Dat het kan verkeren wist de Amsterdamse auteur Bredero al in het begin van de zeventiende eeuw. François Cornelis zal, bijna vier eeuwen later, Bredero's credo alleen maar bevestigen.
...

Dat het kan verkeren wist de Amsterdamse auteur Bredero al in het begin van de zeventiende eeuw. François Cornelis zal, bijna vier eeuwen later, Bredero's credo alleen maar bevestigen. Gelukkig gebeurt dat voor de gedelegeerd bestuurder van PetroFina in goede zin : de perscommuniqués die 's lands grootste bedrijf (624 miljard frank omzet) de voorbije maanden heeft uitgestuurd, klinken steeds optimistischer. PetroFina klimt langzaam maar zeker uit het dal : de resultaten ogen weer gezond, de exploraties zijn veelbelovend, de raffinagevolumes en verkoopcijfers nemen toe, de met een bang hart begonnen herontwikkeling van het olieveld Ekofisk II belooft een succes te worden, en het woordje "ambitie" wordt voor het eerst sinds jaren weer openlijk bovengehaald. Een notering op de New Yorkse beurs wordt in het vooruitzicht gesteld, in de VS worden op diverse niveaus strategische allianties voorbereid en het al forse investeringstempo van de voorbije jaren wordt nog wat opgevoerd. Als klap op de vuurpijl oogt het PetroFina-aandeel opnieuw aantrekkelijk : op één jaar tijd nam het met zowat 50 % in waarde toe. Het is François Cornelis allemaal gegund. Hoeveel keer heeft hij de voorbije jaren de sneeuw niet zwart zien kleuren voor zijn ogen ? In mei 1990 werd hij de jongste gedelegeerd bestuurder ooit bij PetroFina. Voor de toen 41-jarige burgerlijk ingenieur uit Ukkel kwam de promotie als een geschenk uit de hemel. Toen zijn gezinnetje enkele maanden later nog eens uitbreiding nam met een vierde kindje, mocht Cornelis zich terecht "een gelukkig man" noemen. Hij straalde dat ook af op zijn hele omgeving.Maar Saddam Hoesein (augustus 1990), de Golfoorlog (voorjaar 1991) en vooral de algemene economische zwakte maakten vlug een einde aan de zorgeloze wittebroodsweken. Toen hij in 1992 de pers te woord stond, verscheen een gestresseerde man op het toneel. De resultaten van PetroFina maakten een forse duik. Vanaf 1993 kwam daar nog een kopzorg bovenop : het Franse Elf Aquitaine, onder impuls van zijn toenmalige PDG Loïc le Floch, lonkte net iets te opvallend in de richting van PetroFina. Cornelis steigerde alleen al bij de gedachte dat Elf op een gegeven ogenblik om en bij de 5 % Petro-aandelen in portefeuille had. Cornelis zocht steun bij de voorzitter van zijn raad van bestuur : Albert Frère. Wie beter dan Frère kon de Parijse salons overtuigen om het OPA-scenario te laten vallen ? Frère en Cornelis, Cornelis en Frère : ze hebben elkaar leren kennen en waarderen. Vanwege François Cornelis gebeurde dat altijd met een ietsje te veel respect voor de baas. "Wat Frère zei, was evangelie." In de jaren negentig is het vooral de gewezen staalbaas geweest die voorhield welke koers PetroFina moest varen. En in François Cornelis vond Frère de ideale schoonzoon.PetroFina heeft zich in het laatste decennium van de twintigste eeuw een ander gezicht aangemeten : nog wel een oliemaatschappij, maar gezien het toenemende belang van de petrochemie, toch minder dan het grote publiek denkt. Een oliemultinational die gigantisch oogt in het eigen, overigens olie-arme land, maar eigenlijk onbeduidend is in de wereld. PetroFina ambieert ook niet om "een tweede Shell" te worden. François Cornelis mocht al meer dan eens op de bühne vertolken wat Frère hem in de wandelgangen had voorgehouden : rendement is belangrijker dan groei en omzet, notoriteit is geen prioriteit, terugplooien op basisactiviteiten in de VS en West-Europa is al voldoende mooi, miljardenverslindende exploratieprojecten zijn eerder voor anderen weggelegd, core business, core business, en nog eens core business. François Cornelis had het schoentje gepast en mocht het van Albert Frère ook aantrekken. Met zijn ruim 1,90 meter en zijn atletisch uiterlijk oogt François Cornelis een beetje als een moderne vleugelspeler van een basketbalploeg. Maar als de baas van PetroFina al sport doet, dan is het tennis. Intern, zeker bij het overwegend Franstalige kader, is hij zeer geliefd. Hoe jong hij bij zijn aantreden als gedelegeerd bestuurder ook was, hij is en blijft iemand met een rijke terreinervaring.Hij heeft, op professioneel vlak, maar één liefde gekend. Pas afgestudeerd (1973) kwam hij al bij PetroFina terecht. Na vijf jaar Brussel (als systeemingenieur bij het informaticacentrum) mocht hij de wijde wereld in. Eerst voor vijf jaar (1978-1983) naar Londen (supply and shipping manager bij PetroFina U.K.), vervolgens voor drie jaar naar Dallas (vice-voorzitter van American PetroFina). Na acht jaar buitenland vonden de hoogste echelons aan de Brusselse rue de l'Industrie de tijd rijp om "de kroonprins" langzaam maar zeker voor te bereiden op een mogelijke troonsbestijging. Zijn aantreden aan de top van PetroFina, maakte de weg vrij voor andere en nieuwe mandaten. Binnen het VBO is hij (een overigens weinig opvallende) vice-voorzitter en hij is ook lid van Europa's meest prominente businessclub, de European Round Table of Industrialists (ERT). In dat laatste milieu liet Cornelis zich trouwens al herhaaldelijk opmerken als verantwoordelijke voor de cel opleiding. Als er hem één zaak na aan het hart ligt, dan zijn het de mensen en vooral de opleiding die zij genieten. Namens de ERT zette Cornelis in februari 1995 een striemend charter op papier met de titel "Onderwijs voor Europeanen". Daarin pleit hij voor een dynamisering op alle onderwijsniveaus (kleuteronderwijs inbegrepen). "Het onderwijs moet vooral de technologische revolutie kunnen bijbenen, en daartoe ook de middelen ter beschikking krijgen," vindt hij. Op de laatste jaarvergadering van PetroFina, begin januari in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, liet Cornelis de achterban zien tot wat de technologie vandaag in staat is : hij liet zichzelf tijdens een videoconferentie live verbinden met Petro-medewerkers over de hele wereld. François Cornelis komt, in de schaarse interviews die hij weggeeft, graag op voor een open communicatiebeleid, zowel intern als extern. Al heeft zijn leermeester uit Charleroi hem ook aangeleerd hoe je dat laatste best begrijpt : spreken is zilver, zwijgen is goud. Maar, zoals Cornelis zelf onlangs Flaubert citeerde : pour qu'une chose soit intéressante, il suffit de la regarder longtemps. KAREL CAMBIEN ART FACTORY