Op 13 februari vond in de sobere lokalen van de Cercle Gaulois, niet ver van het Europees Parlement in Brussel, een discrete vergadering plaats van een handvol zorgvuldig uitgekozen mensen. De Société royale d'économie politique de Belgique had Peter Praet, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, uitgenodigd voor de lunch.
...

Op 13 februari vond in de sobere lokalen van de Cercle Gaulois, niet ver van het Europees Parlement in Brussel, een discrete vergadering plaats van een handvol zorgvuldig uitgekozen mensen. De Société royale d'économie politique de Belgique had Peter Praet, de hoofdeconoom van de Europese Centrale Bank, uitgenodigd voor de lunch. In zorgvuldig gekozen bewoordingen, typisch voor een centrale bankier, zette hij een uur lang zijn visie op de economische vooruitzichten van de eurozone uiteen. Aan het einde van zijn uiteenzetting regende het vragen. Maar het werd muisstil toen uiteindelijk de vraag der vragen viel: wordt de eurozone bedreigd door deflatie? Peter Praet draaide handig om de pot, vermeed de gevoeligste punten en gaf uiteindelijk in één enkele zin toe dat het uiterst lage inflatiepeil in de eurozone toch wat problematisch begint te worden... Geen enkele keer tijdens de twee uur durende vergadering nam de afgezant van de ECB het woord 'deflatie' in de mond, een verachtelijk woord voor een vertegenwoordiger van een instelling die van de strijd tegen het inflatiemonster de alfa en de omega van haar beleid heeft gemaakt. Maar toch wordt het oude continent bedreigd door dat verderfelijke en geniepige kwaad. "Het risico is uiterst groot", zegt Olivier Blanchard, de hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds. Over de definitie van deflatie bestaat naar goede gewoonte geen eensgezindheid, maar over het mechanisme wel. Zodra de gezinnen verwachten dat de prijzen zullen krimpen, stellen ze hun aankopen uit. Dat doet de voorraden van de ondernemingen zwellen en dwingt hen ertoe hun productie en hun verkoopprijzen te verlagen. Dat brengt een vicieuze spiraal op gang (zie grafiek Een duivelse spiraal). In de hedendaagse economische geschiedenis is dat geen zeldzaam fenomeen (zie kader Een plaag van alle tijden). Zou het kunnen dat de wereld stilaan overschakelt naar een nieuw model, een weinig aantrekkelijke mengeling van zwakke groei en onbestaande inflatie? De jonge Franse econoom Pierre Sabatier, die een uitvoerige studie wijdde aan de kwestie, denkt van wel. De vergrijzing is volgens hem de voornaamste reden. "Deflatie is de overwinning van de rentenier en de nederlaag van de investeerder." Zijn collega Véronique Riches-Flores komt op basis van honderden statistische reeksen tot dezelfde conclusie. Van de tachtig grootste landen hebben er veertig een inflatie tussen 0 en 2 procent. Een jaar geleden waren dat er nog maar dertig. Vooral Europa ziet de inflatie wegsmelten. In de eurozone zakte de inflatie in februari naar amper 0,8 procent, het laagste peil sinds de winter van 2009, in het diepst van de crisis. In Griekenland en Cyprus, twee landen die nog altijd aan de zuurstoffles liggen, dalen de consumptieprijzen en in Spanje neigt de inflatie naar de fatale nul (zie grafiek Prijzen stijgen nog nauwelijks) Op het eerste gezicht is dat goed nieuws voor de consument. Nu zijn loon nog nauwelijks stijgt, zorgt een nauwelijks bestaande inflatie ervoor dat zijn koopkracht op peil blijft. Beter nog: in verschillende sectoren is een prijzenslag uitgebroken. Denk aan de distributiesector, die met al dan niet tijdelijke kortingen zo veel mogelijk mensen naar zijn winkels probeert te lokken. "20 procent van de verkoop van producten voor massaconsumptie gebeurt onder de vorm van aanbiedingen, tegenover 12 procent voor de crisis", stelt Laurent Zeller, de algemeen directeur van het onderzoeksbureau Nielsen. In haar wedloop naar lagere prijzen heeft de grootdistributie al een deel van de landbouw- en voedingsnijverheid platgewalst. "In de telecomsector wonen we live een cursus marxistische economie bij. De operatoren ondergaan en voeden de daling van hun winstmarges. Op termijn is het de factor arbeid, de loontrekkende dus, die het gelag moet betalen", analyseert Dominique Roux, econoom en gewezen lid van de Franse telecomregulator. Niet alleen de diensten worden goedkoper. Ook de industrie voelt de deflatoire druk toenemen. Heel wat onderaannemers, die nochtans gewend zijn aan de muggenzifterij van hun opdrachtgevers, zitten op de knieën. "De autoconstructeurs hebben de druk nog opgevoerd door in hun leveringscontracten kortingen van 1,5 tot 3 procent per jaar in te schrijven. We hebben geen andere keuze dan die druk af