De recentste verslagen van de Nationale Bank en het Planbureau zijn weinig opbeurende lectuur. Beide instellingen zien de werkloosheid tijdens de periode 2009-2010 met maar liefst 200.000 personen toenemen. "Ik ga ervan uit dat een nettoverlies van 140.000 banen over twee jaar realistisch is. Inclusief de aangroei van de beroepsbevolking met 60.000 werkzoekenden kom je uit op 200.000 extra werklozen", stelt Jan Denys, arbeidsmarktspecialist bij Randstad, het nummer één in de Belgische uitzendmarkt. "Die stijging betekent zeker niet dat schaarste in bepaalde deelsegmenten van de arbeidsmarkt zal verdwijnen. De cijfers zeggen niets over de verdeling van werklozen over kwalificatieniveaus."
...

De recentste verslagen van de Nationale Bank en het Planbureau zijn weinig opbeurende lectuur. Beide instellingen zien de werkloosheid tijdens de periode 2009-2010 met maar liefst 200.000 personen toenemen. "Ik ga ervan uit dat een nettoverlies van 140.000 banen over twee jaar realistisch is. Inclusief de aangroei van de beroepsbevolking met 60.000 werkzoekenden kom je uit op 200.000 extra werklozen", stelt Jan Denys, arbeidsmarktspecialist bij Randstad, het nummer één in de Belgische uitzendmarkt. "Die stijging betekent zeker niet dat schaarste in bepaalde deelsegmenten van de arbeidsmarkt zal verdwijnen. De cijfers zeggen niets over de verdeling van werklozen over kwalificatieniveaus." "Tot op heden is de stijging van de werkloosheid vooral een zaak van laaggeschoolden. Veel van die zwakkere groepen waren nog niet lang geïntegreerd in de arbeidsmarkt en verliezen nu hun baan. In de toekomst zullen natuurlijk ook meer hooggeschoolden hun job verliezen, maar dat zal sowieso een tijdelijk fenomeen zijn. Het probleem van de werkloosheid in de ontwikkelde landen is er al twintig jaar grotendeels een van laaggeschoolden. Het zwaartepunt verschuift daarbij systematisch van vrouwen naar mannen. De uitdaging bestaat er dus in om naast opleiding voldoende laaggeschoolde banen te creëren in de dienstensector en de werklozen naar die banen te begeleiden." JAN DENYS (RANDSTAD). "Ik ben nog niet helemaal overtuigd. Ik blijf erbij dat we toch beter naar een situatie gaan waarbij werkloosheidsuitkeringen beperkt zijn in de tijd. Men geeft soms te veel de indruk dat een activeringsbeleid daarvoor hét alternatief is. Er zijn nog altijd genoeg inactieven die ondanks het activeringsbeleid gebruikmaken van ontsnappingsroutes. Het is nu misschien niet het beste moment om die discussie te voeren, maar vroeg of laat komt die weer op tafel. "Je zou kunnen bepalen dat mensen die geen diploma middelbaar onderwijs halen, geen recht meer hebben op een wachtuitkering. Je kunt stellen dat wie vandaag niet over zo'n diploma beschikt eigenlijk niet geschikt is voor de arbeidsmarkt. Je moet die groepen niet aan hun lot overlaten, maar het zou een goede incentive zijn om hun diploma te halen." DENYS. "Dat blijft een moeilijke kwestie. Beleidsmakers willen maatwerk aanbieden, maar als het vele maatwerk te ingewikkeld wordt, schiet het zijn doel voorbij en wordt het contraproductief. Het is dus verstandig om de vele maatregelen regelmatig tegen het licht te houden en te bekijken of ze zin hebben. Maar alleen met lineaire maatregelen werken op een gediversifieerde arbeidsmarkt als de onze is evenmin verstandig." DENYS. "De zwaarste terugval voor uitzendactiviteiten sinds het ontstaan van de sector. De ernst van de situatie wordt duidelijk als je vergelijkt met de vorige recessies in de jaren negentig en begin 2000. Tussen 1990 en 1993 daalde het aantal gepresteerde uitzenduren met 12,5 procent. Tussen 2000 en 2003 met iets meer dan 8 procent. En dat zijn dalingen over drie jaar tijd. Nu noteren we een daling van meer dan 30 procent in één jaar tijd. "Zo'n grote terugval is geleden van de jaren