Vakanties zijn op het gebied van de belastingen gevaarlijke periodes. Wie achteloos op reis vertrekt, vergeet immers dat de fiscale procedures doorlopen. Wat voor zeer onaangename verrassingen kan zorgen.
...

Vakanties zijn op het gebied van de belastingen gevaarlijke periodes. Wie achteloos op reis vertrekt, vergeet immers dat de fiscale procedures doorlopen. Wat voor zeer onaangename verrassingen kan zorgen.Proceduretermijnen kennen geen vakantie. Neem bijvoorbeeld de termijn die men inzake inkomstenbelastingen heeft om in hoger beroep te gaan. Wie het niet eens is met de belasting die gevestigd is, kan daartegen bezwaar indienen. Bij de gewestelijke directeur. Voor zo'n bezwaarschrift heeft men een zee van tijd. Tot dertig april van het jaar dat volgt op het jaar waarin de belasting gevestigd is. Met dien verstande dat men altijd beschikt over een minimale bezwaartermijn van zes maanden.Tegen een aanslag die op 15 januari 1996 gevestigd is, kan men dus tot 30 april 1997 bezwaar indienen. En tegen een aanslag die eind 1996 gevestigd wordt, kan men bezwaar indienen tot eind juni van volgend jaar : de datum van 30 april speelt dan immers niet ; op die datum zijn immers nog geen zes maanden verstreken. Eenmaal het bezwaar ingediend, breekt weerom een lange periode aan. Van wachten. Op de beslissing van de gewestelijke directeur. Wanneer die beslissing valt, is niet te voorspellen. Dat kan vlug gaan. Maar dat kan ook zeer lang duren. De gewestelijke directeur is immers aan geen enkele termijn gebonden. Wat tot gevolg heeft dat in sommige gevallen pas na verloop van vele jaren een beslissing wordt genomen.LAATSTE OORDEEL.De beslissing van de gewestelijke directeur heeft daardoor iets van het "laatste oordeel" : men weet dat het komt, maar men weet niet wanneer. Vandaar dat in de catechismusles altijd voorgehouden werd dat men er steeds "klaar" voor moet zijn.Op fiscaal gebied geldt dat eigenlijk ook. Wie een bezwaarschrift heeft ingediend, moet in de daaropvolgende periode zeer aandachtig zijn. En dagelijks zijn brievenbus goed in het oog houden. Want zodra de gewestelijke directeur zijn beslissing genomen heeft, gaan de zaken zeer vlug. En moet men snel reageren.Vanaf het ogenblik waarop de beslissing van de gewestelijke directeur betekend wordt, heeft men immers welgeteld veertig dagen tijd om de volgende procedurestap te zetten. Het indienen van een verzoekschrift bij het hof van beroep. Wie niet akkoord gaat met de beslissing van de gewestelijke directeur, kan zich daar immers uitsluitend nog tegen verzetten door de zaak voor te leggen aan het hof van beroep. De procedure voor het hof van beroep begint met het indienen van een verzoekschrift.ZES WEKEN.Daarvoor heeft men dus exact veertig dagen tijd. Veertig dagen waarin veel moet gebeuren. Kennis nemen van de beslissing van de gewestelijke directeur. De beslissing bestuderen en analyseren. Overleg plegen. In de meeste gevallen zal men ook een advocaat raadplegen. Die zal het dossier ook willen inzien, om zich te beraden over de wenselijkheid en de haalbaarheid van een procedure voor het hof van beroep. Vervolgens moet het verzoekschrift voorbereid worden. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, moet dat verzoekschrift binnen diezelfde periode van veertig dagen ook nog eerst betekend worden aan de gewestelijke directeur. De wet zegt immers dat het indienen van het verzoekschrift bij het hof van beroep, gepaard moet gaan met de neerlegging ter griffie van het origineel van de betekening ervan aan de gewestelijke directeur. Wat uiteraard slechts kan gebeuren als die betekening vooraf is geschied.Allemaal zaken die binnen die periode van veertig dagen moeten plaatsvinden. Op minder dan zes weken tijd. Het hoeft dan ook nauwelijks betoog dat veel belastingplichtigen in tijdnood geraken. En dat veel betwistingen bestaan over de precieze berekening van deze termijn van veertig dagen. Stel immers dat men juist op vakantie is. Dat de beslissing van de gewestelijke directeur "uit de lucht komt vallen," net nu men zorgeloos op een exotisch strand vertoeft. Bij thuiskomst vindt men in de brievenbus een kaartje van de postbode. Met het bericht dat de