Door Jo Bossuyt
...

Door Jo BossuytWeinig auto's waarnaar met groter ongeduld werd uitgekeken dan de Porsche Panamera. Niet het minst omdat de Duitse constructeur met deze auto een andere koers wilde gaan varen. Noem het gerust een stijlbreuk, want van die montageband die alleen maar speren en andere sportwagens produceert, zouden nu ook gezinswagens rollen. Anders gesteld: machines met een volwaardige achterbank en dus vier zitplaatsen, en zelfs een koffer met voldoende ruimte om tijdens het weekend uitgebreid proviand in te slaan tijdens een supermarktbezoek. De marketingjongens van Porsche piekerden zich dan ook suf, speurend naar een manier om hun nieuwe limousine aan te kaarten zonder de echte Porsche-rijder te schofferen. Temeer omdat ze bij Porsche al een vergelijkbaar avontuur achter de rug hadden, en vandaag ondanks het commerciële succes van de SUV nog altijd moeten horen dat die Cayenne eigenlijk geen echte Porsche is. Het resultaat was een perspresentatie met een niet eens subtiel vermoeden van indoctrinatie. Uw dienaar kreeg allerlei slides naar het hoofd geslingerd waaruit duidelijk zou blijken dat de Panamera bulkt van Porsche-DNA. Zoals die brede heupen, maar ook de ingevallen motorkap vooraan, die net zoals bij de 911 dieper zit dan de flanken. Wat overigens ook allemaal best klopt: aan zijn uiterlijk te zien, is de Panamera onmiskenbaar een Porsche. Nog altijd beantwoordend, zelfs met die kofferkont, aan de basislijn die lichtjaren geleden in de allereerste 911 werd geslepen. Wat helemaal niet het geval was met de 928, die vorige achtcilinder met motor vooraan, die in 1977 op de markt kwam maar nooit een succes was. Deze keer zou het kind dus alle familietrekjes hebben, en het resultaat is een wondermooie auto die inderdaad geen enkele Porsche-liefhebber zal choqueren. Maar eigenlijk gaat de discussie, echte Porsche of niet, daar niet over. De Porschisten, zoals echte minnaars van het merk bijwijlen worden genoemd, vreesden en opperden vooral dat de Panamera zich nooit als een echte Porsche zou gedragen. Waarmee ze technisch gelijk hebben, maar tegelijk naast de kwestie praten. Het kan immers nooit de bedoeling zijn dat een auto die net geen vijf meter lang is op dezelfde speelse, agressieve manier door bochten gaat stoeien en schuiven als een 911. Een auto als de Panamera is in de eerste plaats een limousine waarin een topmanager hoort, achterin met krant of dossier. Een captain of industry die een zwak heeft voor raffinement en een passie koestert voor verheven autotechniek. Om zich in alle rust en comfort te laten transporteren, althans tijdens de week. Want op vrijdagavond neemt hij de Panamera steevast mee naar huis, zo innig bemint hij autorijden, om tijdens het weekend zelf achter het stuur te kruipen. Uiteraard op voorwaarde dat het gezinnetje beperkt blijft tot twee kinderen, want achterin zijn er maar twee - weliswaar riante - zitjes. Neem het dus van ons aan: als u het hebt over dat rauwe motorgeluid bij (zeer) stevig gas, verfijnde afwerking met de beste materialen, een wegligging om u tegen te zeggen en prestaties die de adem afsnijden, dan is dit een echte Porsche. Als u vindt dat de Panamera even snel een rondje Francorchamps zou moeten trekken als een 911, dan is dit inderdaad geen echte Porsche. Of liever: geen 911. De nuance is belangrijk. Of Porsche met dit product in andere vijvertjes wil gaan vissen? De lat ligt op 20.000 exemplaren per jaar, waarvan met een beetje relance 200 in België, en 80 procent moet naar nieuwe klanten gaan. Natuurlijk zullen die weggevist worden uit de Maserati Quattroporte of Audi S8, maar met "nieuwe klanten" bedoelt Porsche ook in de eerste plaats de verloren minnaars die moeten terugkeren: de bemiddelde veertiger of vijftiger die het in zijn jonge jaren met een 911 deed, maar dat speelgoed uiteindelijk maar van de hand deed omdat mevrouw en de kinderen toch wel wat meer ruimte behoefden. Wat overigens moet lukken, die overtuigingsronde. Zelden werden we meer verrast door een metalen structuur met wielen dan toen we deze Panamera voor het eerst in levenden lijve zagen. Wat Porsche in het echt heeft neergezet, heeft niets meer te zien met de foto's die al maanden over het wereldwijde web en doorheen de autobladen suist. Geen enkele afbeelding die de Panamera toont zoals hij echt is. Want hij is groot, eindeloos lang denk je zelfs, hoewel je nooit dat gevoel hebt tijdens het rijden. Achterin zitten is genieten van een weidsheid waar je even moet aan wennen. En als dat dossier even aan de kant mag, dan wentelt u zich met licht melomane trekjes in een weldaad van exquise klanken. De hifi-installatie is immers van de hand van audiogoeroe Burmester, letterlijk dan want handgemaakt. De meester stond er trouwens op dat hij kon bepalen waar de luidsprekers kwamen, de ingenieurs van Porsche zouden zich dan wel aanpassen. Alles samen stouwde hij een oppervlakte van tweeënhalve vierkante meter aan luidsprekers in de Panamera. Die zijn motorgeluid voor zoveel oase van rust dan ook ingetogen loslaat. En het pas rauw grommend vrijgeeft als je de rechtervoet met volle gewicht laat spelen, om dan te klinken als, jawel, een echte Porsche.... De lat ligt op 20.000 exemplaren per jaar, waarvan met een beetje relance 200 in België, en 80 procent moet naar nieuwe klanten gaan.