Op 1 juli van dit jaar ontwaakt België in het 'post fiscaal bankgeheim'-tijdperk. Muggenzifters zullen opmerken dat er in België nooit een echt fiscaal bankgeheim heeft bestaan. Zij hebben gelijk. Maar tot nu toe kan de fiscus zich tijdens de taxatieprocedure slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden tot de bank wenden om gegevens op te vragen in verband met een cliënt. Vanaf 1 juli wordt dit een stuk eenvoudiger. De fiscus zal zich dan tot de bank kunnen wenden, zodra hij bij een onderzoek aanwijzingen van belastingontduiking vindt. Hetzelfde zal gelden zodra de fiscus van plan is gebruik te maken van de taxatie volgens 'tekenen en indiciën' (waarbij het inkomen van de belastingplichtige wedersamengesteld wordt, uitgaande van de uitgaven die hij heeft gedaan).
...

Op 1 juli van dit jaar ontwaakt België in het 'post fiscaal bankgeheim'-tijdperk. Muggenzifters zullen opmerken dat er in België nooit een echt fiscaal bankgeheim heeft bestaan. Zij hebben gelijk. Maar tot nu toe kan de fiscus zich tijdens de taxatieprocedure slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden tot de bank wenden om gegevens op te vragen in verband met een cliënt. Vanaf 1 juli wordt dit een stuk eenvoudiger. De fiscus zal zich dan tot de bank kunnen wenden, zodra hij bij een onderzoek aanwijzingen van belastingontduiking vindt. Hetzelfde zal gelden zodra de fiscus van plan is gebruik te maken van de taxatie volgens 'tekenen en indiciën' (waarbij het inkomen van de belastingplichtige wedersamengesteld wordt, uitgaande van de uitgaven die hij heeft gedaan). Hoe dan ook moet men niet vrezen dat de fiscus gewoon bij de bank mag binnenlopen. Vooraleer hij zich tot de bank mag wenden, zal hij eerst een vraag om inlichtingen moeten toezenden naar de belastingplichtige, met het verzoek bepaalde inlichtingen mee te delen over zijn bankrekeningen. In die vraag om inlichtingen zal uitdrukkelijk te lezen moeten staan, dat de fiscus zich rechtstreeks tot de bank kan wenden als de belastingplichtige de gevraagde gegevens verborgen houdt of ze weigert te verschaffen. Men zal dus gewaarschuwd zijn. De belastingplichtige krijgt dan een maand tijd om te antwoorden. Antwoordt hij niet, of onvoldoende, dan zal de belastingadministratie zich wel rechtstreeks tot de bank kunnen wenden. Maar ook dit zal niet achter de rug van de belastingplichtige gebeuren. De fiscus moet de belastingplichtige onmiddellijk verwittigen dat hij een beroep heeft gedaan op de bank, met opgave van de aanwijzingen van belastingontduiking die zijn handelwijze rechtvaardigen. Lepe lezers zullen opmerken dat het allemaal zo'n vaart niet zal lopen. Vooraleer de fiscus zich tot een bank kan wenden om vragen te stellen over de bankrekeningen van een belastingplichtige, moet hij eerst van het bestaan van die rekeningen op de hoogte zijn. Als hij die rekeningen niet kent, valt er niet veel te vragen. Maar de wetgever is nog leper. Samen met de nieuwe procedure over het opvragen van bankgegevens, stelt hij aan de fiscus nog een ander machtig wapen ter beschikking: het 'centraal aanspreekpunt'. Dat zal worden geïnstalleerd bij de Nationale Bank van België. Alle bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen zullen verplicht zijn aan dit 'centraal aanspreekpunt' de identiteit van hun cliënten, en de nummers van hun "rekeningen en contracten" mee te delen. Met die contracten worden naar verluidt de leasingcontracten bedoeld. Daarmee is de cirkel rond: zodra de belastingadministratie vaststelt dat haar onderzoek aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, mag zij zich tot het 'centraal aanspreekpunt' wenden, om daar ten aanzien van de betrokken belastingplichtige de 'beschikbare gegevens' op te vragen. Als het 'centraal aanspreekpunt' doet wat het behoort te doen, zal de belastingadministratie op deze manier kennis kunnen nemen van alle bankrekeningen en leasingcontracten die op naam van de betrokken belastingplichtige staan. Vervolgens zal zij zich rechtstreeks kunnen wenden tot de betrokken bank. Uit de procedure met het 'centraal aanspreekpunt' blijkt eens te meer, dat het doorbreken van het fiscale bankgeheim in de nieuwe regeling volledig opgehangen wordt aan het voorhanden zijn van 'aanwijzingen van belastingontduiking'. De belastingadministratie zal zich niet zonder meer tot het 'centraal aanspreekpunt' kunnen wenden. Daarvoor is om te beginnen vereist, dat haar onderzoek 'aanwijzingen van belastingontduiking' oplevert. Maar zodra die er zijn, is het hek van de dam. Van het fiscaal bankgeheim blijft dan niets meer over. De vraag wat onder 'aanwijzingen van belastingontduiking' moet worden verstaan, was al actueel. Zij wordt met de nieuwe regeling nog veel actueler. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.JAN VAN DYCKBij aanwijzingen van belastingontduiking blijft van het fiscale bankgeheim niets meer over.