brave man een aangetekende zending aangeboden heeft.AANGETEKEND.Beslissingen van de gewestelijke directeur worden immers per aangetekende brief "betekend". Vanaf wanneer loopt dan de termijn van veertig dagen ? Vanaf het ogenblik waarop men de aangetekende brief op het postkantoor afhaalt ? Onjuist. De termijn loopt vanaf het ogenblik waarop de postbode de aangetekende brief op het adres van de belastingplichtige heeft "aangeboden". Hetzelfde geldt hoe ongeloofwaardig dat ook moge klinken als die "aanbieding" geen resultaat heeft, omdat de belastingplichtige niet thuis is. Althans voor zover de postbode een bericht in de brievenbus deponeert, met het verzoek de aangetekende zending op te halen op het postkantoor.In de rechtspraak wordt immers aangenomen dat de betekening van de beslissing van de gewestelijke directeur geldig gebeurd is (met als gevolg dat de veertig dagen-termijn loopt), zodra de postbode bij afwezigheid van de belastingplichtige een uitnodiging in diens bus heeft gedropt om de aangetekende zending af te halen op het postkantoor.OVERMACHT.Of de belastingplichtige op die uitnodiging ingaat, is niet relevant. Met het feit dat de belastingplichtige b.v. op reis is, en daarom de aangetekende zending niet in ontvangst heeft genomen (of kunnen nemen) wordt evenmin rekening gehouden. "Op reis zijn", of "op vakantie zijn", wordt trouwens ook niet als een geval van overmacht beschouwd. De redenering luidt immers dat de betekening van een aangetekend schrijven, geen onvoorzienbare gebeurtenis is. Als men langdurig op reis vertrekt, moet men maar de nodige voorzorgen nemen, en iemand belasten met het in het oog houden van de brievenbus.Allemaal theorie natuurlijk. Want, zoals gezegd, weet men nooit wanneer de beslissing van de gewestelijke directeur "valt". En is het dus niet voorzienbaar wanneer de postbode met die beslissing aan de deur zal staan. Dat kan evengoed morgen zijn als volgend jaar. Maar in de rechtspraak is men daar zeer streng in. Afwezigheid wegens een zakenreis, of vakantie, vormt geen geval van overmacht.DERDENBESLAG.En het kan nog veel erger. Om tegen een beslissing van de gewestelijke directeur in beroep te gaan, heeft men veertig dagen tijd. Om zich in het kader van een vereenvoudigd "derdenbeslag" te verweren, heeft men slechts vijftien dagen tijd. Een vereenvoudigd derdenbeslag komt erop neer dat de fiscus zich in het kader van de invordering van de belastingschuld kan wenden tot gelijk welke derde persoon waarvan hij vermoedt dat die b.v. nog sommen aan de belastingplichtige verschuldigd is. Die derde persoon (de "derde beslagene") is dan verplicht die sommen aan de fiscus te betalen. Binnen vijftien dagen. Kan (of wil) hij dat niet, dan moet hij binnen vijftien dagen (te rekenen vanaf de betekening van het beslag bij deurwaardersexploot) een "verklaring van derde beslagene" afleggen. Waarin hij bijvoorbeeld stelt dat hij aan de belastingplichtige geen sommen verschuldigd is. Of minder dan de belastingontvanger eist.RISKANT.Wie die verklaring niet aflegt, of niet tijdig aflegt, riskeert zeer veel. Op het gebied van de inkomstenbelastingen staat immers in de reglementering ter zake te lezen dat de "derde beslagene" in dat geval rechtstreeks als schuldenaar van de ingevorderde belasting aangesproken kan worden. Ook als hij met die belasting gewoon geen uitstaans heeft. En hij aan de belastingplichtige geen frank verschuldigd is.De meeste belastingplichtigen krijgen met deze procedure van vereenvoudigd derdenbeslag nooit te maken. Meestal zijn het ondernemingen die aangesproken worden. De werkgever van de belastingplichtige bijvoorbeeld. Maar dit wil niet zeggen dat men gerust mag zijn. De wet voorziet immers in geen uitzonderingen. Elke derde waarvan de belastingadministratie (terecht of ten onrechte) vermoedt dat hij nog sommen aan de belastingplichtige verschuldigd is, of dat hij zaken van de belastingplichtige bij zich heeft, kan met deze procedure te maken krijgen : huurders, pachters, werkgevers, notarissen, enzovoort.Kortom, wie een veertiendaagse vakantie niet in een fiscale hel wil zien veranderen, stelt best een zaakwaarnemer aan.Jan Van Dyck Jan Van Dyck is fiscalist.