een welvarende apotheker met een schare artistieke vrienden. Hij wilde regisseur of scenarist worden, en vond een eerste baantje in een van de filmstudio's van Istanbul. Maar film en theater lagen hem niet. Later zei hij vaak in interviews: "Alle kunst is fictie en bijgevolg fundamenteel onbelangrijk. Fotografie is de waarheid en die overtreft elke vorm van fantasie."

Op zijn twintigste kreeg Güler van zijn vader een Leica cadeau. Korte tijd later kon hij aan de slag bij het blad Yeni Istanbul. De jonge fotograaf richtte zijn lens vooral op zijn stad, die een onwaarschijnlijke demografische explosie beleefde. Haar bevolking is in zestig jaar verveertienvoudigd. Vandaag is maar een kwart van de bevolking autochtoon en de immigratie houdt aan. Tussen 2008 en 2012 kwam er nog 1 miljoen mensen bij, met alle files en overlast van dien.

"We zijn onder de voet gelopen door boeren uit Anatolië die niets begrijpen van de poëzie en de romantiek van deze plek", schreef Güler. "Mijn stad is nog altijd die van 1 miljoen mensen, zoals in 1950. Ik zoek haar vruchteloos. Ze is in zee gevallen, dood. En dat ruik je ook. De geur van verval is overal."

Orhan Pamuk

Güler heeft zijn stad steeds weer gefotografeerd. Heel Turkije kent hem als 'het oog van Istanbul'. Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk gebruikte Gülers archief voor zijn roman Istanbul. "Zijn verbondenheid met Istanbul drukt hij uit via zijn bewoners", schrijft Pamuk. "Door scherp te stellen op de vissers die in cafés hun netten repareren, op de kinderen die autobanden repareren bij de afbrokkelende stadsmuren en op de leerjongens die zware arbeid moeten verrichten, ondanks hun erg jonge leeftijd. Maar zijn grootste verwezenlijking is dat hij de stad blootlegt in al haar rijkdom en armoede. Elke keer als ik naar de details op zijn foto's kijk, wil ik me naar mijn bureau haasten om over Istanbul te schrijven."

Imagine Istanbul loopt tot 24 januari in Bozar in Brussel.

Catherine Vuylsteke