Niet alleen in België, maar overal ter wereld staat het bankgeheim onder druk. Banken worden steeds vaker gedwongen om mee te werken aan fiscale onderzoeken tegen hun klanten. Als de belastingadministratie bij een controle vermoedt dat u niet alle informatie over uw vermogen hebt aangegeven, kan ze zich wenden tot uw bank. Maar wanneer moet die gevolg geven aan een vraag om uw bankrekeningen te mogen inzien?
...

Niet alleen in België, maar overal ter wereld staat het bankgeheim onder druk. Banken worden steeds vaker gedwongen om mee te werken aan fiscale onderzoeken tegen hun klanten. Als de belastingadministratie bij een controle vermoedt dat u niet alle informatie over uw vermogen hebt aangegeven, kan ze zich wenden tot uw bank. Maar wanneer moet die gevolg geven aan een vraag om uw bankrekeningen te mogen inzien? Het bankgeheim is ingeschreven in het fiscaal wetboek. Het moet belastingplichtigen beschermen tegen al te nieuwsgierige fiscale controleurs. Toch werd de voorbije jaren steeds meer getornd aan die bescherming. De laatste mijlpaal was de bepaling over het bankgeheim in de Programmawet van 14 april 2011, die van kracht werd op 1 juli 2011. Sinds die datum is het voor de fiscus een stuk gemakkelijker om het bankgeheim van een belastingplichtige op te heffen. De fiscus heeft onlangs een circulaire verspreid, waarin hij zijn visie op die nieuwe regeling heeft vastgelegd. De wet van 14 april 2011 bepaalt dat de fiscus in drie nieuwe gevallen inlichtingen over uw financiën kan inwinnen bij uw bank. Een of meer aanwijzingen van fraudeVoortaan volstaat minstens één aanwijzing van mogelijke fiscale fraude om het bankgeheim te kunnen opheffen. De fraude hoeft niet bewezen te zijn, maar vage gissingen zijn niet voldoende: het moet gaan om een concreet en verifieerbaar element waarop de controleur een gegrond vermoeden van fraude kan baseren. Als de belastingadministratie inzage vraagt in de bankrekeningen van een belastingplichtige, moet ze open kaart spelen en duidelijk zeggen welke aanwijzing(en) ze heeft om een onderzoek in te stellen. De fiscus geeft in zijn circulaire concrete voorbeelden van mogelijke aanwijzingen van belastingfraude (zie kader Aanwijzingen van belastingfraude: de voorbeelden). Taxatie op basis van tekenen en indiciënAls de fiscus een taxatie op basis van tekenen en indiciën wil uitvoeren, kan hij eveneens inlichtingen opvragen bij uw bank. Dat is het geval als u er schijnbaar een hogere levensstandaard op nahoudt dan te verantwoorden is op basis van de inkomsten die u fiscaal hebt aangegeven. Als de fiscus u indiciair wil taxeren en daarvoor inlichtingen wil vragen aan uw bank, moet hij u meedelen op basis van welke gegevens hij zo'n taxatie overweegt. Volgens de fiscus kan de aankoop van een woning of een wagen, belangrijke investeringen of grote bedragen die worden besteed aan beleggingen zo'n vermoeden opleveren. Als u die uitgaven niet kunt verantwoorden met andere inkomstenbronnen - bijvoorbeeld een schenking - zal de fiscus zelf een afrekening maken en u bijkomend belasten op niet-aangegeven inkomsten. Vraag van buitenlandse fiscusHet bankgeheim geldt ook niet langer als belastingadministraties in landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten, of op basis van de Europese Bijstandsrichtlijn, informatie opvragen over rekeningen die hun onderdanen bij de Belgische banken hebben. Zulke verzoeken worden behandeld door de Directie III/1 van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit. De fiscus moet eerst en vooral de informatie opvragen bij de belastingplichtige zelf. Als u zo'n verzoek krijgt en niet binnen de maand antwoordt of als het antwoord niet bevredigend is, kan de fiscus gegevens vragen aan de banken waar u klant bent. Belangrijk is dat de belastingadministratie weet bij welke banken ze daarvoor moet aankloppen. Daarom komt er een centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België. Alle Belgische banken worden ertoe verplicht om de identiteit en de rekeningnummers van hun klanten in dat centrale register in te voeren. Via die weg kan de fiscus onder meer gedetailleerde informatie opvragen over de effectendossiers en de zicht-, de spaar- en de termijnrekeningen die u hebt bij een of meer banken. Goed om te weten is dat niet iedere fiscale controleur een bankonderzoek mag voeren. De controleur moet eerst toestemming vragen aan zijn gewestelijke directeur om informatie over een belastingplichtige op te vragen bij de banken. Bovendien mag de gewestelijke directeur die opdracht alleen toevertrouwen aan een ambtenaar die minstens de graad van inspecteur heeft. De gewestelijke directeur moet vooraf onderzoeken of het eerste onderzoek wel degelijk aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, of dat er voldoende aanleiding is voor een taxatie op basis van tekenen en indiciën. JOHAN STEENACKERSAlle Belgische banken worden ertoe verplicht om de identiteit en de rekeningnummers van hun klanten in een centraal register in te voeren.