De Europese Commissie stelde in de jaren negentig vast dat het overlijden van de bedrijfsleider de continuïteit van heel wat familiale ondernemingen in het gedrang bracht. Dat kwam vooral doordat erfgenamen de successierechten op de nalatenschap onttrokken aan de onderneming. Veel familiebedrijven gingen daaraan ten onder. Om die negatieve gevolgen tegen te gaan, gaf Europa aan de lidstaten de mogelijkheid een voordelig fiscaal regime in te voeren voor de vererving van familiebedrijven.
...

De Europese Commissie stelde in de jaren negentig vast dat het overlijden van de bedrijfsleider de continuïteit van heel wat familiale ondernemingen in het gedrang bracht. Dat kwam vooral doordat erfgenamen de successierechten op de nalatenschap onttrokken aan de onderneming. Veel familiebedrijven gingen daaraan ten onder. Om die negatieve gevolgen tegen te gaan, gaf Europa aan de lidstaten de mogelijkheid een voordelig fiscaal regime in te voeren voor de vererving van familiebedrijven. Vlaanderen was in 1996 een van de eerste wetgevers die gehoor gaven aan die oproep. Bij het overlijden van de aandeelhouder van een Vlaamse familiale onderneming moeten de erfgenamen sindsdien slechts een vlak successietarief van 3 procent (vererving in rechte lijn en tussen getrouwde en samenwonende partners) of 7 procent (voor anderen) betalen. Dat is veel minder dan de progressieve successietarieven, die kunnen oplopen tot 27 procent (vererving in rechte lijn en tussen getrouwde en samenwonende partners) en zelfs tot 65 procent (voor anderen). Ook ondernemers die hun bedrijf tijdens hun leven schenken, kunnen aanspraak maken op een fiscaal voordeel. Vaak is zo'n schenking zelfs belastingvrij. Om doeltreffend te zijn, moet zo'n regeling eenvoudig, transparant, begrijpelijk en stabiel zijn. De ondernemer heeft dan enkel een doordacht testament nodig om met een gerust gemoed zijn opvolging te kunnen plannen. Maar sinds de invoering werd de wetgeving al veertien keer aangepast. De wispelturigheid van de wetgever en de juridische onzekerheid die er het gevolg van is, ondermijnen het systeem. Vooral de jongste wetswijziging, die van kracht werd op 1 januari 2012, was ingrijpend. Vlaanderen heeft de regelgeving toen helemaal op zijn kop gezet, met talloze interpretatieproblemen tot gevolg. Een voorbeeld: tot eind 2011 gold het voordelige fiscale regime ook voor de vorderingen op een familiale vennootschap. Dat was eigenlijk logisch: een bedrijf financiert zijn activiteiten niet enkel met eigen maar ook met vreemde middelen. Maar sinds 1 januari worden vorderingen uitgesloten, waardoor er niets anders op zit dan die in te brengen in het kapitaal. Het voordelige fiscale regime voor familiebedrijven geldt zowel voor verervingen na een overlijden -- via het wettelijke erfrecht of een testament -- als voor schenkingen. Een van de verdiensten van de recentste wetgeving is dat de voorwaarden voor beide werden gelijkgeschakeld; enkel de tarieven verschillen. Na het overlijden van de bedrijfsleider van een familiale vennootschap, worden de aandelen vererfd volgens het Belgische erfrecht. Met een testament kan daarvan worden afgeweken. Het tarief van de successierechten dat van toepassing is op de aandelen, hangt af van de graad van verwantschap. Is de verkrijger een afstammeling of de langstlevende getrouwde of samenwonende partner van de erflater, dan is het tarief 3 procent; in alle andere gevallen bedraagt het 7 procent. Zoals gezegd, vallen vorderingen -- zoals rekening-courantvorderingen, obligaties en leningen -- niet onder het voordeeltarief. Die worden belast tegen de normale tarieven. Het is doorgaans beter de aandelen te schenken dan ze te laten vererven. Bij een schenking bepaalt de ondernemer zelf de timing en kan hij de overgang van het bedrijf naar de volgende generatie eigenhandig begeleiden. Aandelen worden altijd beschouwd als roerende goederen. Er zijn alleen schenkingsrechten op verschuldigd als de schenking wordt geregistreerd. Zo'n registratie is verplicht als de schenking wordt voltrokken voor een Belgische notaris. Bij een handgift, een bankgift of een schenking voor een buitenlandse notaris is ze facultatief. Het tarief van de schenkingsrechten op roerende