Op 1 oktober neemt de 49-jarige Philippe Masset, een oudgediende van ING België, de teugels in handen bij Bank Degroof. Massets benoeming kwam als een grote verrassing. Als voorzitter van het directiecomité van Bank Degroof vervangt hij Regnier Haegelsteen, een telg van een van de controlerende families achter de zaken- en vermogensbank. Intern was Pierre Paul De Schrevel getipt als grote kandidaat om CEO te worden. "Je mag aannemen dat Masset aangetrokken is om de activiteiten van Bank Degroof te hervormen", vertelt een insider. "De winstgevendheid van de bank is niet wat ze zou moeten zijn. Degroof heeft een relatief zware kostenstructuur en daar wil men iets aan doen. Een externe manager zonder familiale of emotionele banden is daarvoor het beste geplaatst."
...

Op 1 oktober neemt de 49-jarige Philippe Masset, een oudgediende van ING België, de teugels in handen bij Bank Degroof. Massets benoeming kwam als een grote verrassing. Als voorzitter van het directiecomité van Bank Degroof vervangt hij Regnier Haegelsteen, een telg van een van de controlerende families achter de zaken- en vermogensbank. Intern was Pierre Paul De Schrevel getipt als grote kandidaat om CEO te worden. "Je mag aannemen dat Masset aangetrokken is om de activiteiten van Bank Degroof te hervormen", vertelt een insider. "De winstgevendheid van de bank is niet wat ze zou moeten zijn. Degroof heeft een relatief zware kostenstructuur en daar wil men iets aan doen. Een externe manager zonder familiale of emotionele banden is daarvoor het beste geplaatst." Maar Masset zal op 1 oktober nog een ander dossier op zijn bureau vinden. Dat van de toenadering tussen Bank Degroof en Petercam. Enkele weken geleden schreef de krant L'Echo dat de twee een verregaande samenwerking bestuderen. Het initiatief zou van Petercam komen, wordt ons bevestigd, en Degroof zou bereid zijn de toenadering te bekijken. Het is niet de eerste keer dat berichten over een samengaan van de twee vermogensbeheerders circuleren. Maar pogingen draaiden steevast op niets uit. "Er bestaat een ongeschreven gentleman's agreement tussen beide huizen", vertelt een oud-werknemer van Petercam. "Ze snoepen bijvoorbeeld geen personeel van elkaar af. Toen Petercam na de financiële crisis een zeer moeilijke periode doormaakte, hakte de concurrentie op alle mogelijke manieren op het beurshuis in. Maar Degroof bleef zeer vriendelijk. De collegialiteit tussen de twee is echt." Dat Petercam vragende partij is, hoeft niet te verbazen. De beursvennootschap kwam in 2008 in een zware storm terecht. De financiële crisis trof de traditionele beurshandel- en corporatefinanceactiviteiten midscheeps. Partners kwamen in opspraak of vertrokken, klanten verweten Petercam onzorgvuldig beheer en startten rechtszaken,... Kortom: de reputatie kreeg een klap. Axel Miller (ex-Dexia) werd aangetrokken als CEO, officieel om orde op zaken te stellen. Maar het was snel duidelijk dat het zijn opdracht was de instelling verkoopklaar te maken. "Er is lange tijd gedacht aan een buitenlandse overnemer, die meteen een stevige positie op de Belgische markt kon verwerven", vertelt een goede bron. "Toen Petercam zijn IT-platform uitbesteedde aan Lombard Odier, dacht iedereen: het is zover." Miller werd in maart 2012 opgevolgd door Xavier Van Campenhout. De zoon van Petercam-oprichter Etienne Van Campenhout leek het Brusselse beurshuis weer op eigen kracht te willen opbouwen. Er werd onder meer ingezet op een Europese expansie van het institutioneel vermogensbeheer. Op korte termijn ging dat evenwel gepaard met forse investeringen, terwijl het wachten is op overtuigende verkoopresultaten. Financieel lijkt Petercam aan de beterhand. In 2013 was er 21,6 miljoen