In crisismomenten op de financiële markten wordt steevast benadrukt dat de fundamentele gegevens van de Belgische economie drastisch verschillen van deze van de 'eurokneusjes' Griekenland, Portugal en Ierland, die al een beroep moesten doen op buitenlandse hulp. Hierbij is het tekort van de overheid een van de eerst vermelde argumenten. Maar dat gejuich is misplaatst, want ons zogenaamd beperkt overheidstekort moet zwaar worden genuanceerd.
...

In crisismomenten op de financiële markten wordt steevast benadrukt dat de fundamentele gegevens van de Belgische economie drastisch verschillen van deze van de 'eurokneusjes' Griekenland, Portugal en Ierland, die al een beroep moesten doen op buitenlandse hulp. Hierbij is het tekort van de overheid een van de eerst vermelde argumenten. Maar dat gejuich is misplaatst, want ons zogenaamd beperkt overheidstekort moet zwaar worden genuanceerd. Het overheidstekort weerspiegelt zowel de economische conjunctuur als het beleid. De Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds hopen dat een doortastende beleidsbijsturing voldoende zal zijn om orde op zaken te stellen in de drie landen die al steun krijgen. Binnen enkele maanden zullen we kunnen vaststellen of dit zo is, en dus een of andere vorm van schuldverwerping afgewend kan worden. In België geldt die redenering niet. We kunnen vandaag moeilijk stellen dat het overheidstekort de afspiegeling vormt van het uitgavenbeleid van de federale regering, omdat die niet over alle bevoegdheden beschikt. Politici die juichen omdat ze door de beperking van de uitgaven via het stelsel van voorlopige twaalfden in hun beleidsdrang worden gekortwiekt, moeten zich wel afvragen of ze hiervoor aan politiek doen. Ambtenaren kunnen ook op automatische piloot uitgeven. De verdienste van deze ontslagnemende regering is dat ze geen poorten in de wetgeving vindt om het stelsel van voorlopige twaalfden te omzeilen. We kunnen dus verheugd vaststellen dat in België toch waterdichte wetten kunnen worden gemaakt. Maar goed, we zouden de huidige regering nog het succes gunnen mocht ze de onderliggende evolutie van het tekort niet totaal over het hoofd zien. Dat de uitgaven vandaag beperkt zijn tot een voortzetting van deze uit het verleden, betekent niet dat de natuurlijke drang van politici om nieuwe initiatieven te ontplooien, verdwenen is. Het afsnijden van dit mechanisme verklaart de gunstige cijfers voor het tekort, maar zodra een volwaardige regering aantreedt valt een spectaculaire inhaaloperatie van de overheidsuitgaven te vrezen. De 'nieuwe' maatschappelijke problemen moeten toch ooit aangepakt worden. En dat zal onvermijdelijk resulteren in een sterke stijging van het tekort. Deze vaststelling en de ervaring aan het begin van de jaren tachtig, toen zwakke regeringen en communautaire spanningen het tekort deden exploderen, maken ons zeer huiverachtig voor het aantreden van een zwakke regering die daarenboven de staatshervorming niet heeft opgelost. Het doet er hierbij niet toe of het gaat om een koelkastoperatie waarbij de staatshervorming wordt uitgesteld, of om een scenario waarbij een werkgroep mogelijke scenario's uitwerkt. De volgende regering moet krachtig genoeg zijn om de nieuwe initiatieven in budgettair haalbare banen te leiden. Enkele zwakke maanden zijn voldoende om het tekort te laten ontsporen en zo België volop in de aandacht van de financiële markt te brengen. We hebben voldoende voorbeelden in de eurozone om te weten wat dit betekent. De opgespaarde initiatieven die na het aantreden van een volwaardige regering zullen worden opgestart, hebben ook tot gevolg dat de cijfers die de ronde doen over de noodzakelijke sanering, weinig realistisch zijn. De latente opwaartse druk op de overheidsuitgaven is vandaag veel groter dan men wel denkt. Onze politieke voorvaderen hebben bij het ontwikkelen van het stelsel van voorlopige twaalfden wellicht nooit gedacht dat dit langer dan een paar maanden toegepast zou worden. Vandaag is het einde van de toepassingsperiode echter nog niet in zicht. Het stelsel van voorlopige twaalfden zorgt niet echt voor een beperking van het tekort, maar eerder voor een verschuiving van uitgaven naar de toekomst. Hierdoor verhoogt de budgettaire verantwoordelijkheid van de komende regering, die door de Europese engagementen en de veroudering al niet klein was. De auteur is professor economie aan de VUB. JEF VUCHELENEnkele zwakke maanden zijn voldoende om het tekort te laten ontsporen en zo België volop in de aandacht van de financiële markten te brengen.