De prijs van een vat Brent-Noordzeeolie, de belangrijkste referentie op de oliemarkt, bereikte midden januari een dieptepunt van 46,6 dollar, tegenover nog meer dan 110 dollar in juni 2014. Sinds enkele maanden is er weer een rally op gang gekomen tot boven 60 dollar. Een deel van dat herstel is te danken aan de correctie van de dollar, die de voorbije maanden na een lange remonte -- onder meer tegenover de euro -- wat terrein verloor. De olieprijs wordt uitgedrukt in Amerikaanse dollar, en de relatieve sterkte van die munt beïnvloedt de prijs van een vat olie.
...

De prijs van een vat Brent-Noordzeeolie, de belangrijkste referentie op de oliemarkt, bereikte midden januari een dieptepunt van 46,6 dollar, tegenover nog meer dan 110 dollar in juni 2014. Sinds enkele maanden is er weer een rally op gang gekomen tot boven 60 dollar. Een deel van dat herstel is te danken aan de correctie van de dollar, die de voorbije maanden na een lange remonte -- onder meer tegenover de euro -- wat terrein verloor. De olieprijs wordt uitgedrukt in Amerikaanse dollar, en de relatieve sterkte van die munt beïnvloedt de prijs van een vat olie. Achter dat herstel zit ook financiële speculatie: traders gokken erop dat het aanbod zich heeft aangepast aan de lagere prijs. Er wordt gewezen op het aantal actieve boorinstallaties in de Verenigde Staten, dat met liefst 60 procent is gedaald sinds de piek van oktober 2014. Daarenboven hebben olieproducenten wereldwijd voor 129 miljard dollar aan investeringen geschrapt. Ook de vraag naar olie zou herstellen. De wereldwijde vraag vanuit de transportsector zit in stijgende lijn. Bovendien is de Amerikaanse economie -- de grootste verbruiker ter wereld -- na een zwak eerste kwartaal een versnelling hoger geschakeld. De voorbije weken zijn de Amerikaanse voorraden beginnen te zakken, al zitten ze nog altijd 20 procent boven het niveau van een jaar geleden. Niet alleen is de olieproductie in de Verenigde Staten gestabiliseerd, de raffinaderijen draaien na de traditionele onderhoudsperiode opnieuw op volle toeren in aanloop naar de zomer, wanneer Amerikaanse gezinnen massaal de auto of het vliegtuig nemen om op vakantie te gaan. De daling van de voorraad ruwe olie zal gepaard gaan met een toename van de voorraden van geraffineerde eindproducten, zoals benzine en kerosine. Er is ook optimisme over China, de op één na grootste verbruiker. Er wordt verwacht dat de Chinese overheid en de centrale bank stimuleringsmaatregelen treffen om de economie nieuw leven in te blazen. Bovendien verbruikt de Chinese consument meer brandstof. Dat de prijs zeer gevoelig is voor de vraag, werd onlangs nog bewezen, toen nieuws over de aantrekkende Japanse economie en het aansterkende consumentenvertrouwen in Australië de olieprijs met 2 procent in de hoogte joeg. Maar niet iedereen deelt het optimisme over de olierally. Jeffrey Currie, een analist van Goldman Sachs, ziet de WTI-olieprijs (de Amerikaanse tegenhanger van de Brent-olieprijs) tegen oktober weer zakken naar 45 dollar. Hij is er niet van overtuigd dat het overaanbod op de markt is opgelost. De Amerikaanse olieproductie is op peil gebleven, en de producenten hebben de voorbije maanden hun productiekosten aangepakt. Door de lage rente hebben die bedrijven zich ook goedkoop kunnen financieren en er zijn slechts weinige over de kop gegaan. De Amerikaanse centrale bank zal wellicht pas in het najaar de rente beginnen op te trekken, en ze zal dat zeer geleidelijk doen. Beleggers die op zoek zijn naar rendement, zijn daarom maar al te graag bereid geld te lenen aan de olieproducenten. Volgens Currie zal de huidige prijs de producenten ertoe aanzetten opnieuw meer te produceren. Onafgewerkte boorputten kunnen vrij snel weer in gebruik worden genomen. Currie noemt de recente rally van de olieprijs daarom zelfvernietigend. Ook de analisten van de zakenbank Morgan Stanley zijn niet optimistisch over de duurzaamheid van het herstel. Enerzijds denken ze dat de correctie van de dollar voorbij is. De markten zijn volgens hen te pessimistisch over de Amerikaanse groei, wat de kans op positieve verrassingen groter maakt. Ook de inflatie loopt op. Daardoor kan de Amerikaanse centrale bank sneller dan verwacht beslissen de rente op te trekken, wat de dollar aantrekkelijker zou maken tegenover andere munten. Anderzijds wordt gewezen naar de OPEC. Hoewel het oliekartel niet meer zo machtig is als in de jaren zeventig, blijft het zeer invloedrijk op de markt. Met 31 miljoen vaten per dag zit de productie van de OPEC-leden nu al dicht bij het recordniveau van 2012. Bovendien ziet het ernaar uit dat hun productie nog zal stijgen. Saoedi-Arabië, de belangrijkste speler in het kartel, is vastbesloten de duurdere producenten -- zoals de schalieolie in de Verenigde Staten, de teerzandenolie uit Canada of de diepzeeolie uit Brazilië -- uit de markt te jagen met de lage olieprijs. In maart bedroeg de Saoedische export 7,9 miljoen vaten per dag -- het hoogste peil in tien jaar. In april is de Saoedische olieproductie nog verder gestegen. Daarnaast lijkt Irak, ondanks de opmars van IS, in juni op een productierecord af te stevenen, en kunnen de onderhandelingen met Iran uitmonden in een hogere export uit dat land. En opvallend: terwijl het aantal Amerikaanse boorplatformen met 60 procent is gedaald, zit het aantal boorinstallaties in het Midden-Oosten op het hoogste peil in meer dan twintig jaar. Ondanks hun inspanningen om de prijs laag te houden en marktaandeel terug te winnen, zijn de Saoedi's er voorlopig niet in geslaagd de duurdere olievarianten uit de markt te weren. De Amerikaanse schalieolieproducenten hebben hun kosten verlaagd en hebben zich dankzij het nulrentebeleid van de Amerikaanse centrale bank kunnen blijven financieren. De olieprijs is ook nog altijd voldoende hoog voor de duurdere diepzeeprojecten: Royal Dutch Shell kreeg onlangs toestemming van de Amerikaanse overheid om proefboringen te starten in de Noordelijke IJszee. Naar schatting 20 procent van de onontdekte olie- en gasvoorraden zou zich daar bevinden. Volgens Morgan Stanley zou de olieproductie de komende maanden dus weleens hoger kunnen uitkomen dan de markten verwachten. Toch denken hun analisten niet dat de olieprijs zal terugvallen naar het dieptepunt van begin dit jaar. Ze wijzen naar de stevige vraag, die deels het hogere aanbod zal opvangen. Dat de raffinagemarges op peil zijn gebleven, is daar volgens hen een teken van. Dat werd ook weerspiegeld in de resultaten van de grote oliemaatschappijen, waar stevige raffinagewinsten de dramatische impact van de exploratie- en productieactiviteiten konden verzachten. Mathias Nuttin