Brazilië is de elfde olieproductent ter wereld, maar tegen 2020 hoopt het door te stoten tot de top vijf. Daarvoor rekent het op de pré-salolievelden die in 2007 voor zijn kust gevonden zijn. Het gaat om diepgelegen zoutlagen uit de krijttijd die petroleum ingesloten houden in rotsen ( pré-sal betekent zoveel als 'onder het zout'). De Braziliaanse presidente Dilma Rousseff ziet in de vondst een bewijs dat 'God Braziliaans' is.
...

Brazilië is de elfde olieproductent ter wereld, maar tegen 2020 hoopt het door te stoten tot de top vijf. Daarvoor rekent het op de pré-salolievelden die in 2007 voor zijn kust gevonden zijn. Het gaat om diepgelegen zoutlagen uit de krijttijd die petroleum ingesloten houden in rotsen ( pré-sal betekent zoveel als 'onder het zout'). De Braziliaanse presidente Dilma Rousseff ziet in de vondst een bewijs dat 'God Braziliaans' is. Voor de pré-sals ontdekt werden, bedroegen de aangetoonde en vermoedelijke reserves van het land samen 20 miljard vaten. Voorzichtige schattingen voor de ontginbare pré-salolie gewagen van 50 miljard vaten. Dat is iets minder dan alles wat onder de Noordzee ligt, allemaal in de wateren van één land. Optimisten verwachten zelfs dat er drie keer meer bovengehaald kan worden. Dankzij de vondst kan Brazilië olie exporteren. De eerste lading pré-salolie is in mei vorig jaar naar Chili verscheept. De Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras haalt per dag 100.000 vaten op uit de diepe zoutlagen. Een derde daarvan komt van de opmerkelijk productieve Lula-testput (zie kaart). Petrobras verwacht dat het tegen het einde van dit decennium 4,9 miljoen vaten per dag zal oppompen uit de Braziliaanse olievelden, waarvan 40 procent afkomstig van de pré-sals, en dat het daarvan 1,5 miljoen vaten zal kunnen exporteren. De mogelijke struikelstenen zijn evenwel legio. De sleutel tot het succes van de pré-sals is in handen van de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras. De oudere offshorevelden van de maatschappij zijn al groot genoeg om in te staan voor 22 procent van de wereldwijde diepwaterproductie. Met de pré-sals moet ze de nodige knowhow kunnen vergaren om ook wereldleider te worden in 'ultradiepe' boringen. Maar enorme, technisch veeleisende projecten vertonen overal in de wereld de neiging om over tijd en boven budget te lopen. De Braziliaanse pré-salolie bevindt zich 4500 meter onder de zeebodem op een plek waar de zee 2000 meter diep is. Het gaat om een uitzonderlijke technische uitdaging en dat niet alleen wegens de diepte. Omdat de zoutlagen verschuiven tijdens de boringen zijn nieuwe seismische technieken nodig om na te gaan wat er zich onder de zee afspeelt. De opgepompte aardolie heeft bovendien een hoge temperatuur en ze is vermengd met corrosieve gassen. De tientallen vlottende productieplatforms die voor de ontginning nodig zijn, zullen elk miljarden dollars kosten en moeten buitengewoon ver van de kust worden gesleept. Er moet ook in massa's tussenstations voorzien worden voor de helikopters die het personeel vervoeren. Om het gas af te voeren, moeten lange pijpleidingen op de zeebodem gelegd worden. Sergio Gabrielli, de voorzitter van Petrobras, heeft er al voor gewaarschuwd dat maatregelen genomen moeten worden, niet alleen door Petrobras, maar ook door de regering en het leger, om voorbereid te zijn op een catastrofe. Pedro Cordeiro van de consultant Bain & Company zegt dat de ontwikkeling van de pré-sals daarmee in termen van nationaal engagement op een vergelijkbaar niveau komt als het Amerikaanse Apollo-maanprogramma. In werkelijkheid zal het zelfs een flink pak duurder worden. Apollo kostte toen enkele procenten van het jaarlijkse bbp van de Verenigde Staten. Tien jaar doorgedreven ontwikkeling van de pré-sals kan een biljoen dollar kosten, of ongeveer de helft van het Braziliaanse bbp in 2010. Petrobras zal het leeuwendeel van de investeringen op zich nemen. Vorig jaar haalde het 25 miljard dollar in cash op. In de komende jaren gaat het nog eens 47 miljard dollar lenen en er zijn plannen om voor 14 miljard dollar aan activa te verkopen. De maatschappij is nu al betrokken bij