Er is geen reden om te vroeg victorie te kraaien, maar het ziet ernaar uit dat Ben Bernanke, topman van de Federal Reserve, belet heeft dat de financiële crisis is omgeslagen in een wereldwijde depressie zoals in de jaren dertig. Bernanke weet zeer goed welke fouten de regeringen en centrale bankiers bijna 80 jaar geleden hebben gemaakt. Hij is een expert van de Grote Depressie.
...

Er is geen reden om te vroeg victorie te kraaien, maar het ziet ernaar uit dat Ben Bernanke, topman van de Federal Reserve, belet heeft dat de financiële crisis is omgeslagen in een wereldwijde depressie zoals in de jaren dertig. Bernanke weet zeer goed welke fouten de regeringen en centrale bankiers bijna 80 jaar geleden hebben gemaakt. Hij is een expert van de Grote Depressie. Een nieuw boek over die periode toont gedetailleerd aan hoe de centrale bankiers tijdens het interbellum door hun obsessie voor de goudstandaard de wereldeconomie de dieperik in hielpen. Lords of Finance: The Bankers Who Broke the World van Liaquat Ahamed is ongetwijfeld een van de beste economisch-historische werken die de voorbije jaren gepubliceerd werden. Hij brengt een vlot geschreven, maar tegelijk diepgravend overzicht van het financiële en monetaire beleid tussen grosso modo 1914 en 1939. Hij doet dat aan de hand van vier figuren: de centrale bankiers van de toenmalige economische grootmachten: Benjamin Strong (VS), Montagu Norman (Groot-Brittannië), Hjalmar Schacht (Duitsland) en Emile Moreau (Frankrijk). Uit het boek blijkt dat deze figuren, ondanks de beperkte communicatiemiddelen, heel wat contact met elkaar onderhielden. Zo maakten de Europese centrale bankiers geregeld de oversteek naar New York om te overleggen met hun Amerikaanse collega en vice versa. Na verloop van tijd deden ze dat zelfs incognito omdat de pers de passagierslijsten controleerde. Als er een naam van een centrale bankier op voorkwam, leidde dat in de finan-ciële pers tot allerlei gissingen over toekomstige beslissingen inzake monetair beleid. Uit het boek blijkt dat de centrale bankiers tijdens het interbellum in zeer moeilijke omstandigheden moesten werken. Na de Eerste Wereldoorlog bleven de Europese grootmachten achter met een massale schuldenberg. Duitsland kreunde onder de herstelbetalingen en de hyperinflatie. En vooral, de meeste landen hadden tijdens de oorlog de goudstandaard - waarbij zo goed als alle geld inwisselbaar was tegen het edelmetaal - opgegeven om zo massaal geld te kunnen drukken ter financiering van de oorlog. Na de oorlog beschikten de VS als wereldwijde crediteur over massale goudreserves terwijl de andere landen met tekorten kampten. De goudstandaard had toen in economische beleidskringen bijna mythische proporties aangenomen. In de periode 1850-1914 was een evenwichtig internationaal monetair en financieel systeem tot stand gekomen dankzij de goudstandaard en nam de wereldhandel jaar na jaar toe. De meeste landen wilden na 1918 snel terugkeren naar die goudstandaard, ook al had de econoom John Maynard Keynes daarvoor gewaarschuwd: de goudstandaard was in zijn ogen een 'barbaarse relikwie'. De verschillende centrale bankiers hadden daar echter geen oren naar en streefden naar een herstel van de goudstandaard en voerden hem in de jaren twintig weer in. Groot-Brittannië deed dat ten koste van een lange recessie in de jaren twintig. Nadat de beurscrash van 1929 de wereldeconomie in een zware crisis had gestort en toen die maar bleef aanslepen, beslisten de VS in 1931 om de rente te verhogen om zo de goudvoorraden op peil te houden. Een fatale beslissing, want de wereldeconomie snakte naar goedkoop geld. De recessie werd de Grote Depressie. LIAQUAT AHAMED, LORDS OF FINANCE: THE BANKERS WHO BROKE THE WORLD, ALLEN LANE, 2009, 576 BLZ, 35 EURO A. M.