Een van de weinige structurele componenten van het Belgische begrotingsbeleid is de strijd tegen de fraude. Al decennia vormt de opbrengst van die strijd de sluitpost van de begroting. Alleen al het feit dat het antifraudebeleid na zovele jaren nog altijd een beleidsprioriteit blijft, bewijst het failliet van het gevoerde beleid. Dat beleid schiet op essentiële punten tekort. De Europese ontwikkelingen in de uitwisseling van financiële informatie zullen de overheid nog wel een tijd helpen, maar zonder bijsturing zal de hopeloze strijd tegen de fraude nog vele jaren worden gevoerd.
...

Een van de weinige structurele componenten van het Belgische begrotingsbeleid is de strijd tegen de fraude. Al decennia vormt de opbrengst van die strijd de sluitpost van de begroting. Alleen al het feit dat het antifraudebeleid na zovele jaren nog altijd een beleidsprioriteit blijft, bewijst het failliet van het gevoerde beleid. Dat beleid schiet op essentiële punten tekort. De Europese ontwikkelingen in de uitwisseling van financiële informatie zullen de overheid nog wel een tijd helpen, maar zonder bijsturing zal de hopeloze strijd tegen de fraude nog vele jaren worden gevoerd. De hoge belastingdruk is natuurlijk een evidente en belangrijke verklaring voor de voortwoekerende fraude, maar het ziet er niet naar uit dat daarin snel verandering komt. Het is dan ook misplaatst het falende antifraudebeleid daaraan toe te schrijven. De verklaring is veel eenvoudiger: het antifraudebeleid heeft geen draagvlak bij de publieke opinie. De aandacht die politici besteden aan hun antifraudebeleid staat haaks op de onverschilligheid van de publieke opinie. Politici schermen graag met de opbrengsten van het antifraudebeleid, maar de man in de straat ziet er geen voordelen in. Hij vreest vooral zelf slachtoffer te worden. Dat is schijnbaar overdreven, want daar gaat de grote fraude toch niet om. Maar illustreren de discussies over de inlevering van spaarders naar aanleiding van de Cypriotische bankproblemen en de afschaffing van de fiscale vrijstelling op spaarboekjes niet dat kleine risico's op kleine verliezen veel onrust veroorzaken? Toevallig of niet, maar juist de partijen die zwaar inzetten op de strijd tegen de fraude, kanten zich tegen de mogelijke inleveringen door de spaarders. Belangrijker is de onduidelijkheid over de bestemming van de opbrengst van de strijd tegen de fraude. Verklaarde de bevoegde staatssecretaris niet dat dankzij die inkomsten de noodzakelijke besparingen worden beperkt? Maar stelde de vicepremier van dezelfde partij dan weer niet dat de middenklasse werd gespaard door de besparingen? Wie is dan gebaat bij de strijd tegen de fraude? Nog vreemder is dat diezelfde vicepremier de opbrengst wil gebruiken om de loonkosten te beperken. De onzekere opbrengst wordt dus al zeker twee keer uitgegeven. Onduidelijker kan niet en het hoeft dan ook niet te verbazen dat het antifraudebeleid op weinig steun kan rekenen. Bovendien gaan de politici gemakshalve voorbij aan de moeilijke bepaling van de opbrengst van het antifraudebeleid. De gepubliceerde cijfers omvatten gederfde fiscale inkomsten over een aantal jaren plus boetes, zodat ze absoluut geen indicatie vormen voor de omvang van de structurele opbrengst. Hoe kan men dan spreken over hoe men het opgebrachte geld wil aanwenden? Het voorgaande is geen pleidooi voor het stopzetten van de strijd tegen de fraude, integendeel. Er moet dringend een sluitstuk op dit beleid worden geplaatst. Al te veel mensen vrezen dat de strijd tegen de fraude niets anders is dan een verkapte belastingverhoging. En inderdaad, louter statistisch bekeken zal een succesvol beleid resulteren in een hogere fiscale druk. Dat kan niet de bedoeling zijn in een land dat al gebukt gaat onder een torenhoge fiscale druk. Het sluitstuk op het antifraudebeleid is nochtans eenvoudig. De regering zou kunnen bepalen dat er een plafond komt op de totale overheidsontvangsten, fiscale en niet-fiscale. Een voor de hand liggend getal is 50 procent van het bbp. Als dat op een geloofwaardige manier wordt afgekondigd, kan dat de burgers overtuigen dat de strijd tegen de fraude niet als doel heeft de huidige overheid ten koste van alles in stand te houden, maar om de belastingdruk rechtvaardiger te verdelen en zo de nefaste economische impact hiervan te beperken. Een bijkomend voordeel is dat de omschrijving van deze regering als 'belastingregering' dan geen fundament meer heeft. De fraude op langere termijn succesvol bestrijden, kan enkel via een mentaliteitswijziging. Maar zoiets krijg je niet voor elkaar met een eenzijdig repressief beleid. De auteur is professor economie aan de VUB.JEF VUCHELENDe aandacht die politici besteden aan hun antifraudebeleid staat haaks op de onverschilligheid van de publieke opinie voor dat beleid.