te leiden naar onze leveranciers", klaagt een kaderlid van een grote fabrikant van onderdelen. Wat is de grootste nachtmerrie van een bedrijfsleider? Zijn krenterige bankier? Werknemers die almaar meer loon vragen? Niets van dat alles. Hij vreest vooral dat zijn machines, waar hij veel geld heeft in gestopt, tot stilstand komen omdat de bestellingen uitblijven. Gelet op de statistieken, moet een aantal Europese bedrijfsleiders wel heel woelige nachten doormaken. In bijna de hele verwerkende nijverheid stapelt de overcapaciteit zich op. In de raffinage, de elektrische uitrusting en het textiel draaien de ateliers en fabrieken op 76 procent van hun capaciteit. Voor de crisis was dat bijna 80 procent (zie grafiek De machines draaien minder). In die omstandigheden houden die sectoren zich vooral bezig met de vrijwaring van de werkgelegenheid, het behoud van wat ze hebben, niet met investeringen in de toekomst. Vertraagde productie, plannen die niet uitgevoerd worden,... Het zijn de eerste ijskristallen die de grote deflatoire koudegolf aankondigen. Ondanks de zeer lage intresten verlenen de banken almaar minder krediet aan gezinnen en ondernemingen; de daling is ongeveer 1 procent per jaar in Europa (zie grafiek Banken geven minder kredieten). "De echte breuk ontstaat als de banken wegens het risico op faillissementen niet meer willen of kunnen lenen, zelfs niet aan de meest veelbelovende ondernemingen", zegt Eric Dor, professor aan de IESEG School of Management in Rijsel. De Europese Centrale Bank (ECB) doet ondertussen of haar neus bloedt. Nieuwe monetaire versoepelingen blijven uit, en voorzitter Mario Draghi blaakt van zelfzekerheid. Hij noemt de eurozone een "oase van stabiliteit". Ontkenning van de realiteit of publieke bekentenis van onmacht om te handelen? Véronique Riches-Flores, hoofdeconoom van Société Générale, schatert het uit: "De inflatievooruitzichten van de ECB voor 2014 zijn buitensporig optimistisch, om niet te zeggen uit de lucht gegrepen. Om ze te halen, moet het maandelijkse stijgingstempo van de prijzen in de eurozone praktisch tien keer sneller verlopen dan verleden jaar." Haar collega bij Barclays, Philippe Gudin de Vallerin, voegt eraan toe: "Mario Draghi is ervan overtuigd dat de uitgangshypothese voor de inflatie nog positief is. Dat is fout: zowat overal haakt de inflatie af." Als de dreiging nog groter wordt, kan de ECB natuurlijk een negatieve depositorente opleggen aan de banken. Zo bestraft ze de banken die hun liquide middelen veilig wegbergen op de rekeningen van de ECB, in plaats van kredieten te verlenen. Tot nu toe is daar echter geen sprake van. "De enige doeltreffende methode is geld pompen in de economie door massaal openbare schulden op te kopen, zoals de Federal Reserve of de Bank of England dat gedaan hebben", betoogt Patrick Artus, directeur economische studies bij Natixis. Het probleem is dat de 'wijzen' van het Duitse Grondwettelijk Hof daar hoogstwaarschijnlijk hun veto over zullen uitspreken. Misschien weigert Draghi daarom zo hardnekkig te spreken van deflatie, simpelweg omdat hij niet over de middelen beschikt om de rechters van repliek te dienen. Een gedwongen ontkenning, met andere woorden. John Maynard noemde inflatie "de euthanasie van de rentenier". Deflatie doet net het omgekeerde: ze wurgt de schuldenaars. Tijdens de Grote Depressie maakte Irving Fisher, de Amerikaanse confrater van Keynes, een grondige studie van dat duivelse mechanisme. Als de prijzen en de lonen dalen, lijken de maandelijkse afbetalingen van de gezinnen en van de staten met schuldenlast zwaarder te worden. Aan de bedragen verandert er weliswaar niets, maar ze nemen wel toe ten opzichte van het inkomen. "In deflatoire omstandigheden kunnen landen nooit hun schuldenlast afbouwen", stelt Dor vast. En inderdaad, de verhouding schulden/bbp -- die de Europese Commissie van nabij volgt -- daalt niet in de Zuid-Europese landen. Spanje, Portugal en Griekenland mogen dan nog hun begrotingen uitzuiveren, hun ambtenaren droogleggen, hun sociale zekerheid op dieet zetten, niets helpt. Die 'duivelse logica' is ook nefast voor de gezinnen: onder het juk van een niet te vullen schuldenput verkopen ze in het beste geval hun aandelen en in het slechtste geval hun huizen. Zo zwengelen ze de prijsdaling aan ten koste van hun buren. En dan sluiten de kaken van de deflatie zich over iedereen. FRANCK DEDIEU EN BÉATRICE MATHIEU, L'EXPANSION"Deflatie is de overwinning van de rentenier en de nederlaag van de investeerder" Vertraagde productie, plannen die niet uitgevoerd worden,... Het zijn de eerste ijskristallen die de grote deflatoire koudegolf aankondigen.