Vandaag worden de meeste goederen nog geïdentificeerd met de alomtegenwoordige streepjescode. RFID ( radio frequency identification) belooft echter een aantal technische verbeteringen. Een zogenaamde RFID-tag bestaat uit een kleine computerchip - niet groter dan een zandkorrel - en een compacte antenne. De chip bevat een uniek codenummer voor het artikel waarop het bevestigd is en kan eenvoudige bewerkingen uitvoeren. De antenne, die met de chip is verbonden, zendt zwakke radiogolven uit wanneer de RFID-tag voorbij een speciale lezer komt.
...

Vandaag worden de meeste goederen nog geïdentificeerd met de alomtegenwoordige streepjescode. RFID ( radio frequency identification) belooft echter een aantal technische verbeteringen. Een zogenaamde RFID-tag bestaat uit een kleine computerchip - niet groter dan een zandkorrel - en een compacte antenne. De chip bevat een uniek codenummer voor het artikel waarop het bevestigd is en kan eenvoudige bewerkingen uitvoeren. De antenne, die met de chip is verbonden, zendt zwakke radiogolven uit wanneer de RFID-tag voorbij een speciale lezer komt. Dankzij de radiogolven kan het lezen van de codes een stuk sneller verlopen. Het volstaat dat de tag en de lezer bij elkaar in de buurt komen, er is geen visueel contact nodig zoals bij streepjescodes. De maximale leesafstand is meestal vijftien meter. Op die manier kunnen ook meerdere tags tegelijk uitgelezen worden. Passeert een volgeladen pallet voorbij een lezer - meestal ingewerkt in een poortje - dan reageren alle tags die zich op de pallet bevinden op het radiosignaal van de lezer. Die ontvangt dus in een fractie van een seconde de codenummers van tientallen of zelfs honderden producten. RFID-tags zorgen ook voor tweerichtingsverkeer. De minuscule chips kunnen immers niet alleen gelezen maar ook beschreven worden. Zo kunnen ze bijhouden wanneer en waar ze de verschillende stappen in de logistieke keten zijn gepasseerd. Omdat streepjescodes meestal verwerkt zitten in een productverpakking, krijgen twee blikjes cola steeds dezelfde code mee. Bij RFID ligt dat anders: daar wordt elke chip voor het verlaten van de fabriek voorzien van een eigen, uniek codenummer. Een verpakking van zes blikjes telt dus zes codenummers. Het uitwisselen van codenummers tussen tags en lezers is natuurlijk geen doel op zich. De techniek wordt pas echt bruikbaar wanneer hij gecombineerd wordt met een aantal andere bouwstenen. Technologiefabrikanten hebben het dan ook over een RFID-netwerk dat zowel technische als zakelijke elementen bevat. Tot die laatste categorie behoort de Electronic Product Code (EPC), een wereldwijde standaard die bepaalt hoe de codenummers van RFID-tags geïnterpreteerd moeten worden. Bovendien kan de EPC gekoppeld worden aan een databank die producenten en distributeurs toelaat informatie uit te wisselen. Elke individuele eenheid krijgt een eigen fiche in de databank, waarop de producent bijvoorbeeld de datum en plaats van productie en - in het geval van verswaren - de houdbaarheidsdatum noteert. Die informatie is op die manier onmiddellijk beschikbaar op het verkooppunt. Omgekeerd kan een distributeur bijvoorbeeld aangeven voor welke prijs en op welke datum het product uiteindelijk verkocht werd, zodat de fabrikant deze gegevens kan raadplegen voor marketingdoeleinden. De technische mogelijkheden van RFID doen sommigen dromen. Zo presenteerde Cisco op een jaarlijkse bijeenkomst de doe-het-zelfwinkel van de toekomst, propvol RFID-tags en -lezers. Centraal in zo'n scenario staat de klantenkaart die - uiteraard - zelf ook een RFID-tag bevat. Daardoor worden bezoekers aan de winkel niet alleen met hun naam begroet zodra ze de ingang passeren, maar krijgen ze ook direct informatie voorgeschoteld over bestellingen die ze bijvoorbeeld via het web geplaatst hebben. Met hetzelfde gemak worden alle aangekochte goederen aan de kassa herkend en wordt het totale bedrag afgerekend via de kredietkaart. Leuk voor de haastige shopper, en volgens Cisco ook een goede zaak voor de winkelier. Die kan met een minimum aan personeel een maximum aan service bieden en zo klanten aan zich binden. De grootste ontnuchtering voor wie dit soort winkelervaring wel ziet zitten: het zal volgens onderzoeksbureau IDC nog minstens tien jaar duren voor het gebruik van RFID-tags op individuele artikelen echt van de grond komt en dit soort diensten mogelijk worden. Ondertussen gebeuren er wel implementaties