De waarheid is enigszins anders. Het rapport van beide revisoren was besteld door toenmalig eerste substituut Felix De Mond tijdens het vooronderzoek rond de videoketen in 1990 en werd later bij een gerechtelijk onderzoek naar de aandelenhandel van Superclub gevoegd. Dit onderzoek kwam voor de Antwerpse raadkamer eind januari 1995. Het parket vroeg de vervolging van De Prins, maar de raadkamer verwierp de eis. Hoe dan ook kon De Prins dit verslag van De Weerdt en Van der Steen al in 1994 kopiëren. Dat de advocaten dit revisorenverslag pas nu "per toeval" in handen kregen, is daarom niet geloofwaardig. Bovendien was het rapport ...

De waarheid is enigszins anders. Het rapport van beide revisoren was besteld door toenmalig eerste substituut Felix De Mond tijdens het vooronderzoek rond de videoketen in 1990 en werd later bij een gerechtelijk onderzoek naar de aandelenhandel van Superclub gevoegd. Dit onderzoek kwam voor de Antwerpse raadkamer eind januari 1995. Het parket vroeg de vervolging van De Prins, maar de raadkamer verwierp de eis. Hoe dan ook kon De Prins dit verslag van De Weerdt en Van der Steen al in 1994 kopiëren. Dat de advocaten dit revisorenverslag pas nu "per toeval" in handen kregen, is daarom niet geloofwaardig. Bovendien was het rapport in Hasselt niet verdwenen, maar zat het in Antwerpen in de kelder van het gerechtshof stof te verzamelen. Het Hasseltse gerecht had slechts een kopie gekregen. Voorts kan moeilijk worden gesteld dat dit revisorenverslag De Prins vrijspreekt. Het is slechts gebaseerd op het onderzoek van enkele jaarrekeningen en het prospectus over de verhuis van Superclub naar Zwitserland begin 1991. Ook stelt het verslag vragen bij de interne aandelenhandel, de dubieuze vorderingen, het activeren van kosten om winstcijfers te kunnen boeken. Van der Steen en De Weerdt opperden voorzichtig te zijn met Superclub, onder meer wegens de massa immateriële activa, de intergroepsfinanciering en de ondoorzichtige structuur.Een volgende pleidooidag vonden de advocaten van De Prins weer andere "ontbrekende" stukken. Nu eisten zij dat niet alleen het hele Antwerpse onderzoek naar de aandelenhandel bij de huidige zaak en het prospectus van Superclub zou worden gevoegd, maar ook de stukken die toen bij het aandelenonderzoek in beslag waren genomen. Die stukken waren al aan de rechtmatige eigenaar terugbezorgd. De advocaten eisten bijvoorbeeld inzage in een waardering van Superclub door de toenmalige Kredietbank. De waardering werd regelmatig bijgewerkt en er zitten versies in het dossier over het prospectus en Kempense Steenkoolmijnen ( KS). Een van de advocaten van De Prins citeerde er trouwens uitvoerig uit. Het luide protest over achtergehouden stukken heeft dan ook alles weg van de klassieke sfeerschepperij door de advocaten.Dubieus revisorenverslagDe Prins heeft intussen bij de revisor Ghislenus Bats een verslag besteld over de financiële toestand van Superclub op 28 november 1989, toen De Prins zijn 900.000 aandelen Superclub aan KS verkocht. Dat verslag is nu in Antwerpen neergelegd. Bats schrijft dat hij, bij gebrek aan een tussentijdse balans per 28 november 1989, de jaarrekening per 31 januari 1990 heeft bekeken, dus nadat het geld van KS was gebruikt om bij Superclub winst te toveren. Weinig logisch. Had hij bovendien belangrijke financiële parameters als de thesauriepositie en het gemiddeld aantal kredietdagen voor klanten en leveranciers bekeken, dan had hij de puinhoop bij Superclub meteen gezien. Merkwaardig is ook dat Bats zegt geen weet te hebben van geprotesteerde wissels of dagvaardingen tot betaling. Toch is bekend dat er tot eind 1989 bij de groep in totaal twaalf geprotesteerde wissels en zeventien dagvaardingen door de RSZ waren. Dit rapport is een weinig bruikbaar document voor de verdediging. Willy Van DammeHet luide protest over achtergehouden stukken heeft alles weg van sfeerschepperij.