De jongste belastinghervormingen. "Veel geblaat, weinig wol", schrijft professor economie Jef Vuchelen (VUB) in het voorwoord. Ze kenmerkten zich door een gepruts in de marge zonder noemenswaardige verlaging van de fiscale druk en zonder de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën. "We weten dat de vergrijzingsgolf een opwaartse druk op de overheidsuitgaven uitoefent. Vroeg of laat is een drastische vereenvoudiging van onze belastingstructuren niet meer af te wenden. De tijd is rijp voor een grondig debat over de fiscaliteit in ons land."
...

De jongste belastinghervormingen. "Veel geblaat, weinig wol", schrijft professor economie Jef Vuchelen (VUB) in het voorwoord. Ze kenmerkten zich door een gepruts in de marge zonder noemenswaardige verlaging van de fiscale druk en zonder de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën. "We weten dat de vergrijzingsgolf een opwaartse druk op de overheidsuitgaven uitoefent. Vroeg of laat is een drastische vereenvoudiging van onze belastingstructuren niet meer af te wenden. De tijd is rijp voor een grondig debat over de fiscaliteit in ons land." Het huidige belastingregime rijdt op vier platte banden die niet meer te herstellen zijn. Zij vormen de pijlers voor de invoering van een vlaktaks, die de nodige economische groei veroorzaakt. 1. De mythe van de progressiviteitRelatief gezien, betalen de rijken der aarde minder belastingen dan hun minder vermogende medemensen. Professor Ferdinand Grapperhaus (Universiteit van Leiden), ex-staatssecretaris van Financiën in Nederland, noemt dit fenomeen de ondergang van het draagkrachtbeginsel - dit is het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Zelfs de ondervoorzitter van de sp.a, Dirk Van der Maelen, moet met scha en schande ondervinden dat de strijd tegen de fiscale fraude weinig of geen zoden aan de dijk zet. Hij richt zijn pijlen te veel op legale constructies die de minst belaste weg bewandelen. 2. Het failliet van het fiscale beleidSinds mensenheugenis schrijft de meerderheid een vereenvoudiging van het belastingsysteem in haar regeringsverklaring. Door de toenemende complexiteit van de samenleving groeit evenwel het aantal regels en uitzonderingen. De fiscale wetgeving is een ontzettend ingewikkelde lappendeken. De complexe wetgeving met haar talrijke regeltjes, uitzonde-ringen en achterpoorten is een uitgelezen jachtterrein voor de creatieve fraudeur. Is there something wrong with being smart? Daar kunnen de ambtenaren van Financiën niet tegen op, ook al omdat ze niet voldoende middelen krijgen. 3. Inefficiëntie van de overheidUit verschillende studies blijkt dat de Belgische overheid een aanzienlijk deel van de geïnde middelen gewoon verspilt. De cijfers lopen uiteen van 7 tot 34 %. Op een overheidsbeslag van zo'n 150 miljard euro betekent dit een verspilling van 10 tot 50 miljard euro. Met een efficiënte overheid is meteen al een aanzienlijke belastingverlaging mogelijk. 4. Fiscale fraude rijst de pan uitDe belastingdruk is zo hoog dat de legale economie ondergronds gaat. Wetenschappers ramen de fiscale fraude op 40 tot 60 miljard euro per jaar. Hierdoor mist de schatkist 25 tot 30 miljard euro aan inkomsten. Dat is meer dan het dubbele van de inkomsten in de vennootschapsbelasting. Bovendien blijft het zwarte circuit groeien. Zo heeft de Cel voor Financiële Informatie (CFI) vorig jaar een zestigtal witwasdossiers doorgegeven aan het parket. Dat is een verdubbeling in vergelijking met een jaar eerder en een vervijfvoudiging tegenover 2005. Vandaag waait een fiscale wind van oost naar west. Al een 25-tal landen past een vlaktaks toe met één tarief en geen aftrekposten, uitgezonderd een belastingvrije som. Jersey is de pionier en paste het revolutionaire systeem voor het eerst toe in 1940. Zeven jaar later volgde Hongkong. Vooral Estland geniet