Tucson (Arizona, VS).
...

Tucson (Arizona, VS).Het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek noemt in een recent omslagverhaal " 21 Ideas for the 21st Century" de personal power plant de belangrijkste innovatie in de volgende eeuw: elk huis zijn eigen energieturbine. De Vlaamse Amerikaan Alex Dely, professor fysica en elektronica aan de universiteiten van Arizona en Phoenix, wil met zijn Tucson Transatlantic Trade Holding Group Inc. ( TTT), opgericht in 1986, in de komende vijf jaar dergelijke zelfvoorzienende energieprojecten opstarten in Europa, Afrika en Azië. "Een erg beloftevolle business. Op de Amerikaanse markt heeft TTT via zijn in energie en milieu gespecialiseerde dochter International Combustion Systems Inc. (ICS) voor 100 miljoen dollar projecten lopende in een nichemarkt tot 20 megawatt", licht Dely toe. ICS is maar één tak van TTT, dat uitgroeit tot een wereldomvattende duizendpoot met dochtervennootschappen in bedrijfslogistiek, industriële bouw en informatietechnologie (zie kader: Zes vakgebieden). Alex Delyis afkomstig uit Gent en studeerde aan de universiteit van Chicago. In 1980 concentreerde hij zich op defensieresearch en " Star Wars"-scenario's aan Chapman College op Davis Monthan Air Force Base in Arizona. In 1986 werd hij Amerikaans staatsburger en mede-initiatiefnemer van een aantal universitaire spinoffs, waarvan de meest succesvolle Burn Brown Advanced Microelectronics (1,25 miljard dollar omzet en 1500 werknemers wereldwijd). Vandaag gelooft Alex Dely sterk in het concept " virtual corporation" waarvan zijn TTT Holding Group Inc., voor 96% eigendom van de Dely-familie, een illustratie is: "Er is overcapaciteit in de wereld, we moeten dus geen productie toevoegen. Wanneer wij een onderneming opstarten, doen we dat met technologie- upgrading en door maximale hefboomeffecten te laten spelen. Onze industriële partners hebben in hun vakgebied soliede introducties in Amerika, Europa, het Midden-Oosten of Azië. Sinds kort ook in West- en Oost-Afrika. De meeste TTT-projecten hebben een levenscyclus van vele jaren, met hoogten en laagten. Soms mislukkingen ook." Alex Dely omschrijft TTT als een sweat equity fund, "een durfkapitaalfonds dat de handen uit de mouwen steekt." Dankzij zijn partnerbedrijven beschikt TTT over een vijftigtal vaste medewerkers, de ene helft in de VS, de andere vooral in Oost-Europa. "Die landen hebben uitstekende onderzoekers en creatieve ondernemers die een globale visie hebben en risico's niet schuwen. Maar het ontbreekt hen aan durfkapitaal en internationale zakencontacten. Daarom vinden we onze meest dynamische industriële partners in Slovenië, Roemenië, Oekraïne. West-Europese bedrijven moeten langer wikken en wegen. De sterkte van TTT zit in onze database die we over de jaren opbouwden: bij meer dan 6000 top- Fortune-bedrijven in de VS, waar we ooit mee samenwerkten, hebben we directe toegang. Ik begrijp niet waarom dynamische Vlaamse kmo's daar niet op inpikken. Sommige hebben steengoede technologie waarvoor we geschikte partners kunnen vinden." Toen professor Alex Dely in 1986 met TTT van wal stak, stuurde hij het bedrijf aanvankelijk in de richting van consulent en dealmaker tussen Amerikaanse en West-Europese technologiebedrijven. "Ik vond dat men zich in Europa blindstaarde op de Oost- en de Westkust, terwijl het zogenaamde Arizona-model met zijn sterke industriële clusters in onder meer luchtvaart, milieutechnologie, bioindustrie, optics en electronics erg succesvol was en zelfs uitdeinde naar New Mexico, Utah en Texas. Die drive is er nog steeds. Naast de IBM's, de Intels en Motorola's zijn vooral kmo's de drijfriem voor technologische innovaties. Het zijn ideale partners voor durvers uit de Benelux, dachten wij." Maar Dely botste op Vlaamse passiviteit. "Wellicht zijn wij te ongeduldig", glimlacht hij nu. In 1991 heroriënteerde Alex Dely TTT naar co-ownership in zes afgetekende domeinen rond spilvennootschappen waarin de holding participaties aanhoudt van 10 tot 50% (zie kader: Zes vakgebieden). Het Antwerpse expeditiebedrijf Atramef kwam er onlangs bij als logistics partner voor het internationale goederenvervoer in het TTT-netwerk (zie Trends van 16 september 1999). "Dit was een strategische ommekeer: van consulent werden we een financiële partner en een actieve durfkapitalist", beklemtoont Dely. Hij geeft 7,2 miljard Belgische frank op als globale omzet van de hoofdaandeelhouders in de zes TTT-bedrijven. "Het netwerk draait op autofinanciering. We staan nu op een keerpunt. Volgend jaar beslissen we over een beursgang van de TTT-holding in zijn geheel of van ICS en Diacom. Tenzij we een belangrijke strategische investeerder aan boord nemen. Of meer joint ventures sluiten, zonder controleverlies over de zes kernbedrijven."In zijn groeifasegebruikte Tucson Transatlantic Trade offset programs van Boeing en McDonnell Douglas als financiële hefbomen. In het kader van aankopen door Europa van militaire en burgerlijke vliegtuigen trad het Zwitserse Canton de Vaud gedurende twee jaar op als een strategic fund partner. Zo werd TTT begin jaren negentig de go between tussen honderden Zwitserse kmo's, McDonnell Douglas en zijn Amerikaanse toeleveranciers voor goederen en diensten uit Zwitserland ten belope van 1 miljard dollar. "Boeing heeft offset contracten lopen in Finland, Spanje, Slovenië, Israel en Saudi-Arabië. Lockheed en Raytheon eveneens. TTT treedt daarbij op als bruggenbouwer", vertelt Dely. TTT maakt momenteel via zo'n programma een haalbaarheidsstudie voor een Aircraft modification plant in de Roemeense haven van Constanta. Als professor quality engineering aan de open universiteit van Phoenix (met 61.000 studenten de belangrijkste online-universiteit voor werkende volwassenen in de VS) doceert Alex Dely aan kaderpersoneel van bedrijven zoals Intel, Motorola, Boeing, Honeywell en hun toeleveringsbedrijven. "Na zestien weken praktijkgerichte lessen, doorgaans in de bedrijven, komt daar dikwijls een nieuwe joint venture-partner uit tevoorschijn", verklaart Dely. Alex Dely is zich bewust van de sterkten en zwakten van zijn virtuele TTT-groep. Sterkten zijn: de stevige klantenbasis in de Amerikaanse thuismarkt, nauwe contacten met gebruikers en technologiepartners, state of the art-technologie, flexibiliteit en geen overhead-kosten. De netwerkleden buiten de VS kunnen dynamisch zijn, maar vormen soms ook een zwakke schakel. "We zijn immers afhankelijk van hun technologiebasis en -toepassingen, van hun productiecapaciteit en hun financiële contacten", zegt Dely. "TTT doet niet zelf aan marktprospectie, dat doen de leden; een managementwissel kan de hele relatie doen wankelen." ERIK BRUYLAND