Mocht een Belgische bank failliet gaan, dan komt het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten tussenbeide. Dat overheidsfonds waarborgt geld dat op zicht-, spaar- en termijnrekeningen staat. Ook kasbons zijn beschermd, op voorwaarde dat ze zijn ingeschreven op een effectenrekening of in open bewaring zijn gegeven. De wettelijke bescherming geldt ook voor zogenoemde financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die zijn ingeschreven op een effectenre...

Mocht een Belgische bank failliet gaan, dan komt het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten tussenbeide. Dat overheidsfonds waarborgt geld dat op zicht-, spaar- en termijnrekeningen staat. Ook kasbons zijn beschermd, op voorwaarde dat ze zijn ingeschreven op een effectenrekening of in open bewaring zijn gegeven. De wettelijke bescherming geldt ook voor zogenoemde financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die zijn ingeschreven op een effectenrekening. De effecten op een effectenrekening vallen niet in de boedel van een mogelijk faillissement. De spaarder blijft eigenaar van die financiële instrumenten als de bank waar zijn effecten op een rekening staan, over de kop zou gaan. Als ze verloren zouden gaan in een bedrieglijk faillissement - de failliete bank heeft de rekeninguittreksels van effectenrekeningen bijvoorbeeld vervalst - treedt de dekking van het Beschermingsfonds in werking. Het Beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten biedt een garantie tot 100.000 euro voor spaardeposito's en kasbons. Die bescherming geldt per spaarder en per bank. Een voorbeeld: stel dat u bij bank A een zichtrekening hebt op uw naam, waarop 10.000 euro staat. Daarnaast hebt u bij dezelfde bank met uw huwelijkspartner een gemeenschappelijke spaarrekening met 200.000 euro. Als bank A failliet zou gaan, krijgt u een vergoeding van 10.000 euro voor het geld op uw zichtrekening, plus de helft van 200.000 euro of 100.000 euro voor het spaarboekje. Het totale bedrag is echter beperkt tot 100.000 euro. Uw huwelijkspartner krijgt eveneens 100.000 euro of de andere helft van de gemeenschappelijke rekening. Van het totale tegoed van 210.000 euro krijgt u dus 200.000 euro terugbetaald. Voor de 10.000 euro die overblijft, behoudt u een vordering op bank A. Of u dat geld terugkrijgt, hangt af van hoeveel er overblijft nadat de curator de bevoorrechte schuldeisers heeft uitbetaald. Hebt u ook spaargeld bij bank B, dan kunt u daar eveneens aanspraak maken op een terugbetaling tot maximaal 100.000 euro. Effecten op een rekening worden bij een faillissement van de bank teruggegeven aan de eigenaar. Bij een bedrieglijk faillissement van de bank zijn die effecten slechts gewaarborgd tot een maximum van 20.000 euro, en dus niet tot 100.000 euro. Als u daarmee nog niet volledig bent vergoed, behoudt u een vordering op de failliete financiële instelling en komt u in aanmerking voor een vereffenings- of faillissementsdividend.