Vroeger waren die twee woorden bijna synoniem. Je kon ten hoogste zeggen: management toegepast op de overheid is bestuurskunde, en management toegepast op het bedrijfsleven is business. Maar de tijden zijn veranderd. Business is iets anders geworden. Het is 'the art of the deal'. Het enige dat volgens bepaalde praktijken lijkt te tellen, is geld maken. Het lijkt vaak de enige plicht van het management.
...

Vroeger waren die twee woorden bijna synoniem. Je kon ten hoogste zeggen: management toegepast op de overheid is bestuurskunde, en management toegepast op het bedrijfsleven is business. Maar de tijden zijn veranderd. Business is iets anders geworden. Het is 'the art of the deal'. Het enige dat volgens bepaalde praktijken lijkt te tellen, is geld maken. Het lijkt vaak de enige plicht van het management. Als u mij niet zou begrijpen: ik denk dat vanuit managementstandpunt klanten en medewerkers van een grootbank à la ABN-Amro maandenlang in het ongewisse laten, een vorm van psychische wreedheid is. Maar dat lijkt bijkomstig. Er zal een indrukwekkende (en dure) marketingcampagne nodig zijn om al die verloren klanten terug te winnen. Er zullen vele teambuildingsessies nodig zijn om al die medewerkers terug een greintje vertrouwen in het topmanagement te geven. Maar ondertussen hebben de financiële markten hun nuttige arbeid verricht. Neem nu 'Avis'. Ik heb in mijn leven al zo'n drie keer bij dat bedrijf in de Verenigde Staten een auto gehuurd. Telkens was ik onder de indruk van de perfecte 'bureaucratie': alle documenten kloppen, huren en terugbrengen verloopt vlekkeloos, afspraken verlopen correct, het voorspelbare verkoopgesprek (do you need extra insurance?) vindt plaats, de auto is netjes, je krijgt meestal zonder morren een 'upgrade' enzovoort. Vanuit managementstandpunt vind ik dat een keurig bedrijf. Goed georganiseerd, sterk merk, een mooi voorbeeld van 'operational excellence', vriendelijk en goed getraind personeel. Ik vind ze wat duur worden, maar dat komt enkel door de extra verzekeringen, en dat is dan weer het gevolg van een gelegaliseerde samenleving. Alles heeft zijn prijs. Warren E. Avis heeft het bedrijf in 1946 opgericht, en het is in de belangstelling gekomen omdat de stichter ervan zo'n drie maanden geleden is gestorven. Sinds 1946 is het bedrijf zeventien keren veranderd van eigenaar, of fundamenteel gereorganiseerd (delen verzelfstandigd of delen verkocht). Elke nieuwe eigenaar wist uiteraard hoe het moest. Zeventien keer hebben bankiers, accountants en juristen nieuwe aandeelhouderswaarde gecreëerd en bonussen uitbetaald aan topmanagement dat dringend vervangen moest worden door nog beter topmanagement. Dat is wat ik bedoel met 'business'. Of Avis nu auto's verhuurde of moeren produceerde, dat leek allemaal weinig belangrijk. Maar die deals in elkaar knutselen, die topvergoedingen uitbetalen aan consultants, bankiers en advocaten, dat is echte business. Daar begrijpt Marc Buelens niets van. Dat is voor de grote jongens. Maar Marc Buelens begrijpt wel dat er toch wel heel vaak heel veel geld gegeven is voor slecht advies, slechte begeleiding en voor onhaalbare constructies. En hij weet ook dat niemand ooit die sommen wegens incompetentie heeft moeten terugbetalen. Iets dat Marc Buelens ook wel begrijpt, is een merkwaardige column. Geschreven door niemand minder dan de chief economist ABN Amro (verschenen in het Financieel Dagblad en overgenomen door De Tijd) die overduidelijk over zichzelf spreekt: hij ergerde zich aan sommige aandeelhouders die zonder enig respect voor bedrijf, personeel of historie opsplitsing eisten en verkoop aan de hoogste bieder. "Dat doe je met een failliete boedel, niet met zo'n mooi bedrijf," dacht hij. Waarom zou een econoom zo'n rare dingen schrijven? Begrijpt hij dan niet dat de markt heilig is, dat iedereen zich moet onderwerpen aan de meerwaarde creërende transacties? Wat is dat een 'bedrijf'? Wat is dat 'personeel'? Wat is dat 'historie'? Wie is daar nu nog in geïnteresseerd? Dat loopt toch maar enkel in de weg van de aandeelhouderswaarde ... Voor mij is, in navolging van Peter Drucker, een bedrijf nog altijd een gemeenschap, waar een hele reeks mensen samen trachten inspanningen om te zetten tot (economische) meerwaarde. Die meerwaarde vertaalt zich dan in leuke dienstverlening voor de klant (zoals die keer in Albuquerque, toen de Avismedewerker mij vriendelijk uitlegde waar de handrem zat), zinvolle en liefst goed betaalde jobs voor de medewerkers, stevige vergoeding voor kapitaalverschaffers, bijdrage tot de maatschappij, enzovoort. Maar een bepaalde business-wereld kent dat niet. Die is al lang niet meer in management geïnteresseerd, die kent enkel nog 'the art of the deal'. Die kennen nog één waarde: die van het aandeel. Ik weet eerlijk gezegd niet goed meer wat ik van die evolutie moet denken. Ik zie de ijsschots waarop ik zit steeds verder wegdrijven van het continent waarop al die belangrijke investeerders, private bankers, equity funds en hefboomfondsen hun activiteiten ontplooien. Ik zie met mijn verrekijker die dames en heren deelnemen aan belangrijke vergaderingen en conferenties over maatschappelijk verantwoord ondernemen, corporate governance en bedrijfsethiek. En de rillingen lopen mij over de rug. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School Reacties: marc.buelens@trends.be Marc Buelens