internationale bekendheid. Bij de geboorte van de nieuwe republiek baseerde het zijn belastingstelsel op de principes van de economen Robert Hall en Alvin Rabushka, die het systeem introduceerden. Ondertussen kan elke Belgische belastingplichtige op de een of andere manier toch al van een buitenlandse vlaktaks genieten. Door de dubbelbelastingverdragen en het systeem van de vaste inrichting is het voor een Belgische ondernemer perfect mogelijk om mee te genieten van een voordelig regime dat in de voormalige Oostbloklanden furore maakt - uitgezonderd Estland, dat een nultarief voor vennootschappen hanteert. Wie via deze Baltische republiek wil gaan, moet een Estse dochter oprichten. De werkelijke zetel moet zich wel in het buitenland bevinden. Anders kan de Belgische fiscus toch nog belastingen innen, vermeerderd met alle mogelijke wettelijke boetes en intresten. Een rechtspersoon in het buitenland heeft nog andere belangrijke voordelen. Cashoverschotten van een buitenlandse dochter mogen wel belegd worden in financiële vaste activa. Deze winsten zijn op hun beurt onderworpen aan het lokale tarief. Daarnaast zijn de inkomsten die een buitenlandse dochter uitkeert aan de Belgische moeder gedekt door het systeem van de definitief belaste inkomsten (DBI) en de moederdochterrichtlijn. Dit levert een vrijstelling van 95 % op. Landen met een aantrekkelijk fiscaal regime liggen ook voor particulieren binnen handbereik. Zeker als de belastingplichtige bereid is om te verhuizen. Uitzonderingen niet te na gesproken, zoals Malta, word je in het kader van de internationale fiscaliteit beschouwd als fiscaal resident van een bepaald land als je daar per jaar meer dan 183 dagen verblijft. Wie bijvoorbeeld in Rusland woont en werkt (en aan de 183-dagenregel voldoet) kan op die manier van de Russische vlaktaks van 13 % in de personenbelasting genieten. We moeten het niet zo ver laten komen dat onze bedrijven de weg van de minste weerstand zoeken en systematisch vaste inrichtingen in het buitenland oprichten. Een veel betere oplossing is zelf een vlaktaks van 15 % invoeren. En dat voor zowel personen als ondernemingen (zelfstandigen en vennootschappen) met de afschaffing van de aftrekposten én de invoering van een belastingvrije som, inclusief een vermogensrendementsbelasting op aandelen. Om de zaak niet te complex te maken, blijven de andere belastingen, zoals btw en rsz (ook soorten van vlaktaksen), behouden. Volgens een studie van de Hoge Raad van Financiën belopen de aftrekposten 12,6 % van de belastinginkomsten, goed voor 8425 miljoen euro of 3,2 % van het bruto binnenlands product (bbp) in 2002. Geëxtrapoleerd naar 2008 brengt de schrapping van de aftrekposten in België dus ministens 10 miljard euro op voor de schatkist. Dat geld kan gebruikt worden om de belastingvrije som, die vandaag ongeveer 6000 euro per belastingplichtige bedraagt, te verhogen naar 12.500 euro. Maar genereert de overheid met een vlaktaks van 15 % voldoende inkomsten om haar uitgaven te financieren? Vandaag belopen de (para)fiscale ontvangsten van de staat - inclusief de sociale zekerheid - niet minder dan 139 miljard euro. Een vlaktaks van 15 % is alleen mogelijk met aanzienlijke besparingen. Gelukkig zijn de Belgische overheidsfinanciën zo lek als een zeef. Dat is natuurlijk minder leuk voor de gemiddelde belastingbetaler die lijdzaam moet toezien hoe zijn zuurverdiende centen door de overheid worden verspild of minstens niet efficiënt worden gebruikt. 