Het moet gezegd: veel Belgische belastingplichtigen hebben in het verleden gebruikgemaakt van de Luxemburgse tak21- en tak23-beleggingsverzekeringen om geld aan de Belgische fiscus te onttrekken. Met zulke beleggingen konden ze geld verbergen in afwachting dat de fiscale verjaringstermijnen verstreken. Omdat het kapitalisatieproducten zijn, worden de opbrengsten niet uitgekeerd aan de spaarder, maar herbelegd. Daardoor konden spaarders hun verborgen vermogen doen renderen, zonder dat ze de aandacht van de Belgische fiscus trokken. Een andere reden voor de aantrekkingskracht van Luxemburgse tak21- en tak23-verzekeringen is dat de Europese spaarrichtlijn niet van toepassing is op buitenlandse levensverzekeringen.
...

Het moet gezegd: veel Belgische belastingplichtigen hebben in het verleden gebruikgemaakt van de Luxemburgse tak21- en tak23-beleggingsverzekeringen om geld aan de Belgische fiscus te onttrekken. Met zulke beleggingen konden ze geld verbergen in afwachting dat de fiscale verjaringstermijnen verstreken. Omdat het kapitalisatieproducten zijn, worden de opbrengsten niet uitgekeerd aan de spaarder, maar herbelegd. Daardoor konden spaarders hun verborgen vermogen doen renderen, zonder dat ze de aandacht van de Belgische fiscus trokken. Een andere reden voor de aantrekkingskracht van Luxemburgse tak21- en tak23-verzekeringen is dat de Europese spaarrichtlijn niet van toepassing is op buitenlandse levensverzekeringen. Sinds 2005 wisselen de landen van de Europese Unie automatisch gegevens uit over de intrestinkomsten van buitenlandse spaarders. Er werd een uitzondering gemaakt voor Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland. Die bezorgen geen gegevens aan andere EU-landen over de roerende inkomsten van hun onderdanen, maar houden een bronheffing op dat inkomen in. Die uitzondering is slechts tijdelijk: Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland moeten zich dus ook voegen naar de Europese regels. Onder druk van de OESO heeft België een veertigtal akkoorden met andere landen afgesloten -- onder meer met Luxemburg en Zwitserland -- om informatie over spaarders uit te wisselen. Als een Belg dus een Luxemburgse termijnrekening heeft en daarop intresten krijgt, moet Luxemburg die informatie binnenkort doorspelen aan de Belgische fiscus. Het succes van de Luxemburgse -- en de Zwitserse -- tak21- en tak23-verzekeringen is voor een deel te danken aan het feit dat de Europese spaarrichtlijn tot nog toe enkel geldt voor intresten van vastrentende producten, en niet voor de opbrengsten van verzekeringsbeleggingen. Als op zulke inkomsten belasting verschuldigd is -- denk aan de roerende voorheffing op een Luxemburgse tak21-verzekering die binnen de acht jaar wordt afgekocht -- moet de verzekeringnemer die wel opgeven in zijn Belgische belastingaangifte. Veel Belgen lieten dat na, zodat ze nu opgescheept zijn met zwarte inkomsten. Op termijn is het waarschijnlijk dat de Europese spaarrichtlijn wordt uitgebreid naar beleggingsverzekeringen. De Belgische overheid heeft de uitbreiding van de Europese spaarrichtlijn tot de buitenlandse beleggingsverzekeringen niet afgewacht en een aanval op twee fronten ingezet. De eerste aanval heeft vooral tot doel het rendement van tak21- en tak23-levensverzekeringen minder aantrekkelijk te maken. De premiebelasting werd op 1 januari 2013 verhoogd van 1,1 naar 2 procent. Die heffing is verschuldigd als de verzekeringnemer een natuurlijke persoon is die zijn gewone verblijfplaats in België heeft. Ook een Belgische ingezetene die in Luxemburg een tak21- of tak23-verzekering afsluit, moet die hogere premiebelasting betalen. Voor levensverzekeringen die