euro nettowinst, het beste resultaat sinds 2007. Ook de netto-uitstroom van klanten en kapitaal werd een halt toegeroepen. Maar met 14 miljard euro activa onder beheer zit de maatschappij nog altijd meer dan een kwart onder de 19 miljard euro van eind 2007. En de grootte van het vermogen onder beheer is cruciaal omdat het de basis is voor de inkomsten en de winst. De sector van de vermogensbeheerders heeft het sinds de financiële crisis moeilijk. Enerzijds staan de inkomsten onder druk. De lage rente zorgt ervoor dat er nog weinig te verdienen is met vastrentende producten. Ook de marges op beurstransacties of fondsenbeheer zijn gesmolten als sneeuw voor de zon. Dat heeft te maken met de hevige concurrentie (er zijn in België veel buitenlandse spelers actief, onlinebanken winnen aan belang, en ook de grootbanken zijn weer zeer actief in vermogensbeheer), maar ook met de mondigheid van de klant. Die eist een goed rendement, diepgaand advies en transparante producten. Hij is niet langer bereid voor allerhande kosten op te draaien. "Het geloof in de visionaire fondsenbeheerder is verdwenen", zegt een sectorspecialist. "De klant is minder trouw dan in het verleden." Anderzijds stijgen de kosten. De aangescherpte regulering noodzaakt bijkomende investeringen in risicomanagement, compliance en IT. "Heel het apparaat van beheerders, analisten en IT zijn de facto vaste kosten", zegt de specialist. "Dat vreet aan de winst." De zorg om de winst op peil te houden leidt overal in Europa tot een gevecht om activa onder beheer, leert een recent rapport van Standard & Poor's over de privatebankingsector: "Meer activa onder beheer betekent een steviger inkomstenbasis. Daarom zijn almaar meer Europese private banks op zoek naar schaalvergroting via fusies en overnames." Toch is schaalgrootte geen garantie op succes. Een sterke merknaam en reputatie zijn in de wereld van het vermogensbeheer minstens even belangrijk. Enkel banken die blijk geven van een sterke kostendiscipline en operationele efficiëntie zijn gewapend voor de toekomst, oordeelt het ratingagentschap. En dat kunnen ook kleine spelers zijn die zich ontwikkelen tot rendabele nichespelers. In het geval van Petercam en Degroof gaat het echter om twee huizen die ervoor kiezen een brede waaier activiteiten te blijven uitoefenen: particulier vermogensbeheer, institutioneel vermogensbeheer, corporate finance, beurshandel enzovoort. De inkomsten uit brokerage en zakenbankieren liggen, mede door de economische crisis, echter aan de lage kant. Grosso modo komt twee derde tot driekwart van de inkomsten uit vermogensbeheer. Een vergelijking van de resultaten van Degroof, Petercam en Bank Delen leert dat de drie grote Belgische, onafhankelijke vermogensbeheerders ongeveer 1 procent inkomsten puren uit de activa die ze beheren. Maar het grote verschil zit hem in de winstmarge op de inkomsten. Bij Petercam ligt de winstmarge het laagst, op 15 procent. Voor de crisis, in 2007, haalde het beurshuis een marge van 26 procent. Met een winst van 71,4 miljoen euro op 295 miljoen euro inkomsten haalt Degroof een winstmarge van 24 procent, tegen 40 procent eind 2007. Bank Delen slaagde er als enige in zijn winstmarge te vergroten, van 35,5 tot 42,5 procent. De vermogensbank uit de groep Ackermans & van Haaren realiseerde bovendien een aangroei van de activa onder beheer met 67 procent. "Dat toont dat ook Bank Degroof zijn problemen heeft", zegt een waarnemer. "Degroof is erin geslaagd zijn activa onder beheer en zijn inkomsten weer op het precrisisniveau te brengen, maar de winst blijft achter. De nieuwe aandeelhouders die de voorbije jaren aantraden (zie kader De Antwerpse connectie), zijn minder geduldig. Zij willen