1. Minder administratiekosten: -5 miljard euroVolgens professor Jef Vuchelen romen de administratiekosten voor de belastingheffing ongeveer 10 % af van de fiscale ontvangsten. Dat komt neer op een jaarlijks prijskaartje van nagenoeg 10 miljard euro. De inning van de belastingen via een vlaktaks is veel goedkoper en kost minder dan de helft, onder meer wegens de eenvoud van het systeem. Zo innen de sociale secretariaten de bijdragen in de sociale zekerheid - ook een soort van vlaktaks - voor ongeveer 3 % aan beheerskosten. Geëxtrapoleerd naar 50 miljard euro aan directe belastingen mag de inning ervan dus niet meer dan 1,5 miljard euro kosten. De inning van de indirecte belastingen gebeurt door de bedrijven en kost de overheid in principe geen cent. Maar we zijn mild, want een besparing van 8,5 miljard euro lijkt ons wat overdreven en we houden het op een besparing van 5 miljard euro met een vlaktaks. Die besparing is zelfs niet moeilijk door te voeren, want ze vloeit gewoon voort uit het systeem bij de invoering van een vlaktaks. 2. Een efficiëntere overheid: -10 miljard euroEen studie van de Europese Centrale Bank (ECB) uit 2003 toont aan dat de efficiëntie van de publieke sector in België slechts 66 % bedraagt. Zij doet geen uitspraak over het nut van de uitgaven. Dat betekent dat de overheid in ons land dezelfde graad van dienstverlening kan verzorgen met 66 euro in plaats van met 100 euro. Op een bbp van 316,6 miljard euro en een overheidsbeslag van 139 miljard euro kan de Belgische staat theoretisch 47,26 miljard euro besparen. Indien onze overheid slechts 7 % minder verspilt - wat realistisch is - komen we op een netto-opbrengst van 10 miljard euro. Dat betekent geen dubbeltelling met de besparing die voortvloeit uit de efficiëntere inning van de belastingen. De besparing van de efficiëntere inning van een vlaktaks situeert zich hoofdzakelijk bij Financiën, terwijl de rest van de overheid (met nog vele andere departementen) in staat moet zijn om 7 % besparingen te doen, als de politieke wil aanwezig is. 3. Lagere intrestlasten op de openbare schuld: -2,4 miljard euroEen vlaktaks stimuleert de arbeid en het sparen. Het inkomen wordt niet meer wegbelast, je plukt meer vruchten van de arbeid. Stel dat de verhoogde spaarquote een verlaging van de intrestvoeten met 1 % of zelfs maar 0,5 %, bewerkstelligt. België betaalt jaarlijks meer dan 12 miljard euro intrestlasten op de overheidsschuld van meer dan 280 miljard euro. Een geringe verlaging van de intrestvoet vertaalt zich al vlug in een gevoelige verlaging van de rentelast voor de schatkist. Indien de intrestvoeten met een vijfde zouden dalen, zoals Hall & Rabushka uitrekenden, betekent dit dat België ruim 2,4 miljard euro minder moet betalen aan intrestlasten op de openbare schuld. Dat is een massa geld en bedraagt omgerekend zes keer de opbrengst van de verkoop van de Belgische ambassade in Tokio. Maar de verkoop van de ambassade was een eenmalige operatie. De vermindering van de rentelast is een jaarlijks voordeel voor de schatkist. 4. Afschaffing van de notionele-intrestaftrek: -0,5 miljard euroIn 2006 voerde België de notionele-intrestaftrek in om de discriminatie tussen vreemd en eigen vermogen ongedaan te maken. De intresten van leningen konden de bedrijven immers van hun belastbare basis aftrekken, terwijl de ondernemingen geen vergoeding kregen voor investeringen met eigen middelen. Deze maatregel kost de overheid jaarlijks een half miljard euro, zegt de studiedienst van het ministerie van Financiën. Met de afschaffing van de intrestaftrek voor geleend kapitaal onder de vlaktaks kan ook de notionele-intrestaftrek verdwijnen. Zo bespaart de schatkist een half miljard euro. 5. Afschaffing van subsidies aan bedrijven: -5,5 miljard euroDe vennootschapsbelasting brengt op papier 10 tot 12 miljard euro op voor de schatkist. Dat is op papier. Bedrijven krijgen via subsidies 5,5 miljard euro terug van de overheid. Het is veel transparanter alle kortingen af te schaffen en het algemene tarief te verlagen naar 15 %. Naast besparingen realiseert de vlaktaks van 15 % ook extra inkomsten. 