Het Musée de La Boverie in Luik heeft ambitie. In mei heropende het na een ingrijpende renovatie door de Franse toparchitect Rudy Ricciotti, die ook het Musée des Civilisations (MUCEM) in Marseille had ontworpen. Het sloot een partnerschap met het Louvre. Het Franse museum stelt expertise ter beschikking en begeleidt tot 2018 elk jaar een tentoonstelling, onder meer door bruiklenen ter beschikking te stellen. De openingsexpo En plein air - de eerste coproductie met het Louvre, met werk van Monet, Cézanne, Matisse, Picasso en Léger - was al een sterk visitekaartje. Ook de nieuwe tentoonstelling 21 Rue La Boétie heeft internationale al...

Het Musée de La Boverie in Luik heeft ambitie. In mei heropende het na een ingrijpende renovatie door de Franse toparchitect Rudy Ricciotti, die ook het Musée des Civilisations (MUCEM) in Marseille had ontworpen. Het sloot een partnerschap met het Louvre. Het Franse museum stelt expertise ter beschikking en begeleidt tot 2018 elk jaar een tentoonstelling, onder meer door bruiklenen ter beschikking te stellen. De openingsexpo En plein air - de eerste coproductie met het Louvre, met werk van Monet, Cézanne, Matisse, Picasso en Léger - was al een sterk visitekaartje. Ook de nieuwe tentoonstelling 21 Rue La Boétie heeft internationale allure, met bruiklenen uit musea als het Centre Pompidou in Parijs en het Museum of Modern Art in New York. De aanleiding van de tentoonstelling was een boek van Anne Sinclair over haar grootvader, de Frans-Amerikaanse kunsthandelaar Paul Rosenberg. Sinclair (68), een bekend Frans tv-gezicht en de voormalige echtgenote van de in ongenade gevallen politicus Dominique Strauss-Kahn, erfde na de dood van haar moeder kunstwerken en archiefstukken van haar grootvader, die was overleden toen ze elf was. Ze besloot zijn verleden te reconstrueren. Rosenberg was van 1910 tot 1940 een van de belangrijkste kunsthandelaars in Europa. Op de eerste verdieping van zijn chique galerie 21 Rue La Boétie in Parijs - vernoemd naar het adres van de zaak - verkocht hij kunstwerken van impressionisten en postimpressionisten. Op het gelijkvloers toonde hij werk van jonge hemelbestormers als Fernand Léger, Georges Braque en Pablo Picasso, die ernaast op het nummer 23 woonde. Met Matisse sloot Rosenberg een contract af, waardoor hij het recht had als eerste een keuze te maken uit zijn nieuwe werk. Alleen al in 1936 organiseerde hij verkooptentoonstellingen met werk van Monet, Seurat, Braque, Picasso en Matisse. Hij was een uitstekend zakenman. Zo begreep hij al snel dat hij zich ook moest richten tot verzamelaars in de Verenigde Staten: daar zat een nieuw kapitaalkrachtig publiek dat kunst wilde kopen. De Tweede Wereldoorlog maakte plots een einde aan de zaak. Rosenberg, die Joods was, vluchtte in 1940 naar New York, waar hij een nieuwe galerie opende. Meer dan driehonderd kunstwerken moest hij achterlaten in Frankrijk. Zijn pand in de rue La Boétie, zijn huis nabij Bordeaux en een kluis waarin hij 162 schilderijen had ondergebracht, werden leeggehaald door de nazi's. De zoektocht om al die gestolen kunstwerken terug te vinden, duurt tot vandaag. In 2014 recupereerde de familie nog twee Matisses uit verzamelingen in Oslo en München. De tentoonstelling vertelt het verhaal van de galerie aan de hand van zestig schilderijen en tekeningen. Eén zaal is gewijd aan kunstwerken die de nazi's beschouwden als ontaarde of gedegenereerde kunst. In 1939 organiseerden ze een veiling van entartete Kunst in Lüzern. Enkele loten waren eerder verkocht door Rosenberg. De stad Luik kocht negen stukken, waaronder een Cézanne, een Gauguin en een Picasso, die deel uitmaken van de vaste collectie van La Boverie. Zo is het Luikse museum een uitgelezen locatie voor een eerbetoon aan 21 Rue La Boétie. 21 Rue La Boétie loopt in La Boverie in Luik tot 29 januari. Wim Ver Elst