Die Linke was een opvallende verliezer bij de Duitse federale verkiezingen van eind september. De extreemlinkse partij bleef enkel in het parlement door een speciale kiesregeling. Voor Sahra Wagenknecht, een voormalig boegbeeld van Die Linke, was die nederlaag geen verrassing. Ze voorspelde die zelfs in haar jongste essay Die Selbstgerechten. De titel spreekt boekdelen: de betweters, zelfgenoegzame lui. Wagenknecht maakt brandhout van de politieke lijn van Die Linke...

Die Linke was een opvallende verliezer bij de Duitse federale verkiezingen van eind september. De extreemlinkse partij bleef enkel in het parlement door een speciale kiesregeling. Voor Sahra Wagenknecht, een voormalig boegbeeld van Die Linke, was die nederlaag geen verrassing. Ze voorspelde die zelfs in haar jongste essay Die Selbstgerechten. De titel spreekt boekdelen: de betweters, zelfgenoegzame lui. Wagenknecht maakt brandhout van de politieke lijn van Die Linke, en meer algemeen van alle linkse partijen in West-Europa. Die voeren al jaren een links-liberale koers. Maar Wagenknecht vindt die noch links, noch liberaal. De partijtop werd aangevreten door hoger opgeleide, academische figuren. Zij hebben geen voeling meer met de basis, de arbeidersklasse. Die kunnen niets aanvangen met de politieke eisen van de nieuwe linkse elite. Wagenknecht haalt onder meer het diversiteitsbeleid onderuit. "Mij interesseert niet wat mensen onderscheidt, wel wat hen bindt", klinkt het eenvoudig. Een samenleving die vooral de verschillen benadrukt, is een onwerkbare samenleving. Het diversiteitsbeleid is een typisch speeltje van de nieuwe elite. Het kan leiden tot meer vertegenwoordigers van minderheden in raden van bestuur. Voor Wagenknecht zijn dat geprivilegieerde figuren, die het lot van de arbeidersklasse niet vooruit zullen helpen. "Een Duitse homoseksuele vrachtwagenchauffeur, die elke dag honderden kilometers rijdt, leeft in een totaal andere wereld. Hij is vooral bang dat zijn job wordt gepikt door een Oost-Europese werknemer, die tegen een nog lager loon wil werken." Vanuit diezelfde visie benadrukt Wagenknecht dat de diversiteit onderaan op de werkvloer - bijvoorbeeld bij schoonmaakpersoneel - ongetwijfeld bijzonder hoog scoort. Die Selbstgerechten leest soms moeizaam. Je moet je voortdurend door de extreemlinkse brij worstelen. Maar Wagenknecht scoort met een pertinente analyse van het verval van de linkse partijen in West-Europa. Die hebben met hun minachting voor het 'eigen proletenvolk' het bedje gespreid voor de rechtse, populistische partijen. Wagenknecht blijft ervan overtuigd dat de arbeidersklasse, die vandaag haar stem geeft aan extreemrechts, niet enkel uit racisten bestaat. Links-liberalen beschrijft ze daarom ook als illiberalen. Wie hun mening niet deelt, wordt meteen in de extreemrechtse hoek geduwd.