bijna 700 projecten, meestal in verband met pré-sals, die elk meer dan 25 miljoen dollar kosten. En er zijn plannen om tussen 2011 en 2015 voor 224 miljoen dollar kapitaalinvesteringen te doen. Petrobras beweert dat het binnen de tien jaar een grotere onderneming zal worden dan Exxon Mobil. Maar dan zal Petrobras meer dan enkel technische uitdagingen het hoofd moeten bieden. Het grootste deel van vorig jaar daalden de aandelen van de maatschappij onder invloed van twee met elkaar verbonden problemen: overbelasting en politieke bemoeienissen. In de jaren negentig werd Petrobras gedeeltelijk geprivatiseerd. De overheid heeft nu nog 48 procent van Petrobras in handen. Tegelijk werd het systeem om concessies toe te wijzen geliberaliseerd: concessies moesten voortaan bij aanbesteding toegekend worden, waarbij om het even welke onderneming, Braziliaans of niet, op voet van gelijkheid kon meebieden. Voor de pré-sals heeft de regering dat systeem echter opgeheven. Een nieuw staatsbedrijf, Pré-Sal Petróleo, wordt eigenaar van alle pré-salvoorraden en zal zijn veto kunnen uitspreken over elk project dat het niet in het nationaal belang acht. Toekomstige pré-salconcessies worden bij opbod verkocht aan consortiums waarin Petrobras als operator minstens een aandeel van 30 procent moet hebben. Zodra een consortium voldoende opgepompt heeft om zijn kosten te dekken, wordt het surplus gedeeld met de staat. Vergeleken bij voortsjokkende staatsoliemaatschappijen als het Mexicaanse Pemex en het Venezolaanse PDVSA is het geprivatiseerde Petrobras fit en sterk. "Door concurrenten binnen te laten en Petrobras toe te laten naar het buitenland te gaan heeft Brazilië echt een nationale voorvechter in het leven geroepen", zegt Sarah Ladislaw van het Centre for Strategic and International Studies. Zij is van oordeel dat de recente beslissing van Petrobras om zich terug te trekken uit projecten in Cuba, mogelijk een teken zijn van overbelasting. "De mensen respecteren Petrobras en ze zien niet graag dat het zich internationaal terugtrekt om thuis aan banden gelegd te worden." Omgaan met de gemengde economie van Brazilië is nooit een gemakkelijke zaak. Minderheidsaandeelhouders van Petrobras klagen dat de onderneming gedwongen wordt oneconomische beslissingen te nemen. De grootste uitdaging voor Petrobras zijn misschien wel de strikte vereisten die de regering oplegt voor de pré-salprojecten. Door Petrobras en zijn partners te verplichten om Braziliaans te kopen en internationale bedrijven te dwingen zich ter plekke te vestigen, zullen de kosten oplopen en kunnen vertragingen ontstaan. Volgens de consultant Booz & Company rekenen de Braziliaanse leveranciers aan de olie- en gassector tot 10 tot 40 procent meer aan dan de geldende wereldprijzen. Een deel van het probleem is de personeelsschaarste. Petrobras zelf zal daar waarschijnlijk geen last van hebben: voor elke job dienen zich honderden kandidaten aan. Maar zijn leveranciers zullen het wel moeilijk krijgen. Behalve de technische uitdagingen, de overbelasting van Petrobras en de staatsbemoeienissen dreigt nog een vierde factor de vorming van Brazilië als olie-exporteur te vertragen. In het Braziliaanse Congres is een verwoede strijd aan de gang tussen de kuststaten, die in het verleden het grootste deel van de royalty's van de offshore-olie kregen, en de andere staten, die ook hun part willen. Tot er een oplossing gevonden wordt, desnoods in het hooggerechtshof, kunnen er geen nieuwe pré-salaanbestedingen plaatsvinden. Petrobras-topman Gabrielli, wiens onderneming boorkoppen tot op centimeters nauwkeurig in de aardkorst verzinkt, lijkt er gerust in dat hij een koers vaart die hem langs de klippen van nefaste haast en teleurstellende vertragingen zal loodsen. De voorzienigheid waarnaar president Rousseff verwees, heeft volgens hem niet alleen te maken met de plek waar de olie gevonden werd, maar ook met het tijdstip waarop dat gebeurde: "God heeft ze verborgen gehouden tot Brazilië sterk genoeg was om ermee te kunnen omgaan", zegt hij met de glimlach. Het zal spoedig duidelijk worden of Gabrielli het bij het rechte eind heeft. THE ECONOMIST