Het debacle van Option op de beurs toont opnieuw hoe moeilijk het is voor een Vlaams technologiebedrijf om de verwachtingen van de belegger te controleren. De firma van Manager van het Jaar Jan Callewaert is een nichespeler met een goed businessmodel en een goede uitvoering. Maar het is ook een kwetsbaar bedrijf, een one product company, even afhankelijk van zijn datakaarten als Club Brugge van Bosko Balaban. En dan is vertrouwen in de bedrijfscommunicatie cruciaal.
...

Het debacle van Option op de beurs toont opnieuw hoe moeilijk het is voor een Vlaams technologiebedrijf om de verwachtingen van de belegger te controleren. De firma van Manager van het Jaar Jan Callewaert is een nichespeler met een goed businessmodel en een goede uitvoering. Maar het is ook een kwetsbaar bedrijf, een one product company, even afhankelijk van zijn datakaarten als Club Brugge van Bosko Balaban. En dan is vertrouwen in de bedrijfscommunicatie cruciaal. Option probeert zich te differentiëren door zoveel mogelijk communicatiestandaarden op zijn kaarten te zetten. Zolang die standaarden elkaar snel genoeg opvolgen, werkt die strategie. Maar Option controleert dat proces niet. En zodra het tempo slabakt en de technologie rijp wordt, komen de grote jongens in de markt. De datakaarten worden inbouwmodules en later helemaal onderdeel van het pc-ontwerp. In die fase is Option de zwakkere partner. Ook aan de vraagzijde zijn er beperkingen. De datakaarten van Option zitten vrijwel uitsluitend in de laptops van mobiele managers. De Europese gsm-operatoren melken hun zakelijke datagebruikers tot de laatste bit, vooral als ze ook in het buitenland via het gsm-net willen surfen. Dat beperkt de potentiële afzet van Option. E-mail is een kernbehoefte van de mobiele manager, maar die kiest voor Blackberry en andere pda's, niet voor zijn laptop. In zo'n risicovolle omgeving is het vertrouwen van de belegger in Jan Callewaert cruciaal. En hier zit het dilemma. Voor de koers van Option is Jan Callewaert wat Ben Bernanke is voor de Amerikaanse rente. Hij moet tegelijk optimisme inspireren en de trend duiden. Die kunst wordt moeilijker naarmate de beurs zich verder verwijdert van de realiteit. Tien maanden geleden vertelde Jan Callewaert in Trends dat hij zijn omzet twaalf tot achttien maanden vooruit kon voorspellen. Vandaag lijkt het eerder dat hij twaalf tot achttien dagen bedoelde. Aan ons zusterblad Cash vertelde hij in een tête-à-tête op 8 september dat Option in 2006 meer winstgevende datakaarten zou verkopen dan algemeen verwacht (1,8 miljoen) en dat de markt voor datamodules - het substitutieproduct met lagere marges - trager zou aantrekken dan voorspeld. Hij zei ook dat hij zijn doel van 500 miljoen euro omzet vóór eind 2008 zou halen - vroeger dan verwacht. Het interview verscheen op 28 september, de dag dat het Optionaandeel kelderde van ongeveer 22 tot 16 euro. In de 48 uur voordien was bekend geraakt dat NTT Docomo voor Motorola had gekozen en dat Nokia met Intel zou werken. Een overreactie van de beurs, vertelde Jan Callewaert, die op 15 september op een roadshow in Parijs nog aan zijn omzetverwachting vasthield. De lagere koers leek een opportuniteit en Cash gaf een koopadvies, dat verscheen op 5 oktober, precies de dag dat Option waarschuwde dat de omzet niet 360 maar slechts ongeveer 300 miljoen euro zou zijn in 2006. Het aandeel viel prompt tot onder 10 euro. In 2000-2002 verspeelde Jan Callewaert alle beleggersvertrouwen door een dozijn opeenvolgende winstwaarschuwingen. Toen hij zijn bedrijf dan toch uit de crisis haalde, werd hij op de handen gedragen. Nu de marktevolutie Option opnieuw in moeilijker vaarwater brengt, is de vraag of het voluntarisme dat Option redde, niet opnieuw zijn ergste vijand wordt. Bruno Leijnse