Onze economie staat voor drie grote uitdagingen: de vergrijzing, de globalisering en het energievraagstuk. Voor geen van de drie is er op dit moment een toekomstvisie. Bovendien ontstaat er een eigenaardige logica die ervan uitgaat dat je deze problemen kunt oplossen met nieuwe belastingen.
...

Onze economie staat voor drie grote uitdagingen: de vergrijzing, de globalisering en het energievraagstuk. Voor geen van de drie is er op dit moment een toekomstvisie. Bovendien ontstaat er een eigenaardige logica die ervan uitgaat dat je deze problemen kunt oplossen met nieuwe belastingen. Hebt u al ooit geweten dat een trein sneller gaat als je de locomotief wegneemt? Het lijkt echter een belangrijk principe in het economische denken van een aantal mensen. Het komt ook tegemoet aan de vijfsecondenregel in de huidige communicatie: alles wat in een slogan kan worden vervat, moet wel gezonde logica zijn. Terwijl ze in de rest van de westerse wereld plannen maken om de cruciale driedubbele uitdaging - globalisering, energievraagstuk en vergrijzing - aan te pakken, heerst bij ons nog steeds de kortetermijn- en afgunstpolitiek. Het stigmatiseren van tweeverdieners of - tout court - goede verdieners bijvoorbeeld. De vijfsecondendenkers bestempelen deze mensen als "asocialen". In België verdient 20 % van de mensen inderdaad bijna de helft van de inkomens (1). Wat men er niet bij vertelt, is dat diezelfde goedverdieners ook twee derde van de belastingen betalen. U leest het goed: 1/5 van de bevolking draagt 2/3 van de lasten. Hoeveel meer sociaal en solidair kan je zijn? Nieuwe belastingen. In ons land leeft de idee sterk dat je innovatief moet blijven in het creëren van nieuwe belastingen. Het is alleszins een domein waar we een internationale creativiteitsprijs verdienen. Ons overheidsbeslag is hoog gebleven, terwijl andere landen dat niet konden (zie grafiek). Maar in tegenstelling tot sommige politici geloof ik niet dat nieuwe belastingen problemen oplossen of economische waarde creëren. Zo los je het probleem van de lage lonen niet op door de hoge almaar zwaarder te belasten. De top-1 % van de bevolking heeft 6,9 % van de inkomens en betaalt 10 % van de totale lasten. Zeggen dat de rijken moeten betalen, is dus lichtjes achterhaald, maar het voldoet wel aan de vijfsecondenregel. Het is beter ervoor te zorgen dat de lage inkomens opklimmen naar activiteiten met hogere toegevoegde waarde. Activering en opleiding zijn de echte wapens tegen de lage inkomens, maar het vraagt minstens vijf minuten om dat uit te leggen... Een van de nieuwe mirakelbelastingen die nu naar voren worden geschoven als oplossing voor onze problemen, is een vermogensbelasting. Even herhalen dat het probleem niet is dat we te weinig belastingen hebben, maar te veel. Een vermogensbelasting is ook niet nieuw, de vermogens dragen al bij, en dit zijn belastingen op al belaste gelden. De lijstjes van vermogende Belgen en families voedt natuurlijk de simpele logica van nóg meer belasting voor de vermogenden. "De familie De Spoelberch is de rijkste familie, met 3,1 miljard euro. Die mogen wel wat meer belastingen betalen, niet?" zo werd me vorige week gevraagd tijdens een tv-debat. Het beeld van Dagobert Duck op een zak goud lijkt voor velen geen fictie. Dat dit kapitaal allemaal is geïnvesteerd in de economie en in bedrijven, en nu al wordt belast, ontgaat iedereen. Meer belasten betekent dus dat ze een deel moeten verkopen, en dan kunnen we met z'n allen weer klagen dat er geen grote Belgische bedrijven meer zijn. Mattheus of De 3 Biggetjes. België heeft een gemiddeld wettelijk pensioen. De pensioenen verhogen is moeilijk; ze in de toekomst betaalbaar houden een grote uitdaging. Opnieuw duikt de logica op dat een nieuwe belasting - jawel, op die personen die vandaag al het meest bijdragen - het probleem zal oplossen. Professor Jos Berghman (KU Leuven) gaf vorige week de pap in de mond door te stellen dat er een mattheuseffect speelt in België: "Degenen die hebben, krijgen steeds meer." Er wordt echter niets gegeven, voor pensioenen wordt gespaard. Er zijn wel fiscale stimuli, maar die gelden voor iedereen. Zeggen dat alleen de rijken kunnen sparen, is onzin. Het zou helpen mocht de overheid evenveel moeite doen om te leren sparen voor het pensioen als ze nu reclame maakt om met de Loterij mee te doen. Een gemiddeld Belgisch gezin spendeert elk jaar meer dan 400 euro aan de Nationale Loterij. Dat bedrag wordt door pensioensparen 40.000 euro op pensioenleeftijd (2). De overheid zou de mensen beter aanzetten tot sparen dan tot gokken. Maar in plaats daarvan broedt de overheid op plannen om de tweede pensioenpijler en het spaargeld zwaarder te belasten, zoals steeds onder het mom van solidariteit. In plaats van het mattheuseffect evolueren we dus naar een 3 Biggetjeseffect: de mensen die hun huis in steen hebben gebouwd, zullen de anderen moeten opvangen. En dit in plaats van iedereen aan te moedigen om in steen te bouwen - lees te sparen voor zijn pensioen. Ten slotte nog dit: de verhouding tussen werknemers in de privé- en de publieke sector bedraagt 78/22. De verhouding in hun pensioenuitgaven in 2030 zal 60/40 zijn. Het unieke is ook dat de pensioenen van de privésector gebonden zijn aan de inflatie, in de overheidssector aan de inflatie plus de welvaart (via de lonen van de actieven). Kan iemand dit in 5 seconden uitleggen? De auteur is hoofdeconoom van Petercam Vermogensbeheer. Reacties: visienoels@trends.be(1) http://mineco.fgov.be/informations/statistics/pub/d3/p321y2005-nl.pdf. Voor het derde opeenvolgende jaar staan in deze statistieken exact dezelfde zware rekenfouten. Twee door het NIS berekende kolommen werden namelijk verwisseld, waardoor het lijkt alsof de top-1 % van de bevolking 10,7 % van de inkomens heeft en slechts 6,9 % van de belastingen betaalt, terwijl het net andersom is. Laten we hopen dat de andere Belgische statistieken correcter worden berekend! (2) Simulatie met 7 % rendement op 40 jaar. Geert Noels