We zijn nu zeven jaar gevorderd in de 21ste eeuw en de volkeren in het Westen moeten zich bewust worden van een nieuwe realiteit. Het is best mogelijk dat wij, historisch en cultureel, geconditioneerd zijn om onszelf te beschouwen als het epicentrum van de menselijke vooruitgang, maar wat waar was in de 18de, 19de en 20ste eeuw, zal niet noodzakelijk ook waar zijn in deze eeuw. Het is onze generatie die daarmee zal moeten leren omgaan.
...

We zijn nu zeven jaar gevorderd in de 21ste eeuw en de volkeren in het Westen moeten zich bewust worden van een nieuwe realiteit. Het is best mogelijk dat wij, historisch en cultureel, geconditioneerd zijn om onszelf te beschouwen als het epicentrum van de menselijke vooruitgang, maar wat waar was in de 18de, 19de en 20ste eeuw, zal niet noodzakelijk ook waar zijn in deze eeuw. Het is onze generatie die daarmee zal moeten leren omgaan. In absolute termen zullen Europa en Amerika er wellicht niet op achteruitgaan, maar ze zullen dat wel doen ten opzichte van andere continenten. Het wereldleiderschap te moeten delen met India, China en andere opkomende machten is het onvermijdelijke gevolg van de machtsverschuiving die op een bijna onvoorstelbare wijze aangedreven wordt door economische groei. Nu het zwaartepunt van de wereld zich verplaatst van Europa en de Atlantische Oceaan naar het zuiden en het oosten, is de tijd gekomen om de kernuitdagingen te definiëren. De eerste grote uitdaging is de dringende noodzaak om onze planeet te redden. Zonder milieumaatregelen komen de conflicten tussen naties en ideologieën, hoe diepgaand ook, enkel neer op zelfgenoegzaamheid. De dreiging van een klimaatwijziging is reëel en als er geen maatregelen genomen worden, zal de kostprijs enorm zijn. Het gaat daarbij om zowel financiële, sociale en ecologische kosten, die weliswaar alle landen zullen treffen maar de armste landen het meest pijn zullen doen. In het verleden zijn we erin geslaagd om milieuakkoorden tot stand te brengen, waarin erkend wordt dat de ontwikkelde economieën een deel van de verantwoordelijkheid dragen voor de milieuproblemen. In het geslaagde Montrealprotocol over stoffen die de ozonlaag aantasten, werden India en China bijvoorbeeld geleidelijk mee opgenomen. Er werden ook voorzieningen getroffen voor een aanzienlijke technologieoverdracht om de nodige veranderingen mogelijk te maken. Die aanpak zou een model moeten worden. Indien China en India blijk geven van dezelfde vermetele minachting voor ons milieu als de Verenigde Staten en Europa tentoongespreid hebben sinds het begin van de industriële revolutie, dan ziet het er niet goed uit voor onze planeet. De bedrijfswereld heeft in dat proces een fundamentele rol te spelen. Kapitalisme is de krachtigste motor voor verandering in de wereld en ik geloof dat het bedrijfsleven een enorme kracht ten goede kan en moet zijn in onze wereld. De tweede grote uitdaging waar we voor staan, is de globalisering. Er is niets dat de mensen meer ontstemt dan te moeten horen dat ze "geen keuze hebben". Toch is de gestage integratie van de wereldeconomie en de omvangrijke sociale, culturele en politieke veranderingen die eruit voortvloeien, een vloedgolf die door menselijk handelen niet kan tegengehouden worden. Het is onze taak om te beslissen hoe we, in het belang van de mensheid, het best die golf opvangen in plaats van erdoor weggeveegd te worden. De enige ernstige oplossing is een open economie in een open samenleving, maar het behoort evengoed tot onze verantwoordelijkheid om de hele waarheid te zeggen. En die waarheid is dat er bij de globalisering zowel verliezers als winnaars zijn en dat open economieën gedragen moeten worden door een sterke samenleving. We moeten toegeven dat het opkomende getij van de open economie niet altijd alle schepen optilt. Sociale rechtvaardigheid en economische ontvoogding veronderstellen dat de gebroken sporten onderaan de ladder van armoede naar rijkdom hersteld worden. Een sterke samenleving stoelt op sterke instellingen, die niet alleen een praktische maar ook een sociale rol vervullen. Globalisering leidt tot een vrijer klimaat voor zakendoen en investeringen, maar betekent ook dat we maatregelen moeten nemen om de vrije en rechtvaardige handel te bevorderen. We moeten de niet-tarifaire belemmeringen voor de handel wegwerken, evenals de toegangsbarrières tot financiële diensten. We moeten ook trachten om de Doharonde weer op gang te brengen. De derde grote uitdaging waar we voor staan, is de internationale veiligheid. We moeten een gevoel van evenwicht, verhouding en gezond verstand aankweken om de ingewikkelde en gevaarlijke uitdagingen van de buitenlandse politiek en het veiligheidsbeleid in de 21ste eeuw aan te gaan. We moeten tegelijk met genadeloze vastberadenheid en met scherp inzicht te werk gaan om de grootste bedreiging voor onze veiligheid - het terrorisme - aan te pakken. Uiteraard werden er in de strijd tegen het terrorisme fouten begaan. We moeten bijvoorbeeld toegeven dat de oorlogsvoering in Irak problemen veroorzaakt heeft. Niettemin moeten in de wereld na 9/11 de democratische naties hun gemeenschappelijke waarden handhaven en inzien dat anti-Amerikanisme het populisme der dwazen is. De auteur is de leider van de Britse conservatieve partij.David Cameron