Meer dan ooit hangt de economische toekomst van onze regio's af van het beleid dat de overheden dit en het volgende jaar zullen volgen. Die vaststelling is geen veroordeling van de markteconomie. Integendeel, de markten moeten het fundamentele sturingsmechanisme blijven om economische welvaart te creëren. Maar de financiële en economische crisis kan alleen maar opgelost worden als een aantal collectieve acties de economie weer op het juiste spoor zetten. Volgens mij moet het beleid van de overheden in België vijf doelstellingen realiseren.
...

Meer dan ooit hangt de economische toekomst van onze regio's af van het beleid dat de overheden dit en het volgende jaar zullen volgen. Die vaststelling is geen veroordeling van de markteconomie. Integendeel, de markten moeten het fundamentele sturingsmechanisme blijven om economische welvaart te creëren. Maar de financiële en economische crisis kan alleen maar opgelost worden als een aantal collectieve acties de economie weer op het juiste spoor zetten. Volgens mij moet het beleid van de overheden in België vijf doelstellingen realiseren. 1. Focus op concurrentiekracht, niet op koopkracht.Ik zie hiervoor vier redenen. De eerste is dat in een open economie koopkracht niet noodzakelijk leidt tot economische activiteit. Belgische consumenten besteden een belangrijk deel van hun inkomen aan buitenlandse producten en diensten. Als we de koopkracht nu te sterk ondersteunen door de concurrentiekracht af te zwakken, dan creëren we alleen maar werkloze consumenten. De handelsbalans toont aan dat we vandaag meer invoeren dan uitvoeren. Sterke koopkracht en zwakke concurrentiekracht zullen leiden tot een verdere verslechtering en tot een afbouw van de economische activiteit in België. Pleiten voor concurrentiekracht, is pleiten voor jobs. Een tweede reden is dat België met de automatische loonindexering en het goed uitgebouwde werkloosheidssysteem al de beste instrumenten heeft om de koopkracht in stand te houden. Dat ze werken, blijkt uit het feit dat de gemiddelde koopkracht verleden jaar niet gedaald is. We moeten dat zo houden, maar nieuwe acties zijn nu niet nodig. Een derde reden is dat al onze grote buurlanden begonnen zijn met forse plannen om de vraag te ondersteunen. Onze economische activiteit hangt sterk af van de vraag in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland. We zouden dan ook een lekker graantje kunnen meepikken van de inspanningen van onze buren, maar we kunnen dat alleen maar als we competitief zijn op die markten. Een laatste reden is dat kleine, open landen nauwelijks vraagstimulerende maatregelen kunnen nemen. We moeten daarom pleiten voor Europese initiatieven. 2. Hervorming van begroting is nu belangrijker dan evenwicht. De crisis heeft al zeer negatieve gevolgen gehad voor de federale begroting. Dat zal niet beteren als de overheid voor een versterking van de concurrentiekracht kiest. Toch mag dat geen reden zijn om budgettair niets meer te doen. Veel beter is het de crisis te gebruiken om de begroting grondig onder handen te nemen. Al jaren wijzen vergelijkende studies van de Leuvense professor Wim Moesen en anderen uit dat de overheden inefficiënt zijn. De laatste decennia is hier te weinig gebeurd, het wordt hoog tijd om de inefficiënties aan te pakken. Het zal tijd vergen om daar begrotingswinsten uit te halen, maar uitstellen mag niet meer. Een begrotingsevenwicht realiseren door nauwelijks nog iets te doen aan de crisis, de belastingen en andere overheidsinkomsten te verhogen en voor de rest alle uitgaven te laten voor wat ze zijn, is erger dan nu gedurende enkele jaren een gecontroleerd tekort op te lopen door een grondige sanering en een stimulering van de economie. 3. Bestaande investeringsplannen versneld uitvoeren.Er staan heel wat investeringsplannen op stapel. Op federaal niveau is er justitie, op Vlaams niveau onderwijs, mobiliteit en energie. Het zijn belangrijke plannen, dit is het moment om het grootste deel versneld uit te voeren. Wel moet de realisatie leiden tot echte verbeteringen in de kwaliteit van de dienstverlening. 4. Technologische innovatie blijven steunen.Technologisch zitten we in de Europese middenmoot. Dat moet beter. Het voorbeeld is Finland. De Finnen kregen zware klappen na de val van de Sovjet-Unie. Door radicaal te kiezen voor innovatie, staat Finland vandaag vooraan in Europa. In Vlaanderen zijn de stappen gedaan om die weg op te gaan. De doelstelling van Lissabon moet snel gehaald worden. Maar ook federaal kan wat gebeuren, niet alleen fiscaal. De gezondheidszorg kan meewerken aan innovaties. De energiebranche en de logistieke sector bieden kansen voor technologische doorbraken. 5. Financiële versterking van bedrijven. De komende jaren moeten de bedrijven zich financieel kunnen versterken. Er moet vooral vermeden worden dat de schuldgraad hoog blijft. Er zijn voor de hand liggende maatregelen. Het tijdig betalen van facturen door de overheden is er één van, waar al veel over gezegd is. Een andere is het aanmoedigen van de banken om hun financiering van bedrijven op lange termijn te beoordelen. Maar er is meer. Waarom zou de inbreng van eigen vermogen in de vennootschap niet opnieuw gestimuleerd worden? Meer eigen vermogen verlaagt de schuldgraad van de bedrijven. Dat komt ook de werknemers ten goede, want een hoge schuldgraad creëert meer druk en meer risico. Een beleid dat aan deze vijf toetsen voldoet, moet ons door de crisis kunnen halen. Het zal niet alleen aan de politici liggen, ook de publieke opinie zal steun moeten verlenen om naar een gezond beleid te gaan. (T) Herman Daems