worden aangegaan door rechtspersonen -- waaronder vennootschappen -- geldt een premiebelasting van 4,4 procent, ongeacht wie de verzekerde is. De verhoogde premiebelasting heeft een weerslag op de opbrengsten van tak21- en tak23-producten. Van elke 100 euro die de verzekeringnemer inlegt, gaat meteen 2 euro naar de schatkist en wordt slechts 98 euro belegd. Tegen de huidige gewaarborgde intresten komt een premieheffing van 2 procent op een termijn van acht jaar neer op een gemiddeld rendementsverlies van 0,25 procent per jaar. Dat verlies kan worden gecompenseerd door stijgende rentes en winstdeelnemingen, maar die worden in 2013 niet meteen verwacht. De tweede aanval van de Belgische overheid viseert de buitenlandse levensverzekeringen. Een Belgische belastingplichtige moet sinds dit aanslagjaar op zijn belastingaangifte melden of hij een of meer individueel afgesloten levensverzekeringscontracten heeft bij een of meer buitenlandse verzekeraars. Daarbovenop moet hij melden in welk land hij die contracten heeft afgesloten. De aangifteplicht geldt enkel voor contracten die werden aangegaan bij "een in het buitenland gevestigde verzekeringsonderneming". Verzekeraars die in België zijn gevestigd, worden dus niet geviseerd. Een aangifte wordt als onjuist of onvolledig beschouwd als de belastingplichtige nalaat het bestaan van een buitenlands levensverzekeringscontract te melden in zijn aangifte. Dat betekent dat hij het risico loopt op een administratieve sanctie, zoals een administratieve boete of een verlenging van de aanslagtermijn. Met die meldplicht wil de fiscus niet zozeer nieuwe inkomsten belasten -- de bestaande fiscale vrijstellingen op tak21- en tak23-producten blijven gehandhaafd --, maar is de belastingadministratie op zoek naar (nog) onbekende vermogens. Fiscale zondaars krijgen nog tot eind dit jaar de kans om hun grijs of zwart geld te regulariseren. Volgens minister van Financiën Koen Geens (CD&V) zou het de laatste keer zijn dat die mogelijkheid aan de belastingplichtigen wordt aangeboden. De nieuwe fiscale regularisatieperiode gaat in op 2 juli 2013 en wordt definitief afgesloten op 31 december 2013. De regularisatie hoeft niet rond te zijn op 31 december. Het volstaat een aanvraag in te dienen voor die datum; de afhandeling gebeurt dan binnen de zes maanden na de indiening -- dus ten laatste op 30 juni 2014. Ook nu kunnen belastingzondaars hun grijs of zwart geld laten regulariseren. Tot 1 juli kunnen ze dat doen volgens het systeem van de permanente regularisatie, dat al bestaat sinds 2006. Die regels zijn doorgaans iets voordeliger voor de overtreder; vanaf 2 juli 2013 zijn hogere tarieven verschuldigd. Wie zich nog voor 2 juli wil regulariseren, moet wel nagaan of hij zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan ernstige fiscale fraude. Zo'n fraude kan volgens het huidige systeem niet worden geregulariseerd. Bij een geval van ernstige fiscale fraude, doet de belastingplichtige er verstandig aan te wachten tot 2 juli 2013 om zijn toestand in orde te brengen. Tot 1 juli 2013 betalen overtreders een lager boetetarief voor minder ernstige gevallen van fiscale fraude. De belastingplichtige moet de ontdoken belastingen afdragen, ofwel vermeerderd met een boete van 0 procent voor niet-betaalde beroepsinkomsten of btw, ofwel met een boete van 10 procent voor niet-betaalde roerende inkomsten en successierechten. Vanaf 2 juli hangt de boete bij een regularisatie af van de fiscaal verjaarde of niet-verjaarde inkomsten. Zijn de inkomsten niet fiscaal verjaard, dan betaalt de belastingplichtige boven op de ontweken belastingen een boete van 15 procent voor gewone fraude, of van 20 procent