zeventig. Tussen 1974 en 1976 halveerde de omzet in de sector. Maar eigenlijk is ook dat niet vergelijkbaar want uitzendarbeid stelde toen nog bijna niets voor. Het zijn nu vooral de uitvoerende arbeiders die zwaar getroffen worden. Specialistische arbeidersfuncties en bedienden houden beter stand. Maar op basis van de cijfers van de jongste weken denk ik toch dat het ergste achter de rug is." DENYS. "Dit is een uitzonderlijke crisis. Maar we moeten de zaken op langere termijn bekijken. Het parcours dat uitzendarbeid - in dit land en alle belangrijke landen van de EU - sinds 2000 aflegde, is indrukwekkend. Bekijken we de evolutie tot 2008, dan stellen we vast dat de penetratiegraad van uitzendarbeid (het percentage uitzendkrachten op een bepaalde dag aan het werk ten opzichte van de beroepsbevolking) overal steeg in Europa. Een paar uitzonderingen als Frankrijk, Spanje en Portugal daar gelaten. In alle landen benadert de penetratiegraad de 1 procent. Gemiddeld zitten we aan 2 procent. Overal is uitzendarbeid dus uit de marginaliteit gestapt. Uitzendarbeid is ook sterk gegroeid in flexibele markten zoals Groot-Brittannië en Denemarken. "Bepaalde academici blijven beweren dat uitzendarbeid alleen maar bestaat omdat het een medicijn is voor rigide arbeidsmarkten, maar in Denemarken is het helemaal niet moeilijk om mensen te ontslaan. Uitzendarbeid is niet alleen een oplossing in rigide arbeidsmarkten, maar is veel meer dan dat. Vele waarnemers begrijpen nog steeds niet dat uitzendwerk minstens evenveel met outsourcing als met flexibiliteit te maken heeft." DENYS. "De overheid bezit zoals bekend een groot potentieel. Daarnaast is zeker groei mogelijk in sommige dienstensectoren zoals de banken en verzekeringen. Die werken nog steeds niet met een flexibele schil. Het aantal specialisaties waar uitzendarbeid kan worden ingezet, is zeker nog niet uitgeput. In Nederland is zelfs een uitzendbureau opgericht dat zich specialiseert in wijnproevers en sommeliers. Als je een aantal arbeidsmarktevoluties bekijkt dan zie je heel wat kansen voor de sector." DENYS. "Alle Europese landen zullen zwaar moeten inzetten op de groei van de werkgelegenheid. Dat is natuurlijk goed nieuws voor ons. Zelfs als het marktaandeel van de uitzendsector gelijk blijft, groeit de sector. De groei van uitzendarbeid is een cruciaal onderdeel van de werkgelegenheidscreatie. Uitzendarbeid doet arbeidsmarkten niet alleen beter werken, maar zorgt via verschillende mechanismen ook voor banen: 60 procent van de uitzendcontracten leidt op termijn naar een vaste job. "Dezelfde oefening kunnen we doen als we kijken naar de mobiliteit op de Belgische arbeidsmarkt. Die ligt laag, ook in Vlaanderen. Meer mobiliteit tussen werkloosheid en werk en van werk naar werk komt bijna zeker ook uitzendarbeid ten goede. Zo'n 15 procent van alle werknemers ziet zichzelf in een loopbaan waarbij vrij regelmatig van werkgever wordt gewisseld. Een op de drie slaagt daarin, maar twee op de drie niet. Voor die groep moeten uitzendkantoren interessante diensten kunnen leveren." DENYS. "Uitzendbedrijven moeten weten dat er voor bedrijven die op zoek zijn naar werkkrachten en flexibiliteit, ook buiten uitzendarbeid een aantal alternatieven moeten bestaan. Ze zullen nooit aanvaarden dat ze volledig of te veel afhankelijk zijn van uitzendarbeid. In sectoren die bijvoorbeeld niet openstaan voor uitzendarbeid wordt of werd de flexibiliteitsbehoefte op een andere manier ingevuld. In de bouwsector was uitzendarbeid lang verboden. Sinds het mag, is het niet gemakkelijk een groot marktaandeel te verwerven omdat overuren zeer massaal worden toegepast en er nog altijd veel zwartwerk bestaat. Een ander deel van de flexibilisering gebeurt via onderaanneming. "Een ander gevaar ligt in het vooralsnog vooral academische pleidooi