goederen hangt af van de graad van verwantschap tussen de schenker en de begiftigde. Is de begiftigde een afstammeling of de langstlevende getrouwde of samenwonende partner, dan bedraagt het tarief doorgaans 3 procent; in alle andere gevallen is 7 procent verschuldigd. Voor geregistreerde schenkingen van familiale vennootschappen is dat anders: die zijn fiscaal vrijgesteld. Veel Belgen laten schenkingen van roerende goederen niet registreren en kiezen voor een bankgift, een handgift of een schenking voor een buitenlandse notaris. Als de schenker drie jaar na zo'n schenking in leven is, zijn er geen successie- of schenkingsrechten meer op verschuldigd. Overlijdt de schenker toch binnen de drie jaar, dan moeten er wel successierechten worden betaald. De begiftigde loopt het risico dat hij op een deel van de nalatenschap een belasting van 65 procent moet afdragen. Voor familiale vennootschappen werd die termijn van drie jaar verlengd tot zeven jaar. Als de schenker van zo'n vennootschap de gift niet registreert en binnen de zeven jaar zou overlijden, moet de begiftigde toch nog successierechten betalen. Als het familiebedrijf aan de wettelijke vereisten voldoet, kan de begiftigde wel nog aanspraak maken op het verlaagde tarief van 3 of 7 procent. Welk fiscaal regime van toepassing is, hangt dus af van het feit of een vennootschap een familiale vennootschap is. Over die criteria bestaat veel verwarring. Sommigen beweren dat de termijn van zeven jaar geldt voor elke niet-geregistreerde schenking van aandelen. Maar in antwoord op een parlementaire vraag van Griet Smaers (CD&V) heeft Vlaams minister van Financiën Philippe Muyters (N-VA) bevestigd dat die termijn enkel toepasselijk is voor niet-geregistreerde schenkingen van 'kwalificerende' familiale vennootschappen -- dat wil zeggen: vennootschappen die voldoen aan de wettelijke voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de lagere successietarieven. Daarmee is alle onzekerheid jammer nog niet uit de wereld geholpen. De vraag blijft bijvoorbeeld wat er moet gebeuren met de schenking van een holdingvennootschap die een familiale vennootschap in haar vermogen heeft. Familiale vennootschappen moeten voldoen aan vier voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de fiscaal voordelige schenkings- en successietarieven. ActiviteitsvoorwaardeDe vennootschap moet "de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit of een vrij beroep als doel hebben". Die activiteit moet ze ofwel zelf uitvoeren, ofwel verricht ze die via een rechtstreekse deelneming van minimaal 30 procent. In dat laatste geval is alleen de waarde van de dochtervennootschap onderworpen aan het voordelige regime. Deze activiteitsvoorwaarde wordt verder toegelicht door een omzendbrief van de Vlaamse administratie. Patrimo- nium-, management- en zuivere beleggingsvennootschappen worden duidelijk uitgesloten, maar de criteria om het onderscheid te maken met andere soorten vennootschappen zijn vaag en moeilijk hanteerbaar. De deur voor misbruiken staat dus wagenwijd open. ParticipatievoorwaardeDe schenker of de erflater en zijn familie moeten op het ogenblik van de schenking of de vererving minstens 50 procent van de aandelen in handen hebben. Het voordeelregime kan ook van toepassing zijn vanaf een percentage van 30 procent. Maar de familie moet dan ofwel 70 procent van het bedrijf bezitten samen met een andere familie, ofwel 90 procent van het bedrijf in handen hebben met twee andere families. VoorzettingsvoorwaardeHet fiscale voordeel wordt enkel toegekend als de familievennootschap haar activiteit na de schenking of het overlijden gedurende drie jaar voortzet. Bovendien mag de zetel van de onderneming niet worden verplaatst buiten de Europese Economische Ruimte en mag het kapitaal niet worden verminderd. Formele voorwaardenEen schenking moet gebeuren via een Belgische of buitenlandse notaris; de andere schenkingsvormen zijn uitgesloten. In de schenkingsakte of de aangifte van de nalatenschap moet een verklaring worden opgenomen dat men wil gebruikmaken van het voordelige fiscale regime. ANTON VAN ZANTBEEKDe wispelturigheid van de wetgever en de juridische onzekerheid die er het gevolg van is, ondermijnen het systeem.