De titel van de biografie van formule 1-baas Bernie Ecclestone is veelbelovend: No Angel. The secret life of Bernie Ecclestone. Maar het boek blijft wat onder de verwachtingen. Veel van wat erin staat, is al bekend. Tom Bower schetst op basis van een interview met Ecclestone en met mensen uit zijn omgeving een beeld van een man die obsessief is als het om orde en netheid gaat, die op het eerste gezicht harteloos is en die van pokeren en gokken houdt.
...

De titel van de biografie van formule 1-baas Bernie Ecclestone is veelbelovend: No Angel. The secret life of Bernie Ecclestone. Maar het boek blijft wat onder de verwachtingen. Veel van wat erin staat, is al bekend. Tom Bower schetst op basis van een interview met Ecclestone en met mensen uit zijn omgeving een beeld van een man die obsessief is als het om orde en netheid gaat, die op het eerste gezicht harteloos is en die van pokeren en gokken houdt. Ecclestone hield er al in zijn schooldagen een handeltje in snoepgoed op na en ging als zeventienjarige in de verkoop van tweedehandsmotorfietsen en daarna auto's. Ecclestone stapte ook in de motor- en autosport, eerst als rijder en toen dat niet het verwachte succes bracht, als teameigenaar. In de formule 1 ontpopte Ecclestone zich samen met zijn landgenoot Max Mosley tot de belangrijkste en rijkste man. Hij kreeg als teameigenaar zijn collega's zo ver dat hij in 1972 de logistiek van het F1-circus op zich nam tegen een commissie. Hij zag snel het belang van televisie en van de verkoop van televisierechten. Contracten waren er niet of waren niet duidelijk. Met compagnon Mosley als topman in de internationale autosportfederatie kreeg Ecclestone steeds meer macht. Zijn belangen heeft Ecclestone verdeeld over een groot aantal bedrijven in belastingparadijzen. Hij verkocht aandelen in die firma's en holdings zonder ooit echt de macht uit handen te geven. Toen hij in de jaren negentig een bypassoperatie moest ondergaan, zorgde hij er via een wirwar van bedrijven voor dat als er iets mocht misgaan, zijn toenmalige vrouw en hun dochters het vermogen zouden behouden. En in al die jaren had Ecclestone een groot vermogen opgebouwd. Dat bleek toen hij begin deze eeuw F1 op de beurs wilde brengen en zijn activiteiten op een waarde van zo'n 2 miljard dollar werden geschat. De andere spelers in F1 wilden toen ook een groter deel van de koek. Ecclestone kon met die hebberigheid moeilijk om, want hij had iedereen van de teams in de sport toch al veel geld laten verdienen? Wat uit het boek blijkt, is dat nauwelijks iemand in de gaten had hoe Ecclestone stapje voor stapje steeds meer macht kreeg. De teams waren zeker in de jaren zeventig al lang blij dat iemand een deel van hun werk overnam (de logistiek, de contacten met de organisatoren en de autosportfederatie) en ze zich konden concentreren op waar het 'echt' om ging: de sport. Hiaat in het boek is dat er met geen letter gerept wordt over Two Wheel Promotions, de firma van Ecclestone die in 1992 de Grote Prijzen motorracen ging organiseren. De motorwereld kreeg toen ook met Ecclestone's harde hand te maken. Toeschouwers in het Nederlandse Assen hadden zelfs anti-Ecclestone spandoeken opgehangen (Bernie 'Eikelstone'). Twee jaar was Two Wheel Promotions actief, daarna deed hij de zaak over aan het Spaanse Dorna. Hij had geen interesse meer in de tweewielerwereld. Dat stukje van zijn businessleven is in dit boek geheim gebleven. Tom Bower, No Angel. The Secret Life of Bernie Ecclestone. Faber & Faber, 2011, 432 blz., 20 euroAD VAN POPPEL