om het onderscheid tussen vaste en tijdelijke contracten op te heffen. Ook ben ik beducht voor sluipende vormen van nieuwe monopolisering door de VDAB." DENYS. "Dat klopt. Zopas heeft Randstad de aanbesteding binnengehaald voor de begeleiding van werkzoekenden in de centrumsteden. Het gaat om 1700 werkzoekenden tussen de 25 en 49 jaar van wie 80 procent allochtonen en laaggeschoolden zijn. "Maar het is nooit helemaal uit te sluiten dat het activeringsstreven zo doorslaat dat jongeren of werkzoekenden op de arbeidsmarkt bijna verplicht door de VDAB moeten worden bemiddeld. De jongste maanden zijn er pogingen ondernomen om door de overheid gesubsidieerd outplacement weer onder te brengen bij de VDAB. Beleidsmakers blijven op dat punt altijd een beetje blind. Je moet voortdurend op hen inpraten dat de privésector ook kan worden gebruikt om publieke beleidsdoelstellingen te halen. Internationaal is dit trouwens nog veel meer het geval. Ik ben net terug van de jaarlijkse conferentie in Genève van de Internationale Arbeidsorganisatie. Veel aandacht ging daar naar de wijze waarop landen de crisis moeten aanpakken. Uiteraard ging het ook over actief arbeidsmarktbeleid. De sprekers kwamen allemaal uit de hoek van de publieke arbeidsbemiddeling." DENYS. "Over de motieven is iedereen principieel akkoord. Uitzendcontracten van onbepaalde duur zijn voor de vakbonden echter een brug te ver. Het is tijd om eens na te denken over een globaal nieuw kader. De vakbonden zijn daar niet toe in staat. Ze komen niet verder dan het aanbrengen van deeldossiers zoals striktere regels voor de dagcontracten. Dat komt ook omdat er nu heel veel op het bord van de vakbond en het sociaal overleg ligt. Er zijn gewoon niet genoeg knappe koppen om al die dossiers deskundig op te volgen. Daarom spelen ze op veilig." DENYS. "Waarom wordt er niet gedacht aan een model waarbij uitzendkrachten meer rechten opbouwen naarmate ze langer uitzendkracht zijn? In het begin speelt in de eerste plaats de flexibiliteit. Wie langer als uitzendkracht werkt, bouwt meer sociale bescherming op. Dat kan na verloop van tijd uitmonden in een contract van onbepaalde duur. Daarvoor bestaat geen draagvlak, niet bij de vakbonden maar ook niet in de eigen sector. Ook de uitzendsector heeft last van conservatieve reflexen. Dat kan de verdere ontwikkeling van uitzendarbeid remmen in dit land." DENYS: Ik heb ik in het midden van de jaren negentig voorspeld dat uitzendbedrijven zich zouden transformeren tot globale hr-dienstverleners. Randstad heeft zich daar als bedrijf vrij lang tegen verzet, maar eind jaren negentig is de knop omgedraaid. België speelde daarbij voor Randstad trouwens een pioniersrol. Journalisten blijven ons hardnekkig een uitzendbedrijf noemen, maar dat klopt niet meer met de realiteit. We zijn ook marktleider in outplacement. We hebben 70 mensen in dienst die hr-projecten uitvoeren in bedrijven. Inzake werving en selectie behoren we tot de top vijf in dit land. Ik voorspelde toen ook dat de sociale secretariaten zich veel actiever en breder zouden opstellen in de markt. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar het heeft veel langer geduurd dan gedacht. "Een andere belangrijke ontwikkeling is de uitbouw van de dienstverlening aan gezinnen met de dienstencheques. Randstad was bij de eersten om op de kar te springen en dat heeft ons geen windeieren gelegd. Aan het einde van de jaren negentig heb ik sterk gepleit voor een grotere rol van de privésector in de uitvoering van het arbeidsmarktbeleid. Die ontwikkeling was misschien iets minder spectaculair dan verwacht, maar heeft ontegensprekelijk plaatsgevonden. En ondertussen evolueerde Randstad als bedrijf van een vrij lokale speler tot een wereldspeler die actief is op de vijf continenten. (T) Door Alain Mouton/Foto: Michel Wiegandt