Dit wordt het jaar van het besef van onzekerheid. En dat hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. De nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 en het debacle van de beurs hebben de lichten op oranje gezet en soms op rood. Maar we hebben nu eenmaal de gewoonte om bij oranje nog wat gas bij te geven, en zelfs rood doet ons niet altijd halt houden.
...

Dit wordt het jaar van het besef van onzekerheid. En dat hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. De nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 en het debacle van de beurs hebben de lichten op oranje gezet en soms op rood. Maar we hebben nu eenmaal de gewoonte om bij oranje nog wat gas bij te geven, en zelfs rood doet ons niet altijd halt houden. Alles wat de drang om op ons pad door te gaan verstoort, wordt genegeerd of als hinderlijk ervaren, er altijd van uit gaand dat de weg heel snel zal worden vrijgemaakt. Zelfs een mogelijke aanval op Irak is alleen maar een storend gegeven, omdat we niet precies weten wanneer de Verenigde Staten tot de actie overgaat. Hoewel we niet echt uit zijn op een oorlog, past het gemekker van een aantal Europese regeringleiders over de houding van de VS en de dringende vraag om pas aan te vallen na goedkeuring door de VN-Veiligheidsraad niet in ons actiepatroon. Oorlog is iets technisch geworden, in zekere zin iets spectaculairs dat een paar dagen duurt, waarna we weer tot de normale orde van de dag kunnen overgaan. Het cynische is dat de periode waarin getracht wordt de oorlog te voorkomen tot grotere onzekerheid leidt dan het begin van de aanval zelf.Zodra Irak onder vuur ligt, zullen de stookolieprijzen dalen en de beurskoersen stijgen, wordt de kans op een economische heropleving groter en kunnen we weer gaan denken aan betere bedrijfsresultaten, een merkbare loonstijging, een bonus, gezondere openbare financiën en wie weet zelfs een echt voelbare belastingverlaging. Laat de vijandigheden dus maar snel beginnen!Terug naar af. De verliezen op de beurs en het geknoei met de boekhouding van een paar kleppers op de beurs hebben ons evenmin uit koers gebracht. We vertrouwen erop dat de nieuwe boekhoudregels en het plechtige erewoord van de toplui ons voor nog meer onheil zullen behoeden. Als het even meezit, gaan de beurskoersen dan weer omhoog, en kunnen we toch nog een meer dan behoorlijke winst boeken op onze aandelenopties. We hadden zeker beter verwacht en het is lang niet ideaal, maar we kunnen weer op de bekende weg doorgaan. Jonge beloftevolle werknemers kunnen in hetzelfde voetspoor treden. Want nu de koersen laag staan, zijn de perspectieven voor de aandelenopties die zij zullen krijgen gewoonweg schitterend. Net als hun voorgangers zullen ze met argusogen de koersevolutie en de kwartaalcijfers opvolgen, en zullen sommigen in het algemeen eigenbelang maar moeilijk kunnen weerstaan aan de drang om de cijfers zonodig wat bij te kleuren. En hoewel er meer toezicht is en we meer beleggingsspecialisten binnen handbereik hebben dan ooit tevoren, laten we ons bijna zeker opnieuw vangen aan schone schijn. Want dezelfde verkopers die ons destijds spraaktechnologie, elektronica en telecommunicatie hebben aangepraat, staan klaar om ons iets nieuws voor te stellen dat elk gevoel van onrust en onzekerheid moet wegnemen. Het woordgebruik is nauwelijks veranderd, al ligt de klemtoon wat meer op lage maar verzekerde opbrengsten. Er wordt nog even creatief 'geclickt' als voorheen. De in- en uitstapkosten zijn gelijk gebleven. En voor de beleggers die in Luxemburg actief zijn, wordt ijverig gezocht naar fondsen die kunnen ontsnappen aan de voorheffing die vanaf dit jaar toegepast wordt. Dat de koersen van die fondsen het bedrag van de voorheffing ruimschoots compenseren, is nauwelijks van belang. Men verkoopt immers geen opbrengst, maar het ontgaan van de belastingen. Wie in Luxemburg belegt, wil die vorm van zekerheid zo lang mogelijk behouden.Vangnet. Nochtans is onzekerheid gezond en stimulerend. Het zet aan tot nadenken, initiatief nemen, vraagtekens plaatsen bij wat je doet en bij het waarom. Maar we kunnen blijkbaar niet meer leven met onzekerheid. We willen voor alles een vangnet, liefst eigenlijk een vangzeil, want elke maas in het net is te groot. Het sociale vangnet is een gegeven, maar we willen ook alle andere risico's afdekken, liefst zonder daarvoor een premie te betalen. Het woord 'risico' lijkt wel uit ieders woordenboek geschrapt. Het is bijna synoniem geworden met iets doen of inzetten waarvoor de quasi zekerheid bestaat dat je er een stuk beter van wordt. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Ergens moeten er klappen vallen, klappen die niet op de verzekeringsmaatschappij verhaald kunnen worden. De verliezen op de beurs hebben een aanzet gegeven, zonder grote maatschappelijke onrust te verwekken en met het idee dat alles over een paar maanden toch weer de goede kant opgaat. De échte verliezers zitten dit jaar bij de autochtone en allochtone werkzoekenden, de oudere werknemers die noodgedwongen in herstructureringsplannen stappen, zij die gewoon hun baan verliezen en de bedrijfleiders die de zaak moeten sluiten. Maar ook de politieke tenoren zullen later dit jaar, ondanks de pre-electorale cadeaus en de verkiezingsbeloften, moeten overgaan tot het boeken van de echte economische en sociale verliezen. Niets is echt wat het op dit ogenblik nog lijkt. Dat is de enige zekerheid die we nog hebben. Voor al het andere moeten we inspiratie zoeken in de onzekerheid.Huib Crauwels [{ssquf}]De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij een multinational en was voordien actief in de pers en de financiële wereld.Het cynische is dat de periode waarin getracht wordt de oorlog te voorkomen tot grotere onzekerheid leidt dan het begin van de aanval zelf. Zodra Irak onder vuur ligt, zullen de beurskoersen stijgen.