achter de schermen (zie kader: RFID in België), binnen de logistieke keten zelf dus en bijvoorbeeld per pallet of verpakking. Dat levert op zich al een fikse besparing op, omdat het lezen van de gegevens voortaan veel sneller en zonder specifieke menselijke interventie kan gebeuren. Het nodigt bovendien uit om vaker gegevens te verzamelen, zodat je een beter zicht krijgt op de goederenstroom. Vooral Amerikaanse producenten maken vandaag gebruik van RFID-tags, al is dat niet altijd op eigen initiatief. Zo verplicht supermarktgigant Walmart zijn grootste partners om hun producten van RFID-tags te voorzien. Ze beperken zich echter tot slap and ship: opplakken en verzenden. Van het uitwisselen van informatie of het analyseren van gegevens is voorlopig geen sprake. Het Duitse Metro - wereldwijd de nummer drie en in ons land aanwezig via Inno en Mediamarkt - legt gelijkaardige eisen op. Daarnaast experimenteert men in Rheinberg, een stadje in het Ruhrgebied, met een aantal RFID-mogelijkheden in de winkel zelf. Vaak gaat het om marketingtoepassingen, al is er bijvoorbeeld ook aandacht voor beveiliging. Verlaat men de winkel met een RFID-code die in de databank niet geassocieerd wordt met een betaald product, dan gaat het om diefstal, moeilijker is het niet. RFID kan ook een uitkomst bieden wanneer producten teruggeroepen moeten worden, bijvoorbeeld bij besmette voeding. Houdt een fabrikant in een databank bij welk artikel wanneer geproduceerd werd, dan kan hij zijn verkooppunten een lijst bezorgen van producten die niet verkocht mogen worden. Technisch is het dan vrij makkelijk om kassa's zo te programmeren dat ze bij het verschijnen van een van deze codes alarm slaan. Dat betekent minder interventie van het personeel en een grotere nauwkeurigheid, zodat minder producten 'preventief' uit de handel genomen moeten worden. Het feit dat RFID-chips beschrijfbaar zijn, zien sommigen als een ideale manier om op de tag zelf informatie op te slaan over bijvoorbeeld de koudeketen die door het product doorlopen werd. Verwacht wordt dat RFID zal toelaten zonder veel bijkomende kosten te voldoen aan een aantal strenge wettelijke voorwaarden. De combinatie van RFID en slimme software moet zelfs zorgen voor het nirvana van de distributeur: een brede keuze aanbieden zonder daarom veel stock aan te houden. Als een handelaar zeer precies weet welke producten waar en wanneer verkocht worden, kan hij zijn aankooppolitiek erop afstellen en nagenoeg just in time zijn voorraden aanvullen. Volgens cijfers van EPC Global, de organisatie die instaat voor de EPC-codes, zouden distributeurs wereldwijd op die manier bijna 260 miljard euro per jaar kunnen besparen. Hoewel RFID nog kampt met een aantal technische problemen - de accuraatheid van de lezingen is bijvoorbeeld nog niet hoog genoeg - is de grootste rem eerder van psychologische aard. De voordelen voor een distributeur zijn immers significanter naarmate de kleine chips ingebed worden in een groot netwerk van gegevensstromen binnen de eigen onderneming en tussen zakenpartners. Met andere woorden: wie vandaag zijn eerste stapjes zet op het vlak van RFID, moet mogelijk nog jaren wachten voordat de meeste voordelen zichtbaar en meetbaar worden. Zelfs een sectorgigant als Walmart heeft zijn leveranciers nog niet echt kunnen overtuigen. RFID vereist een zekere toekomstvisie en langetermijndenken die hyperconcurrentiële distributiebedrijven niet altijd even goed ligt. Die afwachtende houding ligt ook aan de basis van het prijzenprobleem van RFID. Momenteel kost een standaardtag naar schatting tussen 25 en 40 eurocent. Een peulenschil wanneer hij aangebracht wordt op een duur televisietoestel, maar belachelijk veel als hij moet dienen om een colablikje te identificeren. Naarmate de verkoop ervan toeneemt, zal de prijs automatisch zakken, al hebben chipfabrikanten ongetwijfeld ook nog een aantal innovaties in petto die de prijzen kunnen drukken. Sectorspecialisten menen dat RFID pas echt op grote schaal zal worden ingezet wanneer het aanbrengen ervan niet meer kost dan "enkele tienden van een eurocent". Pas dan zijn voordelen en kostprijs met elkaar in evenwicht. Raphael CockxDe combinatie van RFID en slimme software moet zorgen voor het nirvana van de distributeur: een brede keuze aanbieden zonder veel stock aan te houden. De voordelen zijn significanter als de chips worden ingebed in een netwerk van gegevensstromen tussen zakenpartners.