Centrale bankiers drukken zich bij voorkeur uit in omfloerste, soms bijna gecodeerde taal. De Nationale Bank van België ( NBB) vormt daarop geen uitzondering. Toch vergt het weinig decodering om in het jongste jaarverslag een grote bezorgdheid over de toestand van de publieke financiën in België terug te vinden. De cijfers tonen ondubbelzinnig aan dat de regeringen- Verhofstadt I en II er de voorbije jaren budgettair een potje van hebben gemaakt.
...

Centrale bankiers drukken zich bij voorkeur uit in omfloerste, soms bijna gecodeerde taal. De Nationale Bank van België ( NBB) vormt daarop geen uitzondering. Toch vergt het weinig decodering om in het jongste jaarverslag een grote bezorgdheid over de toestand van de publieke financiën in België terug te vinden. De cijfers tonen ondubbelzinnig aan dat de regeringen- Verhofstadt I en II er de voorbije jaren budgettair een potje van hebben gemaakt. Tabel 1 ( Rauwe realiteit versus regeringsfictie) geeft voor de voorbije drie jaar de evolutie weer van het primaire saldo, de rentelasten en het nettofinancieringssaldo voor het geheel van de Belgische overheden. Het primaire saldo is het resultaat van het geheel van de overheidsontvangsten versus het geheel van de uitgaven exclusief rentelasten. Als we de eenmalige ingrepen van de regeringen meetellen, kunnen we stellen dat de verslechtering van het primaire overschot van 7,1 % van het bruto binnenlands product (BBP) in 2001 naar 5,8 % in 2003 grotendeels werd goedgemaakt door de daling van de rentelasten op de overheidsschuld. De vermindering van het primaire overschot is nagenoeg volledig te wijten aan de uitgaven in de sociale zekerheid: van een overschot gelijk aan 0,7 % van het BBP in 2001 evolueerde de sociale zekerheid naar een deficit van 0,4 % het afgelopen jaar. Het beeld ziet er echter helemaal anders uit als we die eenmalige kunstgrepen wegfilteren. Het primaire overschot smelt in dat geval weg van 6,7 % van het BBP in 2001 naar 4,3 % in 2003. De Belgische overheid sloot, volgens deze berekeningswijze, 2003 af met een begrotingstekort van 1,3 % van het BBP. Het voorbije jaar nam de regering-Verhofstadt voor ruim 4 miljard euro (1,5 % van het BBP) haar toevlucht tot eenmalige ingrepen, met de schandelijke operatie met het Belgacom-pensioenfonds als absolute topper. De terugval in het primaire saldo exclusief deze one-offs tussen 2001 en 2003 komt overeen met 6,4 miljard euro, of 260 miljard oude Belgische frank. Dat is een spectaculaire achteruitgang voor een land waarvan de overheidsschuld nog altijd boven de 100 % van het BBP ligt. Het gegoochel met eenmalige ingrepen gaat onverminderd voort. Om het gat te dichten dat is ontstaan omdat de overheid 2003 alleen maar in evenwicht kon krijgen via 4 miljard aan eenmalige trucs voorziet de regering opnieuw eenmalige operaties naar rato van 1 % van het BBP. Hierin zit de 850 miljoen euro vervat die de regering denkt op te strijken met de opbrengst van de fiscale amnestie. Maar zoals het er nu naar uitziet, zal die opbrengst (veel) lager zijn. Bovendien brengt een economische groei van 2 % à 2,2 % geen autonome reductie van het deficit mee. Op het kabinet van Begroting zijn ze nu al op zoek naar nieuwe eenmalige ingrepen naar rato van 0,5 % tot 0,8 % van het BBP. Tegen 2005 dreigt de overheid evenwel compleet vast te lopen in het knip- en plakwerk van de one-offs. In haar jaarverslag geeft de Nationale Bank aan waar de Staat nog nieuwe middelen kan vinden. Terwijl de totale druk van de indirecte belastingen in België 4,4 % hoger ligt dan het EU-gemiddelde, scoort ons land beduidend lager dan datzelfde EU-gemiddelde inzake taxatie van brandstoffen, tabak, sigaretten en alcohol (zie tabel 2: Verse melkkoeien). Wedden dat de spin doctors van paars een perfect logisch klinkend verhaal uit de duim kunnen zuigen om aan te tonen dat "deze belastingverhoging sociaal, ecologisch en economisch verantwoord is"? Johan Van Overtveldt Daan Killemaes