Vele geschriften die in de schoot van de Vlaamse Beweging ontstaan, zijn in hetzelfde bedje ziek. Ze zijn wat hoogdravend en doorspekt met een retoriek die enkel ingewijden kan bekoren. Kortom, het zijn preken zoals men die enkel voor eigen parochie afsteekt. De Vlaamse republiek: van utopie tot project hoort - ondanks de misleidende titel - niet in dit veel te lange rijtje thuis. Het gaat hier dan ook niet om het zoveelste pleidooi pro domo, wel om een bundeling van visies en stellingen van negen auteurs. Sommigen onder hen zijn bekenden in de V...

Vele geschriften die in de schoot van de Vlaamse Beweging ontstaan, zijn in hetzelfde bedje ziek. Ze zijn wat hoogdravend en doorspekt met een retoriek die enkel ingewijden kan bekoren. Kortom, het zijn preken zoals men die enkel voor eigen parochie afsteekt. De Vlaamse republiek: van utopie tot project hoort - ondanks de misleidende titel - niet in dit veel te lange rijtje thuis. Het gaat hier dan ook niet om het zoveelste pleidooi pro domo, wel om een bundeling van visies en stellingen van negen auteurs. Sommigen onder hen zijn bekenden in de Vlaams-nationalistische scene, anderen hebben dan weer een verschillende achtergrond. Van een eensluidende conclusie is dan ook geen sprake. Dat was trouwens nooit de bedoeling. "Niet één auteur blijft nog staan bij de Belgische staatshervorming", luidt het in de inleiding. "Niet 'kaakslagflamingantisme' maar Vlaams staatsburgerschap kleurt het boek." Waar zit nu precies de diversiteit? Zo te lezen, kreeg iedereen carte blanche in het afbakenen van zijn onderwerp. Niet zonder gevaren, maar de ondoorzichtige potpourri die daaruit dreigt voort te vloeien, bleef gelukkig uit. Erg smakelijk is alvast de wijze waarop cultuurfilosoof Johan Sanctorum korte metten maakt met de 'Vlaamse underdogmentaliteit'. In de kleurrijke stijl die hem eigen is, sabelt hij genadeloos een bepaalde culturele Vlaamse elite neer. Schrijver Dimitri Verhulst bijvoorbeeld, die zich te pas en te onpas 'Belg' noemt, als een heuse banneling in Wallonië is gaan wonen, maar wiens boek oer-Vlaams is, wat "meer verklaart dan duizend politieke analyses". Er is ook kunstenaar Wim Delvoye die betreurt dat Vlaanderen nooit helemaal verfranst werd, want met het Frans als lingua franca hadden we pas echt meegeteld . De Vlaamse republiek is echter meer dan reflecties over de Vlaamse identiteit in al haar facetten. Medewerkers als Matthias Storme bekijken het concreter. Aan welke voorwaarden moet een Vlaamse grondwet voldoen, vraagt hij zich af. Ze moet boven de tijdelijke belangen van partijen en machthebbers staan; en vooral: heel wat (Belgische) mankementen op het vlak van de bescherming van het individu moeten erin worden weggewerkt. Julien Borremans vestigt de aandacht op de groeiende kloof tussen arm en rijk. Het 'rijke Vlaanderen' is met rasse schreden aan het verpauperen, alleen beschikt de federale staat niet over de middelen om hier paal en perk aan te stellen. Op Vlaams niveau kan dit wel en de Vlaamse Beweging moet dan ook dringend weer aansluiting vinden bij haar sociale roots, beklemtoont hij. Hamvraag blijft natuurlijk in hoeverre zulke reflecties hun weg naar de politieke praktijk kunnen vinden. Dat deze mensen stuk voor stuk weinig toekomst zien in België, doet geen afbreuk aan de realiteit van het Belgische gegeven. Zomin als mooie projecten over het Vlaanderen van morgen feitelijk een soort van Vlaamse republiek zullen doen ontstaan. JOHAN SANCTORUM (EDITOR), 'DE VLAAMSE REPUBLIEK: VAN UTOPIE TOT PROJECT', LEUVEN,VAN HALEWYCK, 2009, 215 BLZ, 17,99 EURO MVD