voor ernstige en georganiseerde fraude. Zijn de inkomsten wel fiscaal verjaard, dan bedraagt de boete 35 procent van de aangegeven inkomsten. De fiscale verjaringstermijn bedraagt zeven jaar voor roerende inkomsten; voor successierechten wordt die verlengd tot tien jaar en zes maanden. Stel dat iemand in 2002 geen successierechten heeft afgedragen op een erfenis van 200.000 euro. Hij is die verjaarde belastingschuld dan niet meer verschuldigd aan de fiscus, maar hij kan de nalatenschap nog altijd laten regulariseren, op voorwaarde dat hij een boete van 35 procent betaalt. Het is niet verstandig een buitenlandse levensverzekering niet op te geven op zijn aangifteformulier. Wie dat verzuimt, loopt het risico dat de Belgische fiscus vroeg of laat toch achter het bestaan van die polis komt. Niet alleen wordt de Europese spaarrichtlijn wellicht uitgebreid, het zal ook niet lang meer duren voordat Luxemburg en Zwitserland hun bankgeheim voor Europese bank- en verzekeringsklanten volledig afschaffen. Bovendien riskeert de belastingplichtige een strafrechtelijke sanctie, zowel voor zijn Belgische als voor zijn buitenlandse zwarte inkomsten. De Luxemburgse regering heeft met de banken en de verzekeraars die in het Groothertogdom actief zijn, een charter opgesteld waardoor van elke klant een dossier wordt aangelegd. Daarin wordt onder meer de oorsprong van het kapitaal en de omvang van het vermogen in kaart gebracht. Verzekeraars die in Luxemburg actief zijn, adviseren Belgische klanten die ongerust zijn over de herkomst van hun spaargeld, om hun fiscale toestand zo snel mogelijk in orde te brengen. "In een eerste wetsontwerp overwoog de Belgische regering nog het bezit van een buitenlandse levensverzekering onrechtstreeks gelijk te stellen met ernstige en georganiseerde fiscale fraude, zoals misbruik van vertrouwen, oplichting of valsheid in geschrifte", zegt Marc Stevens, algemeen directeur van de Luxemburgse levensverzekeringsmaatschappij Vitis Life, een dochteronderneming van KBL European Private Bankers. "Maar zo'n gelijkstelling zou neerkomen op een ernstige vorm van discriminatie en de vrije dienstverlening in de levensverzekeringssector belemmeren. De regering heeft daarna het geweer van schouder veranderd." Belgen die een Luxemburgse levensverzekering hebben, hoeven zich niet noodzakelijk zorgen te maken, zegt Marc Stevens. "Zolang ze de wet niet overtreden, kan er geen sprake van fraude zijn. Er is niets illegaals aan het afsluiten van een tak21- of tak23-contract bij een buitenlandse verzekeraar die zulke polissen in vrije dienstverlening aanbiedt in België. Een Belgische ingezetene mag activa in een ander land dan zijn thuisland aanhouden." Er is geen probleem als het kapitaal op de Luxemburgse levensverzekering een bekende fiscale oorsprong heeft en de belastingplichtige de inkomsten correct heeft aangegeven. Heeft de belastingplichtige iets te verbergen -- of denkt hij dat hij iets te verbergen heeft -- dan neemt hij het beste een gespecialiseerde advocaat in de arm en kiest hij, als dat nodig is, voor een fiscale regularisatie. Dat een belastingplichtige zijn buitenlandse vermogen regulariseert, hoeft niet te betekenen dat hij het naar België moet repatriëren.JOHAN STEENACKERS"Er is niets illegaals aan het afsluiten van een tak21 of tak23 bij een buitenlandse verzekeraar. Een Belgische ingezetene mag activa in een ander land dan zijn thuisland aanhouden" "Heeft de belastingplichtige iets te verbergen, dan doet hij er verstandig aan te kiezen voor een fiscale regularisatie" "Dat een belastingplichtige zijn buitenlandse vermogen regulariseert, wil niet zeggen dat hij het naar België moet repatriëren"