Het aantal faillissementen is in 2014 voor het eerst in tien jaar gedaald. De terugloop is zelfs significant: -7,6 procent. Na het record van 2013 (11.533 faillissementen) zit het aantal weer op het niveau van 2012, toen 10.401 ondernemingen de boeken neerlegden. Op zich is dat uitstekend nieuws. Maar betekent die terugval ook dat onze economie aan de beterhand is? Dat is allesbehalve zeker, blijkt uit de cijfers die het financiële-informatiebureau B-Information exclusief voor Trends verzamelde.
...

Het aantal faillissementen is in 2014 voor het eerst in tien jaar gedaald. De terugloop is zelfs significant: -7,6 procent. Na het record van 2013 (11.533 faillissementen) zit het aantal weer op het niveau van 2012, toen 10.401 ondernemingen de boeken neerlegden. Op zich is dat uitstekend nieuws. Maar betekent die terugval ook dat onze economie aan de beterhand is? Dat is allesbehalve zeker, blijkt uit de cijfers die het financiële-informatiebureau B-Information exclusief voor Trends verzamelde. In 2014 werden vooral micro-ondernemingen getroffen door een faillissement -- voornamelijk ondernemers die alleen werken en kleinhandelaars die geen loontrekkenden in dienst hebben. Een groot aantal is actief in de handel en de autoherstelling (2750 faillissementen in 2014), de horeca (2000 faillissementen) en de bouw (2035 faillissementen). Het goede nieuws is dat veel minder van die kleine ondernemers over de kop gingen dan in 2013. In de categorie van de micro-ondernemingen is de daling aanzienlijk: -23,6 procent. Vanwaar die substantiële afname? Pascal Flisch van B-Information heeft drie verklaringen: "In de eerste plaats worden er minder ondernemingen opgestart. Daardoor daalt het aantal faillissementen bijna als vanzelf. Vervolgens zijn de banken sinds de crisis voorzichtiger geworden om financiële steun aan starters te geven. Dat ontmoedigt sommige ondernemers met zwakke projecten en bevordert de opkomst van starters met een sterkere rug. En ten slotte is het aantal faillissementen de voorbije jaren sterk gestegen. Er heeft dus al een grote zuivering plaatsgevonden. De ondernemingen die dat hebben overleefd, zijn van steviger allooi. Zij worden beter gemanaged en zijn minder vatbaar voor een faillissement." Er is dus reden tot optimisme, ondanks de aanhoudende crisissfeer. De kleine eenmanszaken die na de schok van 2008 het hoofd boven water konden houden, zijn wellicht het beste gewapend om ook de komende jaren stand te houden. Er is zelfs hoop dat die micro-ondernemingen erin slagen te groeien en banen te creëren. Maar dat goede nieuws verbergt ook een andere, meer sombere realiteit. Zoals gezegd, is de daling van het aantal faillissementen vooral een gevolg van de spectaculaire afname van het aantal faillissementen van micro-ondernemingen. Voor andere bedrijfscategorieën geldt net het omgekeerde. In 2014 legden bijna 2000 ondernemingen met minder dan 200 werknemers de boeken neer. Dat is maar liefst tien keer meer dan in 2013 -- een ware explosie, die niet meer vertoond is sinds 2008 (zie grafiek). De faillissementen van kleine bedrijven en kmo's vertegenwoordigen minder dan 20 procent van het totaal, maar de impact ervan op de werkgelegenheid en de economie is vernietigend. Als we uitgaan van de hypothese dat in elke onderneming gemiddeld zeven banen werden getroffen, hebben die 2000 faillissementen geleid tot het verlies van 12.500 banen. Dat komt overeen met vijf herstructureringen zoals die bij Delhaize. Ter vergelijking: 2013 werd afgesloten met een verlies van ongeveer 950 banen uit 200 faillissementen van ondernemingen die minstens één werknemer telden. Ondanks de terugval van het totale aantal faillissementen in 2014 was de weerslag op de werkgelegenheid dus dramatisch. De aanzienlijke toename van het aantal faillissementen van ondernemingen die werkgelegenheid scheppen, is tegelijk ook een alarmsignaal over de toestand van onze economie. "De faillissementen onder de ondernemingen zonder personeel zijn uiteraard dramatisch voor de betrokkenen. Maar ze hebben minder impact op het economische weefsel dan de faillissementen van ondernemingen met personeel", merkt Flisch op. België is een land van kmo's. Slechts 0,40 procent van de actieve ondernemingen heeft meer dan 100 mensen in dienst. De overgrote meerderheid van de Belgische ondernemingen zit onder die grens. Volgens de cijfers van B-Information worden net die ondernemingen volop getroffen door de crisis die sinds 2008 aanhoudt. "Het hart van onze economie wordt getroffen. Als het economische weefsel van zeer kleine ondernemingen en kmo's verzwakt, heeft dat een verwoestend effect op de hele keten", legt Flisch uit. "Gaat een onderneming met drie werknemers over de kop, dan worden drie gezinnen getroffen, leveranciers niet langer betaald en klanten niet meer bevoorraad." Een vicieuze cirkel. Maar waarom doet die schok zich precies in 2014 voor, terwijl de crisis toch al sinds 2008 woekert? Flisch heeft daar een verklaring voor: "Na zes crisisjaren zijn de marges in heel wat ondernemingen weggesmolten. Ze hebben geen reserves meer en sommige hebben de omwenteling van hun markt niet goed verwerkt." Kortom, ze hebben zich vijf jaar lang kranig gehouden, maar beginnen nu te kraken. De crisis van 2008 was een tijdbom voor de Belgische economie. Dreigt die verontrustende trend zich in de komende jaren voort te zetten? Er zijn helaas redenen om dat aan te nemen. Het volstaat te kijken naar de cijfers van het aantal ondernemingen dat een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie heeft gedaan. Die procedure, die vervat zit in de wet op de continuïteit van ondernemingen (WCO), is erop gericht ondernemingen in moeilijkheden te redden. Zoals bij de faillissementen was ook hier in 2014 een dalende tendens te merken (-27 %), meer bepaald door een aanpassing van de toelatingsvoorwaarden voor een procedure van gerechtelijke reorganisatie. En net zoals bij de faillissementen heeft die daling voornamelijk betrekking op micro-ondernemingen: in 2014 deden nog slechts 306 onder hen een beroep op de WCO, tegenover 842 in 2013. Ondernemingen met personeel vallen daarentegen veel vaker terug op de WCO (zie grafiek): 688 in 2014, 520 in 2013. Het probleem is dat die bedrijven broos zijn. Zes op de tien ondernemingen die een gerechtelijke reorganisatie aanvragen, gaan binnen de twee jaar failliet. Een toename van het aantal ondernemingen met personeel dat een gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, dreigt de komende jaren dus automatisch te leiden tot een verhoging van het aantal faillissementen onder die ondernemingen. De negatieve spiraal is nog lang niet gestopt. GILLES QUOISTIAUXDe crisis van 2008 was een tijdbom voor de Belgische economie. In 2014 legden bijna 2000 ondernemingen met minder dan 200 werknemers de boeken neer. Dat is maar liefst tien keer meer dan in 2013.