dat Degroof het mes in de kosten zet." Dat er vet weggesneden kan worden, moge blijken uit de hoge kosten-inkomstenratio van 74 procent. Bovendien is die de voorbije jaren nog flink gestegen. In 2011 had Degroof een kosten-inkomstenratio van 63,5 procent. Ter vergelijking: sectorgenoot Bank Delen gaat prat op een kosten-inkomstenratio van 42,4 procent. In die context vormt een eventuele overname van Petercam voor Degroof wel degelijk een opportuniteit: een grote efficiëntiewinst. "Twee analistenploegen, twee marktenzalen. Daar zijn duidelijk synergieën te halen. Dat zou de taak van Masset vergemakkelijken. Snoeien is eenvoudiger als er duidelijke overlappingen zijn. Bovendien kan hij de beste mensen kiezen", aldus een bevoorrechte getuige. Ook commercieel kan Degroof een goede zaak doen, door de uitbreiding van zijn verkoopkanalen en het binnenhalen van bepaalde analisten en beheerders. Toch schatten de meeste gesprekspartners de kans klein dat het effectief tot een fusie of een overname komt. Er bestaat in de eerste plaats een groot cultuurverschil tussen de twee huizen. Degroof wordt algemeen omschreven als voorzichtig en conservatief, wat vaak gepaard gaat met een lang en omslachtig beslissingsproces. Petercam wordt dan weer, met een lelijk woord, een 'cowboymentaliteit' toegedicht. De structuren zijn er veel lichter dan bij Degroof en het huis straalt assertiviteit uit. "Daardoor had je in het verleden meer ego's bij Petercam, mensen die hun ding deden, op een eilandje werkten", zegt een oud-medewerker. Maar het verschil in cultuur zou geen breekpunt zijn. Wel de perceptie bij de klanten. Naar verluidt is de toenaderingspoging van Petercam, om het eufemistisch uit te drukken, niet op handgeklap onthaald door de klanten van Degroof. De voorbije jaren zijn er diverse klanten overgestapt, onder meer uit onvrede met het investeringsbeleid en de zwakke return bij Petercam. Dat zij en andere klanten sceptisch reageren, kan de top van Degroof moeilijk aan zich voorbij laten gaan. En zo komen we op het meest gevoelige punt. Welke prijs is Degroof bereid te betalen? Een aantal vennoten van Petercam staan te dringen om te cashen. Ze zijn een overname genegen omdat ze op die manier meer geld kunnen krijgen voor hun aandelen. Binnen de Petercam-constellatie kunnen er enkel aandelen herplaatst worden bij bestaande vennoten en tegen boekwaarde. "Dat is altijd een heel gedoe", aldus een Petercam-getrouwe. Maar als Degroof een fusie vooral ziet als een middel om besparingen te realiseren, zal ze de prijs zo laag mogelijk willen houden. Hoe meer geld er immers op tafel gelegd wordt, hoe groter de benodigde kostenverminderingen om de overname te rentabiliseren. Bij sommige werknemers leeft de vrees voor een sociaal bloedbad. Niet helemaal terecht, zegt een betrokkene: "Vermogensbeheer blijft een groeimarkt, en het is sowieso al niet makkelijk om goede mensen te vinden. Een grote ontslagronde zit gewoon niet in de cultuur. Ik schat dat een samengaan van de twee huizen een onmiddellijke efficiëntiewinst van 10 tot 15 procent kan opleveren. Maar ook via natuurlijk verloop kan er de jaren daarna bespaard worden." En wat als de deal niet doorgaat? "Sowieso moet er bij Petercam iets gebeuren," antwoordt een insider, "anders dreigt daar een leegloop." Een medewerker van het Brusselse beurshuis klaagt inderdaad de onduidelijke situatie aan. Maar goede bronnen bevestigen ons dat Petercam nog kaarten in de mouw heeft: "De instelling wedt op meerdere paarden. Het verhaal stopt niet bij Degroof. Misschien duiken er andere kandidaten op. En zoals vaak bij overnames is de kans groot dat de meest biedende met de trofee gaat lopen." PATRICK CLAERHOUT EN ILSE DE WITTE