Recente harde economische data in de VS bevestigen dat de Amerikaanse economie door de ergste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog gaat. Volgens de definitieve bbp-cijfers kromp de Amerikaanse economie in het vierde kwartaal met 6,3 procent op jaarbasis, meteen het slechtste kwartaalcijfer sinds 1982. Zowel gezinnen als bedrijven schroefden hun bestedingen fors terug en dat terwijl de uitvoersector het slechtste kwartaal sinds 1971 beleefde.
...

Recente harde economische data in de VS bevestigen dat de Amerikaanse economie door de ergste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog gaat. Volgens de definitieve bbp-cijfers kromp de Amerikaanse economie in het vierde kwartaal met 6,3 procent op jaarbasis, meteen het slechtste kwartaalcijfer sinds 1982. Zowel gezinnen als bedrijven schroefden hun bestedingen fors terug en dat terwijl de uitvoersector het slechtste kwartaal sinds 1971 beleefde. Activiteitsdata voor de eerste maanden van dit jaar suggereren bovendien dat het eerste kwartaal in bbp-termen al even slecht wordt als het vorige. In januari en februari zakte de activiteit in de verwerkende nijverheid weer 17 procent lager, verdwenen er weer meer dan 1 miljoen jobs en viel de capaciteitsbezettingsgraad terug naar het laagste niveau in meer dan 40 jaar. De Amerikaanse economie zal de komende maanden allicht blijven krimpen en dat terwijl er nog een pak faillissementen, betalingsproblemen en jobverliezen zit aan te komen. Zo suggereren voorlopende arbeidsmarktindicatoren dat bovenop de huidige 3 miljoen verloren jobs nog meer dan 4 miljoen jobs kunnen verdwijnen. Toch zijn er ook stilaan wat tekenen van hoop. De huidige Amerikaanse recessie vond haar oorsprong in de excessen in de vastgoedmarkt en bij de gezinnen. Zowel de vastgoedmarkt als de gezinsbestedingen gaan vrij snel door de noodzakelijke correctie. Nieuwe bouwprojecten zitten op een historisch dieptepunt en dankzij de forse prijsdaling en de lage rentestand was een woning voor een gemiddeld Amerikaans gezin nooit goedkoper (sinds de statistieken in 1971 van start gingen). Tegelijk hebben de Amerikaanse gezinnen hun spaarinspanningen nu al opgetrokken tot 5 procent van het beschikbare inkomen (vorig jaar bedroeg de spaarquote nog 0 procent). Ondanks die correctie is van een snelle doorstart voorlopig weinig sprake. Tegen de achtergrond van de problemen in de finan-ciële sector en de gigantische overcapaciteit in de verwerkende nijverheid blijft het risico op een pijnlijk en langdurig deflatiescenario immers reëel. Zowel de monetaire als de budgettaire beleidsmakers kwamen het voorbije jaar echter uit met een ongeziene reeks steunmaatregelen over de brug. Die leverden voorlopig nog niet de verhoopte resultaten op, maar moeten op termijn onvermijdelijk een effect hebben. Recente voorlopende indicatoren in de VS verbeterden al enigszins en lijken te bevestigen dat ergste misschien wel achter ons ligt.