1. Minder fiscale fraude: +6 miljard euroSpecialisten schatten de fiscale fraude in ons land op 40 miljard euro per jaar. Aangezien een vlaktaks van 15 % de effectieve aanslagvoeten minstens halveert, kan je redelijkerwijs aannemen dat ook de belastingontduiking met de helft vermindert tot zo'n 20 miljard euro. Lage tarieven verminderen de neiging tot fraude. Dat betekent dat het bbp met 20 miljard euro stijgt. Met een overheidsbeslag, dat dankzij de vlaktaks daalt naar 30 %, levert deze operatie de schatkist minstens 6 miljard euro op. Dat lijkt veel, maar is in feite een schromelijke onderschatting. Kijk maar naar Ierland en Rusland, waar een substantiële verlaging van de belastingtarieven tot een substantiële stijging van de staatsinkomsten leidde. 2. Meer economische groei: +6 miljard euroLanden met een vlaktaks van 15 % kennen een economische groei van gemiddeld 7 %. Met een bbp van 316 miljard euro en een grondwettelijk beperkt overheidsbeslag van 30 % levert de maatregel in ons land minstens 6 miljard euro (7 % van 316 x 30 %) op. Naast de indirecte belastingen (42 miljard euro), de socialezekerheidsbijdragen (45 miljard euro), de schenking- en successierechten (2 miljard euro) - waar niets aan verandert - levert de vlaktaks ook inkomsten uit personen- en ondernemingsbelasting op. 1. Personenbelasting: 7 miljard euroMet een vlaktaks van 15 % in de personenbelasting worden alle aftrekposten afgeschaft en bedraagt de belastingvrije som 12.500 euro per belastingplichtige. België telt bij benadering 7 miljoen belastingplichtigen (exclusief 1 miljoen zelfstandigen). Dat betekent dat er 75 miljard euro aan persoonlijke inkomsten wordt vrijgesteld. Met een aanslagvoet van 15 % kan de budgettaire kostprijs geraamd worden op 13,125 miljard euro. Door de tariefverlaging kost een hogere belastingvrije som minder aan de schatkist dan voorheen. De inkomsten blijven wel beperkt tot 7 miljard euro. 2. Ondernemingsbelasting: 9 miljard euroIn de ondernemingsbelasting verdwijnen alle belastingverminderingen, inclusief de aftrek van de intresten voor leningen en zonder de echte beroepskosten natuurlijk. Ook het gebruik van subsidies aan de bedrijven wordt definitief stopgezet. Zij verstoren de vrije concurrentie. In de ondernemingsbelasting (voor vennootschappen, zelfstandigen en vrije beroepen) geldt hetzelfde tarief van 15 % als in de personenbelasting, zonder dat betaalde intresten nog aftrekbaar zijn en waarbij investeringen volledig in kosten kunnen worden geboekt. Uiteindelijk zal de vlaktaks nog 9 miljard euro opleveren. 3. Een vermogensrendementsbelasting op aandelen: 2,1 miljard euroInkomsten uit kapitaal blijven toch niet helemaal onbelast. Aansluitend op de vlaktaks van 15 % denken we aan het systeem van een vermogensrendementbelasting naar Nederlands voorbeeld. Volgens de Nationale Bank van België bezitten de Belgen zo'n 360 miljard euro aan aandelen, al dan niet beursgenoteerd. We veronderstellen dat dergelijke participaties jaarlijks 4 % opbrengsten opleveren. Als de banken deze forfaitaire meerwaarden op aandelen aan een vlaktaks van 15 % onderwerpen, levert deze maatregel de schatkist 2,1 miljard euro per jaar op. Uiteindelijk levert de vlaktaks dus voldoende inkomsten op om het huidige uitgavenpatroon te financieren en zelfs de lasten in de sociale zekerheid te verlagen (zie tabel Inkomsten van de vlaktaks). Bovendien is het systeem rechtvaardiger dan het zogenaamde progressieve regime van vandaag. Iedere belastingplichtige geniet ook van een hoger netto besteedbaar inkomen en de economische groei stijgt, waardoor de opbrengsten voor de staat ook toenemen. Ten slotte is de invoering van een vlaktaks het enige middel om de sociale zekerheid en de welvaart voor de toekomst veilig te stellen. (T) WERNER NIEMEGEERS EN ERIC POMPEN. VLAKTAKS. RECHTVAARDIG EN DOELTREFFEND. EEN NIEUW FISCAAL STELSEL VOOR VLAANDEREN? ROULARTA BOOKS, 2008.Door Eric Pompen