Als iemand recht van spreken en schrijven heeft als het over de haven van Oostende gaat, dan wel de Gentse hoogleraar Georges Allaert. Hij is Oostendenaar en zijn moederstad heeft hem als hoogleraar in ruimtelijke ordening en ruimtelijke planning nooit losgelaten.
...

Als iemand recht van spreken en schrijven heeft als het over de haven van Oostende gaat, dan wel de Gentse hoogleraar Georges Allaert. Hij is Oostendenaar en zijn moederstad heeft hem als hoogleraar in ruimtelijke ordening en ruimtelijke planning nooit losgelaten. In Oostende, de miskende haven buigt hij zich over maritieme activiteiten van de 'koningin der badsteden'. De zaken worden in een historisch perspectief geplaatst. Oostende heeft in de voorbije vijf eeuwen heel veel van zijn welvaart te danken aan zijn uitgesproken multifunctionele haven (visserij, handel en industrie), die werd aangelegd in 1445. De haven kende glorierijke periodes, maar is nu nog maar een schim van wat ze ooit is geweest. Hoe is het bergaf kunnen gaan? Het belangrijkste antwoord luidt: het overheidsgeld voor de uitbouw van de havens vloeide niet voldoende naar Oostende, de politieke desinteresse uit Brussel was te groot. De auteur betreurt dat om meer dan één reden, en niet bepaald vanuit chauvinistische overwegingen. Hij stelt objectief, met cijfers in de hand, vast dat Oostende tot diep in de jaren tachtig meer toegevoegde waarde en meer productiviteit (aantal banen per hectare grond) kon voorleggen dan pakweg het naburige Zeebrugge. Maar de beleidsmakers -- nationaal of regionaal -- hadden daar geen oog voor. Voor Brussel had Oostende vooral een toeristische roeping. De opeenvolgende lokale besturen namen daar ook vrede mee. Bewijs: terwijl andere havens al jarenlang een aparte havenvereniging hadden, kwam die er in Oostende pas rijkelijk (te?) laat in 1988. Dat er de voorbije decennia toch nog tientallen 'koninkrijkjes' in de haven met eigenbelang bezig waren, heeft de zaken natuurlijk ook niet vooruitgeholpen. Het boek van Allaert is niet louter pessimistisch. Liever kijkt hij hoopvol naar de toekomst van wat hij "de miskende haven" noemt. De uitbouw van een energiehaven is een aparte troef die Oostende deels kan onderscheiden van andere havens, aldus Allaert. Hij pleit op termijn ook voor een fusie of op zijn minst een verregaande samenwerking met het hooguit tien kilometer verderop gelegen Zeebrugge, op voorwaarde dat dit gedragen wordt van onderuit (de bedrijven) en dat iedereen inziet dat daarmee een hoger belang gediend wordt. Particuliere of provinciale reflexen kunnen maar beter opgeborgen worden. Ooit woonde en werkte Allaert in het Amerikaanse Baltimore, waar één groot havenplan dat door iedereen gedragen werd, zorgde voor een economische boom over een strook van 45 kilometer. Waarom kan dat dan hier niet, vraagt Allaert zich af. De auteur wil de zaken niet op de spits drijven, maar haalt toch fijntjes uit naar de Vlaamse regering (de gebrekkige besluiten over afbakening), het Vlaamse ambtenarenleger (dat veel zaken zonder meer afblokt) en naar het gemis aan 'één visie, één beleid' in de Oostendse community zelf. Kortom: om van een miskende haven opnieuw een gewaardeerde haven te maken, moet er nog veel water door de Oostendse havengeul vloeien. Georges Allaert, Oostende, de miskende haven, Uitgeverij Academia Press, 2013, 208 blz., 22 euroKAREL CAMBIEN