De vergaderzaal in het hoofdkantoor in Leuven zat afgeladen vol, die donderdagnamiddag 8 maart. 250 Belgische adellijke familiale aandeelhouders, goed voor een belang van circa 29 procent in de wereldbrouwer AB InBev, verzamelden voor de jaarlijkse financiële hoogmis: de voorstelling van de resultaten voor het boekjaar 2011.
...

De vergaderzaal in het hoofdkantoor in Leuven zat afgeladen vol, die donderdagnamiddag 8 maart. 250 Belgische adellijke familiale aandeelhouders, goed voor een belang van circa 29 procent in de wereldbrouwer AB InBev, verzamelden voor de jaarlijkse financiële hoogmis: de voorstelling van de resultaten voor het boekjaar 2011. De Braziliaanse CEO Carlos Brito en zijn financiële rechterhand Felipe Dutra zagen vooral glunderende gezichten, want de wereldbrouwer klopte de verwachtingen. Van elke 3 dollar omzet houdt AB InBev bijna 1 dollar over aan bedrijfswinst. Een bijzonder hoge bedrijfswinstmarge van ruim 31 procent, waar de grote wereldconcurrenten Heineken en Carlsberg afkloppen op 14 en 15 procent. En neem de aandelenkoers. In het najaar van 2008, in volle bankencrisis en tijdens de overname van de Amerikaanse marktleider An-heuser-Busch, zakte die naar een dieptepunt van 10 euro. Vandaag, geen 3,5 jaar later, beleeft hij een ware verrijzenis, met een klim van ruim 450 procent, goed voor een historisch hoogtepunt. Daarmee houdt het mooie weer niet op. Het dividend voor de aandeelhouders stijgt dit jaar met de helft, naar 1,20 euro per aandeel. In de zaal was zelfs even een lichte gêne voelbaar. Het betekent een geldstroom van 560 miljoen euro voor de rijkste families van België. Sommige van de discrete familiale aandeelhouders zijn er nog niet uit waarin ze dat geld nu weer moeten investeren. Maar is alles wel zo prachtig? Of besluipt ook deze trotse wereldbrouwer na een kwarteeuw van enorme groei en fulminante overnames de zelfgenoegzaamheid? Met andere woorden: krijgt ook AB InBev last van het Anheuser-Busch-syndroom? Die biergroep was ook eerst een cash en winst spuwende machine, maar ontaardde in de jaren vóór de overname door InBev in een vermolmde en zelfgenoegzame wereldkampioen in eigen land. Wie het ideologische pamflet met tien wezenskenmerken van AB InBev leest, stuit op punt vier: "We zijn nooit helemaal tevreden met onze resultaten. Nultolerantie voor zelfgenoegzaamheid garandeert een duurzaam concurrentievoordeel." De afscheidnemende voorzitter van de raad van bestuur, Peter Harf, herhaalt die boodschap in het jongste jaarverslag. Maar volgen op de woorden ook de daden? InBev was het resultaat van een fusie in maart 2004 tussen het Braziliaanse AmBev en het Belgische Interbrew. AmBev staat voor 'Amerikaanse drankengroep'. Beide America's dus, van noord naar zuid. Na de overname van de Noord-Amerikaanse biergroep Anheuser-Busch in 2008 veranderde de naam in AB InBev. Samen controleren de referentieaandeelhouders bijna 52,5 procent van de 1,6 miljard aandelen. AB InBev is marktleider van Canada (41 procent marktaandeel) tot in Argentinië en Vuurland (77 procent marktaandeel). Liefst 94 procent van het bedrijfsresultaat van 2011 werd op het continent gesprokkeld. Voor de omzet geldt het cijfer van 76 procent. Bij de volumes is het wat minder, maar met een nog steeds dominerende 70 procent. Bovendien is die rekening nog vertekend. In die cijfers is het minderheidsbelang in de Mexicaanse marktleider Grupo Modelo niet verrekend. AB InBev neemt die onderneming niet mee in de geconsolideerde cijfers omdat het geen controlebelang heeft over de Mexicaan. Bijna 7 procent van de nettowinst (400 miljoen dollar) komt via de dividendenstroom ten zuiden van de Rio Grande. De keuze voor Amerika kan logisch zijn. Een van de belangrijkste opdrachten van de wereldbrouwer is veel winst te maken. In een onderzoek van april 2010 noemde de zakenbankier Merrill Lynch de Verenigde Staten, Brazilië, Rusland, Canada en Mexico (in die volgorde) als de vijf meest winstgevende biermarkten ter wereld. Met Noord-Amerika en zijn bedrijfswinstmarge van 37 procent zit AB InBev gebeiteld. Canada doet het zelfs nog beter dan de Verenigde Staten. Het land braakt bij wijze van spreken bierwinsten. "Met een index 100 als bierprijs voor de Verenigde Staten, heb je 250 voor Canada", liet financieel directeur Felipe Dutra zich langs de neus weg ontvallen tijdens de persconferentie voor de voorstelling van de jaarresultaten. The America's als winstdroomland. Maar hoe zit het in de rest van de wereld? Hoe verder het bierschip wegglijdt van de Amerikaanse Oostkust, des te kleiner worden de winstmarges. De reden is eenvoudig. In de belangrijkste winstmarkten in Amerika heeft AB InBev een dominerende positie. In het Verenigd Koninkrijk is dat nog amper 18 procent volgens MolsonCoors. AB InBev houdt het op 20,7 procent, maar dan enkel voor de winkelverkoop. AB InBev geeft geen afzonderlijke cijfers voor het Verenigd Koninkrijk, maar de concurrent MolsonCoors, het nummer twee in Canada en het VK, biedt een mooie maatstaf. MolsonCoors' bedrijfswinstmarge in Canada overschreed 23 procent in 2011, maar klokte in het VK af op een magere 7 procent. Toch blijft de bedrijfswinstmarge van AB InBev in West-Europa met 22 procent nog heel behoorlijk. Dat komt voor een groot deel op het conto van België ( zie Dat fabelachtige Jupiler). In de BRIC-landen in het Oosten smaakt het bier erg lauw. Met een schamele 1,2 procent bedrijfswinstmarge in Oost-Europa (Rusland en Oekraïne), en een flauwe 3,7 procent in China en India. Buiten Amerika speelt zich hetzelfde scenario af. Het gaat steeds weer om markten met belangrijke concurrentie, waar AB InBev het moeilijk mee heeft. Dat blijkt uit de schamele winstmarges. In de eerste plaats maken de grote drie volgers SABMiller, Heineken en Carlsberg AB InBev het leven zuur, soms aangevuld door een grote lokale speler. Nochtans hanteert de wereldbrouwer een bijzonder duidelijke strategie. Eenvoudig gesteld, aapt AB InBev multinationals van consumentengoederen na, zoals PepsiCo, Coca-Cola Company, Nestlé en Unilever. De focus ligt daarbij op een aantal sterke kernmerken die hogere winsten genereren. Die focus gaat ten koste van goedkopere merken, waarvan de volumes worden afgebouwd. Officieel heeft de brouwer een portefeuille van ruim 200 merken. Maar de meeste aandacht gaat naar negentien merken. Veertien ervan halen een winkelomzet van ruim één miljard dollar. Helemaal vooraan staan drie luxemerken: het Duitse Beck's, het Amerikaanse Budweiser, en het Belgische Stella Artois. Nog twee Belgische merken worden wereldwijd verdeeld: de speciale bieren Hoegaarden en Leffe. En dan volgt een rist lokale kampioenen. Skol in Brazilië. Harbin in China. En in ons land uiteraard Jupiler ( zie Dat fabelachtige Jupiler). Die strategie van een selectieve portefeuille werkt wel degelijk. In Duitsland, een markt waar de grote concurrenten vooral klagen, won AB InBev vorig jaar marktaandeel. Ook de twee wereldmerken Budweiser en Stella Artois verkopen steeds vlotter. Het volume van Budweiser buiten de Verenigde Staten klom met circa 11 procent naar 17 miljoen hectoliter. Stella Artois liet 5,9 procent extra optekenen. Maar de concurrenten in het luxesegment, Carlsberg en Heineken, deden het niet zoveel slechter, met een groei van 7 procent voor de Deen en 5,4 procent voor de Nederlander ( zie Heineken is de kampioen). De huidige strategie van meer geld verdienen met de duurdere merken is mooi, maar kent haar limieten. Heineken liet dat het voorbije jaar duidelijk blijken in Rusland. De Nederlandse groep voerde haar volume in die markt met bijna een kwart op. Heineken schoot zich daarmee in de eigen voet: de bedrijfswinst aan de Wolga daalde. Maar de concurrentie kreunde nog meer. AB InBev zag zijn bedrijfsresultaat in Oost-Europa met 81,4 procent dalen, ondanks een hogere verkoop van duurdere merken zoals Budweiser. De Hollandse pijn is een doelbewuste strategie. De Belgische CEO van Heineken, Jean-François van Boxmeer, mikt sinds vorig jaar duidelijk op meer omzet- en marktaandeelgroei. Die twee heten het recept voor verdere winstgroei te zijn, zelfs al vermindert dat tijdelijk de bedrijfswinstmarge. Het staat haaks op de aanpak van AB InBev met zijn duurdere merken en minder volumes. Heineken staat bovendien sterk in Afrika. De bedrijfswinstmarge van 26 procent maakte van dat continent de grootste winstmaker voor de Nederlanders in 2011. Ook Azië levert een veel hogere winstmarge op via de dochteronderneming Asia Pacific Breweries. De belangrijke speler in Azië, met activiteiten in veertien landen, fietste in het voorbije boekjaar naar een bedrijfswinstmarge van 21 procent. Dat vloekt met die schamele 4 procent bij AB InBev. Ook al vindt de brouwer die analyse onterecht. Want als de wereldwijde marktleider dan toch ergens volume opbouwt, dan is het wel in de groeilanden Brazilië en China. Vorig jaar werden twee Chinese brouwers gekocht. Er kwam 20 miljoen hectoliter extra capaciteit in de markt. En de volgende jaren worden nog eens zes nieuwe brouwerijen gebouwd. Die zware investeringen en afschrijvingen vreten uiteraard aan de huidige bedrijfswinst. Maar ze zijn een investering in toekomstige grotere winsten. En toch. Met Azië, Oost- en West-Europa als zwakkere pijlers in het bierimperium, moet AB InBev op zoek naar een nieuwe dynamiek. Een bigbangscenario is een bod op SABMiller, al dan niet in combinatie met Heineken. Het wereldwijde nummer twee in volume heeft voor AB InBev interessante sleutelposities in Afrika, Oost-Europa, Oceanië. Zelfs in Zuid-Amerika is SABMiller hoofdzakelijk actief in andere markten dan AmBev. Heineken zou dan de rijpe brokken in Noord-Amerika (een nummer twee positie) en de Chinese volumes kunnen rapen. SABMiller is een kwetsbare prooi, want de onderneming heeft geen referentieaandeelhouder. Herhaaldelijk rolt de brouwer aan de toog over de tongen als overnameprooi. Heineken heeft ervaring met een overname in tandem. In het voorjaar van 2008 kochten de Nederlanders het Britse Scottish & Newcastle in combinatie met de Deen Carlsberg. Met die eventuele overname zouden twee brouwers uit de Lage Landen een bepalende rol spelen in 44 procent van de wereldwijde bierstromen, die vorig jaar goed waren voor circa 1,9 miljard hectoliter. Aan het duo de keuze. Hun parcours heeft aangetoond dat ze grote overnames aankunnen. Bovendien is de schuldgraad bij allebei fors teruggedraaid. De Belgische aandeelhouders zullen dit jaar misschien nog even moeten nadenken over waar ze met hun dividendenstroom heen moeten. Maar vanaf 2013 kunnen ze maar beter op de uitkijk naar de volgende reuzenovername. Want een brouwer die enkel cash spuwt in the America's is mooi, maar onvoldoende als wereldspeler. WOLFGANG RIEPLAB InBev moet op zoek naar een volgende grote overnameprooi. Dat kan SABMiller worden. Hoe verder het bierschip wegglijdt van de Amerikaanse Oostkust, des te kleiner worden de winstmarges. De wereldbrouwer hanteert een bijzonder duidelijke strategie. Eenvoudig gesteld, aapt AB InBev multinationals van consumenten-goederen na, zoals PepsiCo, Coca-Cola Company, Nestlé en Unilever.