De auteur is hoofdredacteur van Viewswire, Economist Intelligence Unit.
...

De auteur is hoofdredacteur van Viewswire, Economist Intelligence Unit. In 2005 zou de economie wereldwijd wel eens vreselijk veel hinder kunnen ondervinden van een hogere olieprijs. Ook de stijgende interest kan roet in het economische eten gooien. Een nieuwe financiële crisis kan niet helemaal uitgesloten worden. Laten we de twee grootste gevaren én hun eventuele gevolgen gedetailleerd bekijken. Sommige landen hebben meer olie nodig om hun economie draaiende te houden dan andere. Die olie-intensieve landen hebben vaak inefficiënte productiesectoren, een brede industriële basis of spilzieke consumenten, of een combinatie van de drie. China en India hebben zelfs bijna twee keer zoveel olie nodig om hun economie aan te drijven als het gemiddelde van de wereld. De meeste van de minst olie-intensieve landen liggen in West-Europa, al is ook Japan goed afgeschermd dankzij een overvloed aan kernenergie. En hoe zit het met de kampioen-olieslokker VS? Niet slecht. De VS verbruikt per dollar van het bruto binnenlands product (BBP) minder olie dan het wereldgemiddelde dankzij de uitdijende diensteneconomie en een hoger brandstofrendement - ondanks al die terreinwagens. Enkele landen verliezen zelfs op twee vlakken: ze zijn zowel olie-intensief als olieafhankelijk. Daar staan de Filipijnen op kop: ze voeren 99,9 % van hun olie in, maar hebben 50 % meer petroleum nodig dan het wereldgemiddelde om 1 miljard dollar BBP te genereren. Zuid-Korea, Taiwan, Wit-Rusland en Litouwen volgen in het rijtje. De interesten zijn al gestegen en zullen in 2005 nog hoger klimmen - misschien zelfs véél hoger. Voor ontluikende markten, vooral degene met torenhoge buitenlandse schulden, zou het wel eens pijnlijk kunnen aankomen als de VS de interest te veel of te snel opdrijft. De recente periode van ultralage interestvoeten heeft vele investeerders ertoe gebracht om geld te lenen op korte termijn tegen goedkope tarieven en dat geld in risicovolle activa te steken, zoals hoogrentende ondernemingsobligaties en schulden van ontluikende markten. Vraag is of de schuldenlanden die grote volumes schuld moeten verlengen in 2005, wel de hogere ontleningskosten en de verkoop van activa door speculanten aankunnen? Er zijn nog andere, meer verontrustende tekens. Zo lijken de beleggers niet helemaal voorbereid op de komende rentestijgingen. De kloof (of spread) tussen de Amerikaanse schatkistcertificaten en het schatkistpapier in de ontluikende markten blijft oncomfortabel smal, wat aanleiding zou kunnen geven om te denken dat er in de ontwikkelingslanden weinig risico zit. Dat is een gevaarlijke veronderstelling. Als de snelheid van de Amerikaanse rentestijging snel toeneemt, zullen schuldenlanden met grote hoeveelheden vlotrentende of kortetermijnschulden een schok te verwerken krijgen. Brazilië en Turkije, twee grote opkomende markten die vorig jaar ternauwernood aan een catastrofe ontsnapt zijn, lopen het grootste gevaar. Als de hervatting van de wereldeconomie op het goede spoor blijft, zou 2005 een jaar zonder veel problemen kunnen worden voor de ontluikende markten. Als dat niet het geval is en de kredieten voor 's werelds grote schuldenaars worden schaars en duur, dan staat er wellicht een nieuwe financiële crisis te wachten. Leo AbruzzeseDe interesten zijn al gestegen en zullen in 2005 nog hoger klimmen, misschien zelfs véél hoger.