"Een fanatieke sporter ben ik niet. Ik probeer gewoon zeven tot achttien uur per week te fietsen. Gisteren heb ik nog een toer gemaakt via Lier, Aarschot, Diest, Herentals en dan langs het Albertkanaal terug. 130 kilometer. Strakke trainingsschema's aanhouden kan ik niet. Dat is onmogelijk met mijn baan, mijn werkweek is onvoorspelbaar. Dus probeer ik in mijn agenda gaatjes te vinden waar iemand anders zou zeggen: ik werk nog wat door. Je kunt altijd blijven doorwerken, maar op de duur is dat niet meer productief. Dan kun je beter af en toe wat afstand nemen, werk delegeren en zuurstof opnemen. Dat is een houding die ik in ons bedrijf aanmoedig: een gezond evenwic...

"Een fanatieke sporter ben ik niet. Ik probeer gewoon zeven tot achttien uur per week te fietsen. Gisteren heb ik nog een toer gemaakt via Lier, Aarschot, Diest, Herentals en dan langs het Albertkanaal terug. 130 kilometer. Strakke trainingsschema's aanhouden kan ik niet. Dat is onmogelijk met mijn baan, mijn werkweek is onvoorspelbaar. Dus probeer ik in mijn agenda gaatjes te vinden waar iemand anders zou zeggen: ik werk nog wat door. Je kunt altijd blijven doorwerken, maar op de duur is dat niet meer productief. Dan kun je beter af en toe wat afstand nemen, werk delegeren en zuurstof opnemen. Dat is een houding die ik in ons bedrijf aanmoedig: een gezond evenwicht tussen werk, familie en persoonlijke passies. "De helft van mijn ritten doe ik alleen, de andere keren heb ik een partner, en een paar keer per jaar gaan we met een groepje op tocht. Het geeft een aangename spanning als iemand met je meerijdt. Ik had ooit het genoegen met Eddy Merckx te rijden -- een bijzondere ervaring. En tot voor kort, en al sinds 1995, trok ik er elke zaterdag op uit met Johan Van Overtveldt. Hij was mijn vaste kompaan. In weer en wind." "Het helpt als je een doel hebt om elke keer weer op dat zadel te kruipen. Al is dat doel niet het belangrijkste, wel de weg ernaartoe. Dit jaar is mijn doel de Transalp, een toer door de Alpen, van Duitsland naar Italië. Ook aan de Cape Epic heb ik meegedaan, een mountainbikerace van acht dagen door natuurparken in Zuid-Afrika. Op pakweg zeshonderd deelnemers eindigde ik als honderddertiende, wat zeker niet slecht is. Ook de dagtrofee van vuilste renner heb ik toen weggekaapt, omdat ik er bij de aankomst zo smerig uitzag. "Net zomin als met trainingsschema's ben ik obsessief met voeding bezig. Je eet ongelofelijk veel als je sport, en je hebt behoefte aan afwisseling, dus automatisch let je op wat je eet: pasta, groenten, fruit. Ik doe niet aan energierepen of gels voor onderweg. De banaan is mijn vriend. Het is een fantastische uitvinding: ideaal verpakt, makkelijk om te delen, en een smaak die niet gauw tegensteekt. Mijn favoriete sportdrank: chocomelk. Voor zoutopname: een zakje chips. "Ik heb altijd van sporten gehouden. Als jongen voetbalde ik, daarna heb ik getennist en gesquasht, maar op zeker moment zijn de blessures beginnen op te spelen. Toen ben ik omgeschakeld naar fietsen, in het begin veeleer voor de landschappen dan voor het fietsen zelf: de Ardennen, de Vlaamse Ardennen, de Alpen." "Wat ook zo aangenaam is aan fietsen, is dat je er alle seizoenen mee beleeft. De kleding en de uitrusting zijn zo geëvolueerd dat slecht weer geen probleem meer hoeft te zijn. Ik heb zelfs spijkerbanden om op ijs te rijden. Er is geen enkel weertype dat me binnenhoudt. Je moet je er wel naar schikken. Als er veel zon is, pas ik de intensiteit van mijn rit aan, als het vriest, ga ik niet uren aan een stuk alles geven. "Hoe uitdagender het weer, hoe minder mensen je tegenkomt en hoe beter de natuur zich laat appreciëren. De leukste tijd is tussen oktober en maart, omdat er dan weinig mensen de deur uitgaan. Als je dan op rustige wegen de stilte inrijdt, ontdek je veel mooie plekken en kom je meer dieren tegen. Dat zijn voor mij inspirerende momenten. De combinatie van al die dingen bevalt mij zo aan fietsen, veel meer dan snelle tijden neerzetten." FILIP HUYSEGEMS, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS