Als Nicolas Sarkozy werkelijk het gezicht is van de Franse toekomst, dan ziet het er erg beroerd uit voor Frankrijk en - van daaruit ook voor - Europa. De Franse werkgevers vergeleken de jonge, energieke en vooral mateloos ambitieuze Sarkozy met voetbalvirtuoos Zinedine Zidane toen president JacquesChirac hem onlangs bevorderde tot zijn economische superminister. Na zijn eerste persconferentie in die functie lijkt het evenwel veel meer voor de hand te liggen om Nicolas Sarkozy te vergelijken met Jean-Baptiste Colbert, de zeventiende-eeuwse sta...

Als Nicolas Sarkozy werkelijk het gezicht is van de Franse toekomst, dan ziet het er erg beroerd uit voor Frankrijk en - van daaruit ook voor - Europa. De Franse werkgevers vergeleken de jonge, energieke en vooral mateloos ambitieuze Sarkozy met voetbalvirtuoos Zinedine Zidane toen president JacquesChirac hem onlangs bevorderde tot zijn economische superminister. Na zijn eerste persconferentie in die functie lijkt het evenwel veel meer voor de hand te liggen om Nicolas Sarkozy te vergelijken met Jean-Baptiste Colbert, de zeventiende-eeuwse staatsman die de Franse versie van protectionisme, staatsplanning en verregaande overheidsinterventie in de economie vormgaf. Sarkozy ging weliswaar in op de noodzaak om het begrotingstekort onder controle te krijgen en de belastingen verder te verlagen, maar trok uiteindelijk de meeste tijd uit om een "agressief interventionisme" vanwege de Franse staat te verdedigen. De staat moet rechtstreeks ingrijpen, sturen en subsidiëren, aldus Sarkozy, om te beletten dat Frankrijk een "industriële woestijn" wordt en nog meer jobs verdwijnen. Hij riep de andere Europese regeringen op om zich te scharen achter zijn zienswijze dat de huidige Europese regels voor staatshulp aan bedrijven en sectoren "veel te restrictief" zijn. Colbertisme op en top, dat is dus waar Nicolas Sarkozy echt voor staat. Op blz. 72 in deze Trends verwijst de Britse historicus Niall Ferguson naar het merkwaardige vermogen van Europese bewindvoerders om steevast over zware structurele problemen heen te walsen. De Sarkozy-filosofie vormt daarvan een perfecte illustratie. De geschiedenis van de voorbije dertig jaar heeft overvloedig aangetoond dat meer overheidsinterventie absoluut niet werkt om meer groei en tewerkstelling te creëren. Wil Europa de eed van Lissabon - de Europese economie tegen 2010 omvormen tot de leidende wereldeconomie - waarmaken, dan zijn belastingverlagingen en -hervomingen nodig, en méér marktwerking (en dus minder overheidsinterventie). Ook de regering- Verhofstadt slaagt er steeds meer in om de andere kant op te kijken bij nijpende problemen. Vreemd was bijvoorbeeld de reactie vanuit de directe entourage van premier Guy Verhofstadt ( VLD) op niet minder dan drie rapporten die aantonen dat het behoorlijk fout zit met de evolutie van de internationale concurrentiekracht van België. Larie, zo luidde die reactie. Kijk naar de cijfers en je ziet dat België het in de Europese context uitstekend doet. O ja? Haal het compleet zwalpende Duitsland uit de Europese cijfers en je ziet onmiddellijk dat België voor nagenoeg elke relevante parameter serieus achterblijft tegenover een hele rist andere EU-lidstaten. Wie heeft trouwens al die vergelijkingen nodig als je ziet dat het aantal faillissementen naar historische records gaat, dat bedrijven steeds meer wegzinken onder een moordende papierberg, dat er van een ernstige toename van de activiteitsgraad niets in huis komt, dat de overheid niet durft te raken aan de brugpensioenen en dat ze begrotingen slechts in evenwicht krijgt door een escalatie van eenmalige maatregelen? Johan Van Overtveldt